Alle bronnenhttps://geschiedenislokaal010.nl/bronnen2025-12-30T17:21:11+01:00GeschiedenislokaalJoomla! - Open Source Content ManagementKitty van der Have: verzetsvrouw of verraadster?2025-08-07T09:16:28+02:002025-08-07T09:16:28+02:00https://geschiedenislokaal010.nl/bronnen/kitty-van-der-have-verzetsvrouw-of-verraadsterWessel Verkerk<p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/themas/tweede-wereldoorlog/artikel-kitty-mmsaro02_164874080_mpeg21_p00001_image.jpg" alt="" width="771" height="980" loading="lazy"></p><p><strong>Goed of fout in de oorlog: het lijkt zo zwart-wit. In werkelijkheid zijn er veel grijstinten. Goede mensen die foute beslissingen nemen. Vijanden die een helpende hand toesteken. Ook in de zaak Kitty van der Have lopen goed en fout continu door elkaar. </strong></p>
<p>Kitty van der Have sluit zich tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog aan bij het verzet. De verzetslieden plannen een overval op het Duitse kantoor waar Kitty werkt, om daar belangrijke papieren weg te halen. Kitty zal de Duitsers dronken voeren tijdens een feestje. Maar het loopt mis. De Duitsers wachten de verzetsploeg op en schieten een van hen dood. De rest weet te ontkomen.</p>
<p><strong>Verraad of stommiteit?</strong></p>
<p>Wat is er gebeurd? Heeft Kitty de boel verraden? Na de bevrijding wordt ze opgepakt en verhoord door de Binnenlandse Strijdkrachten. Ze vertelt dat ze een van de Duitsers heeft gewaarschuwd die avond niet naar het feestje te komen. Maar dat wekte zijn argwaan, en hij lichtte zijn bazen in.</p>
<p>De Binnenlandse Strijdkrachten zien dit niet als verraad, maar als een ‘stommiteit met fatale gevolgen’. Ze laten haar vrij. Maar de leden van de verzetsgroep vinden – om meerdere redenen - dat Kitty een verraadster is. Ze vermoorden haar op 5 juni 1945 en dumpen haar lichaam in de Maas. </p>
<p><strong>Doofpot en spijt</strong></p>
<p>Politie en justitie stoppen de zaak in de doofpot. Want zo vlak na de oorlog wil men niet dat ‘goede vaderlanders (lees: verzetsmensen, red.) onbillijk worden bestraft’. Als de zaak in 1951 alsnog voorkomt krijgen de daders alleen voorwaardelijke straffen opgelegd.</p>
<p>Toch blijft het een omstreden kwestie die geregeld terugkomt in boeken en tijdschriften als Vrij Nederland en De Tijd. Op 7 januari 1977 citeert dit laatste blad een van de daders: ‘We hebben vrij gauw beseft dat we het helemaal fout hadden gedaan. We hebben natuurlijk spijt van wat er gebeurd is. Als u mij vraagt: vind je op dit moment dat zij na de oorlog tot de doodstraf had moeten worden veroordeeld, dan zeg ik: nee.’</p>
<p>Goed of fout in de oorlog: ook in het geval van Kitty en de verzetsstrijders is het niet zwart-wit. Het gaat om mensen die soms goede en soms foute keuzes maken. </p>
<p><strong>De bronnen</strong></p>
<p>Op 4 april 1950 staat op de voorpagina van het Rotterdamsch Parool een artikel met de kop ‘Moord op Kitty van der Have eerst nu onthuld’.</p>
<p>Op 2 december 1999 stond in Vrij Nederland een uitgebreide reconstructie over dit verhaal. Met verschillende foto's, waaronder deze portretfoto van Kitty.</p>
<p> </p>
<p> </p><p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/themas/tweede-wereldoorlog/artikel-kitty-mmsaro02_164874080_mpeg21_p00001_image.jpg" alt="" width="771" height="980" loading="lazy"></p><p><strong>Goed of fout in de oorlog: het lijkt zo zwart-wit. In werkelijkheid zijn er veel grijstinten. Goede mensen die foute beslissingen nemen. Vijanden die een helpende hand toesteken. Ook in de zaak Kitty van der Have lopen goed en fout continu door elkaar. </strong></p>
