010
Bron

Vroege leven

Geboren als João Silva op het Kaapverdische eiland São Vicente in 1929, groeit Djunga op onder het Portugese koloniale bewind. De Kaapverdische eilanden zijn erg arm en er heerst veel honger. In 1950 treed de jonge Djunga in dienst van het Portugese leger, ook al wil hij niet. In 1949 vlucht hij om zijn dienstplicht te ontlopen. Hij gaat naar zee en vaart naar Senegal, Griekenland en Rotterdam. Rotterdam maakt veel indruk op de 19-jarige Djunga en hij belooft zichzelf: "Als ik hier ooit terugkom en ik zie andere Kaapverdianen in Rotterdam, wordt dit mijn nieuwe thuis."

Komst naar Rotterdam

Maar helaas, de Portugezen weten Djunga te pakken te krijgen en hij moet 4 jaar lang het leger in. Na zijn dienstplicht trekt hij zo spoedig mogelijk naar Rotterdam. In 1955 komt hij weer voor de 2e keer aan in de Rotterdamse haven. Daar ontmoet hij een mooie jonge Nederlandse dame op zijn logeeradres. Ze trouwen in 1958 en Djunga mag in Nederland blijven. Na verschillende baantjes, opent Djunga zijn eigen zaak Casa Silva in 1965 op de Beukelsdijk. Hij verkoopt werkkleding aan Kaapverdische zeelieden die Rotterdam aandoen. 

Het Kaapverdiaanse verzet

Terwijl Djunga zijn weg in Rotterdam weet te vinden wordt er in Guinee-Bissau en Kaapverdië een onafhankelijkheidsstrijd gevoerd (1961-1974). De 2 landen die samen 1 kolonie van Portugal vormen willen hun onafhankelijkheid. Djunga is een groot voorstander van de onafhankelijkheidsbeweging en wil terug naar Afrika om mee te helpen vechten. De leider van het Kaapveerdiaanse verzet, Amílcar Cabral, heeft echter een ander idee. Hij vraagt Djunga juist in Rotterdam te blijven, om vanuit daar de Kaapverdiaanse migranten in West-Europa op de hoogte te houden van de onafhankelijkheidsstrijd. Zo wordt Rotterdam een belangrijk centrum voor het Kaapverdiaanse verzet. Er worden jonge Kaapverdianen geronseld voor de strijd in Afrika en het blad Nôs Vida en de organisatie Associação Caboverdiana worden opgericht. Ook wordt er een manier gevonden om vanuit Rotterdam de Kaapverdiaanse cultuur te waarborgen in de strijd tegen de Portugezen.

Morabeza Records

Die manier is het oprichten van platenlabel Morabeza Records. Dat gebeurt in 1965 door Djunga de Biluca. Het platenlabel is een initiatief van Amílcar Cabral, de leider van het Kaapverdische verzet. Met de oprichting is het ‘t eerste platenlabel door en voor Kaapverdianen. Ook wordt het label gezien als een belangrijk cultureel wapen in de strijd tegen de Portugeze kolonisator. Door middel van het opnemen van Kaapverdiaanse muziek wisten de Kaapverdianen namelijk hun eigen culturele identiteit te waarborgen. Tussen 1965 en 1976 worden er meer dan 50 albums en meer dan 500 liedjes opgenomen. Naast Kaapverdische artiesten is het label ook de springplank voor de Angoleze muzikant Bonga die er zijn eerste 4 albums op uitbrengt. 

Consul

Wanneer Kaapverdië de onafhankelijkheidsstrijd tegen Portugal wint, wordt Djunga benoemd tot consul van Kaapverdië in de Benelux. De directie over Morabeza Records wordt aan zijn dochter gegeven. Zij heeft echter minder ervaring en netwerken dan haar vader en het label houdt begin jaren ‘80 op met bestaan. 

Het Tiende Eiland

Verschillende bronnen tonen hoe Rotterdam het centrum wordt voor het Kaapverdische verzet tegen de Portugese kolonisator in Europa. Dit laat zien hoe Rotterdam de erkenning van de Kaapverdische nationale cultuur juist faciliteerde. Is dit iets goeds? Of heeft men in die tijd meer moeten hameren op integratie van de Kaapverdische migranten en economische/politieke vluchtelingen in de Nederlandse cultuur?

In deze aflevering van Rotterdammers van Formaat van RTV Rijnmond staat Djunga de Biluca centraal: https://www.youtube.com/watch?v=PccDKp4TilA&ab_channel=RTVRijnmondExtra

Herkomst

Maker

Carlos Gonçalves

Alle bronnen