In 1869 wordt de eerste Rotterdamse avond-naaischool voor meisjes geopend.
Rijke dames komen met het idee
Het plan voor de avond-naaischool gaat uit van de dames B. van Rossem-Hoffmann, B. Tours van Heel, A.C. van Dam, M.C.I. Mus, H. van Ryckevorsel-Schmidt, I.C.H. de Bie-Mees, en J.C. Plemp. Zij komen voor het eerst in juli 1868 bij mevrouw Van Rossum samen. In deze vergadering wordt besloten een brief aan rijke Rotterdammers te sturen waarin geld wordt gevraagd voor de oprichting van de eerste scholen.
Wat voor lessen en voor wie
De avond-naaischolen zijn toegankelijk voor meisjes boven de twaalf jaar van alle kerkelijke gezindten. De lessen worden vijf avonden per week gegeven. De volledige opleiding duurt twee jaar, verdeeld over vier halfjaarlijkse cursussen. De instelling verstrekt het materiaal om de eerste beginselen te leren en de meisjes mogen aan zelf meegebrachte spullen werken. De leerlingen moeten in het begin 2,5 cent schoolgeld betalen, later is dit bedrag tot tien cent verhoogd. Op geplaatste advertenties in de krant in december 1868 melden zestig leerlingen zich aan.
Allereerste school
De eerste school wordt op maandagavond 4 januari 1869 officieel geopend. De openbare school bevindt zich aan de Botersloot, waar het gemeentebestuur lokalen ter beschikking heeft gesteld. De bestuursleden bezoeken de scholen regelmatig en controleren dan de orde, de vorderingen en het verzuim van leerlingen.
Grote belangstelling
De school groeit voortdurend. In 1904 wordt al op drie scholen aan 450 leerlingen naailessen gegeven. In 1909 is het aantal gestegen tot ruim 600. In 1903 wordt een gemeentelijke subsidie toegezegd van 2500 gulden. De subsidie wordt in de loop der jaren acht keer zo hoog, aangezien ook de salarissen en andere onkosten stijgen. Het aantal particuliere donaties neemt echter af. Rond 1922 begint het aantal leerlingen terug te lopen. Met de opkomst van minder tijdsintensieve naaicursussen in de jaren ‘20 verdwijnt langzamerhand de belangstelling voor avond-naaischolen. Het onderwijs wordt voortgezet tot in oktober 1933. Op 10 november van dat jaar vergadert het bestuur voor de laatste maal.