<p>Kitty van der Have sluit zich tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog aan bij het verzet. De verzetslieden plannen een overval op het Duitse kantoor waar Kitty werkt, om daar belangrijke papieren weg te halen. Kitty zal de Duitsers dronken voeren tijdens een feestje. Maar het loopt mis. De Duitsers wachten de verzetsploeg op en schieten een van hen dood. De rest weet te ontkomen.</p>
<p><strong>Verraad of stommiteit?</strong></p>
<p>Wat is er gebeurd? Heeft Kitty de boel verraden? Na de bevrijding wordt ze opgepakt en verhoord door de Binnenlandse Strijdkrachten. Ze vertelt dat ze een van de Duitsers heeft gewaarschuwd die avond niet naar het feestje te komen. Maar dat wekte zijn argwaan, en hij lichtte zijn bazen in.</p>
<p>De Binnenlandse Strijdkrachten zien dit niet als verraad, maar als een ‘stommiteit met fatale gevolgen’. Ze laten haar vrij. Maar de leden van de verzetsgroep vinden – om meerdere redenen - dat Kitty een verraadster is. Ze vermoorden haar op 5 juni 1945 en dumpen haar lichaam in de Maas. </p>
<p><strong>Doofpot en spijt</strong></p>
<p>Politie en justitie stoppen de zaak in de doofpot. Want zo vlak na de oorlog wil men niet dat ‘goede vaderlanders (lees: verzetsmensen, red.) onbillijk worden bestraft’. Als de zaak in 1951 alsnog voorkomt krijgen de daders alleen voorwaardelijke straffen opgelegd.</p>
<p>Toch blijft het een omstreden kwestie die geregeld terugkomt in boeken en tijdschriften als Vrij Nederland en De Tijd. Op 7 januari 1977 citeert dit laatste blad een van de daders: ‘We hebben vrij gauw beseft dat we het helemaal fout hadden gedaan. We hebben natuurlijk spijt van wat er gebeurd is. Als u mij vraagt: vind je op dit moment dat zij na de oorlog tot de doodstraf had moeten worden veroordeeld, dan zeg ik: nee.’</p>
<p>Goed of fout in de oorlog: ook in het geval van Kitty en de verzetsstrijders is het niet zwart-wit. Het gaat om mensen die soms goede en soms foute keuzes maken. </p>
<p><strong>De bronnen</strong></p>
<p>Op 4 april 1950 staat op de voorpagina van het Rotterdamsch Parool een artikel met de kop ‘Moord op Kitty van der Have eerst nu onthuld’.</p>
<p>Op 2 december 1999 stond in Vrij Nederland een uitgebreide reconstructie over dit verhaal. Met verschillende foto's, waaronder deze portretfoto van Kitty.</p>
<p> </p>
<p> </p>Poetry International: De straat op met die poëzie!2025-08-05T09:26:58+02:002025-08-05T09:26:58+02:00https://geschiedenislokaal010.nl/bronnen/poetry-international-de-straat-op-met-die-poezieWessel Verkerk<p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/themas/festivals/affiche-poetry-international-nl-rtsa_4006_2003-48-01.jpg" alt="" width="539" height="800" loading="lazy"></p><p><strong>Gedichten zijn er voor iedereen, geen exclusief gedoe meer. Dat is het idee achter het eerste Poetry International Festival in Rotterdam in 1970. En dus brengt het festival de poëzie naar de mensen toe, gewoon op metrostations, in de tram en in het park.</strong></p>
<p>Het Rotterdamse Poetry International wordt opgezet naar Engels voorbeeld. Tijdens de eerste editie komen er zo’n 23 dichters uit 17 landen. Het motto van het festival is: ‘Poëzie is er voor alle mensen. Weg met de exclusieve sfeer rond de dichter en zijn werk, de straat op met de poëzie.’</p>
<p><strong>Poëzie-tram op Coolsingel</strong></p>
<p>En dus lezen de dichters hun gedichten niet alleen voor in de kleine zaal van de Doelen, maar ook op metrostation Beurs en in een ‘poëzie-tram’ op de Coolsingel. De Bijenkorf wijdt een etalage aan het festival en boekwinkels gebruiken pakpapier met gedichten erop. Buitenlandse arbeiders worden in contact gebracht met dichters uit hun land van herkomst. Bekende namen die in de loop der jaren voorbijkomen zijn onder meer Hans Dorrestijn, de Zuid-Afrikaan Breyten Breytenbach en natuurlijk Jules Deelder. </p>
<p><strong>Dunya festival</strong></p>
<p>In 1977 wordt op de eerste festivaldag gelezen bij het standbeeld van de dichter Hendrik Tollens in het Park (bij de Euromast). Hierbij is een heel divers publiek aanwezig. Deze openingsdag, ‘Poetry Park’, is een succes en groeit uit tot het Dunya Festival. Dat blijft bestaan tot 2013. Dan gaat Dunya met het zomercarnaval samen in Rotterdam Unlimited. </p>
<p><strong>Vuilniswagens met dichtregels</strong></p>
<p>Maar daar blijft het niet bij. De stichting Poetry International organiseert tal van andere projecten. Zoals de dichtregels waar Rotterdamse vuilniswagens al vanaf 1988 mee rondrijden. Een Poetry Kinderfestival vanaf 1997. De Gedichtendag en de verkiezing van de Dichter des Vaderlands vanaf 2000. En in 2025 de Bombing of Poems. Uit een helikopter werden 100.000 gedichten over de Binnenrotte uitgestrooid, ter herinnering aan het bombardement op Rotterdam op 14 mei 1940.</p>
<p><strong>De bron</strong></p>
<p>Te zien is een poster van Poetry International uit 1981. Het is een aankondiging van <span class="mi_highlight">Poetry</span> International in Het Park, op de Willemsbrug en in de Rotterdamse Schouwburg. Op de poster is een gedicht afgedrukt van dichter Leo Vroman. De poster zelf is gemaakt door kunstenaar Gust Romijn.</p><p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/themas/festivals/affiche-poetry-international-nl-rtsa_4006_2003-48-01.jpg" alt="" width="539" height="800" loading="lazy"></p><p><strong>Gedichten zijn er voor iedereen, geen exclusief gedoe meer. Dat is het idee achter het eerste Poetry International Festival in Rotterdam in 1970. En dus brengt het festival de poëzie naar de mensen toe, gewoon op metrostations, in de tram en in het park.</strong></p>
<p>Het Rotterdamse Poetry International wordt opgezet naar Engels voorbeeld. Tijdens de eerste editie komen er zo’n 23 dichters uit 17 landen. Het motto van het festival is: ‘Poëzie is er voor alle mensen. Weg met de exclusieve sfeer rond de dichter en zijn werk, de straat op met de poëzie.’</p>
<p><strong>Poëzie-tram op Coolsingel</strong></p>
<p>En dus lezen de dichters hun gedichten niet alleen voor in de kleine zaal van de Doelen, maar ook op metrostation Beurs en in een ‘poëzie-tram’ op de Coolsingel. De Bijenkorf wijdt een etalage aan het festival en boekwinkels gebruiken pakpapier met gedichten erop. Buitenlandse arbeiders worden in contact gebracht met dichters uit hun land van herkomst. Bekende namen die in de loop der jaren voorbijkomen zijn onder meer Hans Dorrestijn, de Zuid-Afrikaan Breyten Breytenbach en natuurlijk Jules Deelder. </p>
<p><strong>Dunya festival</strong></p>
<p>In 1977 wordt op de eerste festivaldag gelezen bij het standbeeld van de dichter Hendrik Tollens in het Park (bij de Euromast). Hierbij is een heel divers publiek aanwezig. Deze openingsdag, ‘Poetry Park’, is een succes en groeit uit tot het Dunya Festival. Dat blijft bestaan tot 2013. Dan gaat Dunya met het zomercarnaval samen in Rotterdam Unlimited. </p>
<p><strong>Vuilniswagens met dichtregels</strong></p>
<p>Maar daar blijft het niet bij. De stichting Poetry International organiseert tal van andere projecten. Zoals de dichtregels waar Rotterdamse vuilniswagens al vanaf 1988 mee rondrijden. Een Poetry Kinderfestival vanaf 1997. De Gedichtendag en de verkiezing van de Dichter des Vaderlands vanaf 2000. En in 2025 de Bombing of Poems. Uit een helikopter werden 100.000 gedichten over de Binnenrotte uitgestrooid, ter herinnering aan het bombardement op Rotterdam op 14 mei 1940.</p>
<p><strong>De bron</strong></p>
<p>Te zien is een poster van Poetry International uit 1981. Het is een aankondiging van <span class="mi_highlight">Poetry</span> International in Het Park, op de Willemsbrug en in de Rotterdamse Schouwburg. Op de poster is een gedicht afgedrukt van dichter Leo Vroman. De poster zelf is gemaakt door kunstenaar Gust Romijn.</p>Zakkendragershuisje Delfshaven2025-08-05T09:05:21+02:002025-08-05T09:05:21+02:00https://geschiedenislokaal010.nl/bronnen/zakkendragershuisje-delfshavenWessel Verkerk<p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/themas/bijzonder-gebouwen/zakkendragershuisje-1-nl-rtsa_4080_vii-98.jpg" alt="" width="1600" height="1117" loading="lazy"></p><p><strong>Het Zakkendragershuisje in Delfshaven is tegenwoordig een onderkomen voor theatermakers en kunstenaars. Maar het werd ooit gebouwd als sluisgebouw. Later was het dé verzamelplek voor mannen die zakken sjouwden. </strong></p>
<p>Op 15 september 1931 staat een uitgebreid artikel in het Rotterdamsch Nieuwsblad (RN) over het Zakkendragershuisje. De krant stelt dat het gebouwtje weliswaar het jaartal 1653 draagt, maar dat het al voorkomt op een kaart uit 1573. De basis van het huisje is waarschijnlijk nóg ouder: ‘Men kan gevoeglijk aannemen, dat het huis in zijn fundeering en speciaal de doorvaar- en sluisopening onder het huisje zoo oud is als de Achterhaven zelf, dus van 1451.’</p>
<p>Het gebouwtje is vooral bedoeld om de sluisdeuren te beschermen en de eerste naam is daarom Kraanhuis. Later komt er onder meer een brandspuit en doet het dienst als gevangenis. In het torentje hangt een bel, die wordt geluid bij brand en bij hoog water.</p>
<p><strong>Graan, meel en flessen</strong></p>
<p>Delfshaven bestaat in die tijd uit een paar straten rond de havens en langs de zeedijk. Eromheen liggen polders. Visvangst is lang de voornaamste inkomensbron. Maar vanaf ongeveer 1700 komt de jeneverindustrie op. Jenever wordt gestookt van graan.</p>
<p>Dat graan wordt aangevoerd door schepen. Als die aankomen, moet de lading in zakken worden gedaan en versjouwd naar de pakhuizen en branderijen. Ook moeten er soms flessen, kruiken en vaten worden vervoerd. Daarvoor zijn mensen nodig: de zakkendragers.</p>
<p><strong>Dobbelen om werk</strong></p>
<p>Elke keer als er iets te sjouwen valt luidt de bel van het Zakkendragershuisje. De zakkendragers die werk zoeken komen daarop af. Ze dobbelen vervolgens met 3 stenen om te bepalen wie het werk krijgt. In 1931, als het artikel in RN verschijnt, wordt het werk nog steeds op deze manier ‘verdeeld’. Maar wel met nieuwe stenen, die ze van de gemeente Rotterdam hebben gekregen. De oude stenen, waar ongeveer 300 jaar mee was gedobbeld, liggen volgens de krant in het Museum van Oudheden.</p>
<p><strong>De bronnen</strong></p>
<p>Bron 1: Een tekening van het zakkendragershuisje gezien vanaf Aelbrechtskolk. De tekening is gemaakt door Jan Striening in 1893.</p>
<p>Bron 2: Een recente foto vanuit dezelfde hoek. Deze foto is gemaakt door Irene Hoekstra in 2022.</p>
<p>Bron 3: De pagina van Het Rotterdamsch Nieuwsblad van 15 september 1931, historische rubriek ‘Groeiend Rotterdam’.</p>
<p>De krant meldt dat er in de archieven van Rotterdam en oud-Delfshaven weinig te vinden is over het Zakkendragersgilde. ‘Dat wat we er hier van vertellen, komt uit den mond van een paar oude lieden van het gilde.’ Nu, in de 21<sup>e</sup> eeuw, kunnen we concluderen dat het heel goed is dat het RN destijds die verhalen heeft verzameld. Want nog steeds is er weinig bekend over de zakkendragers.</p><p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/themas/bijzonder-gebouwen/zakkendragershuisje-1-nl-rtsa_4080_vii-98.jpg" alt="" width="1600" height="1117" loading="lazy"></p><p><strong>Het Zakkendragershuisje in Delfshaven is tegenwoordig een onderkomen voor theatermakers en kunstenaars. Maar het werd ooit gebouwd als sluisgebouw. Later was het dé verzamelplek voor mannen die zakken sjouwden. </strong></p>
<p>Op 15 september 1931 staat een uitgebreid artikel in het Rotterdamsch Nieuwsblad (RN) over het Zakkendragershuisje. De krant stelt dat het gebouwtje weliswaar het jaartal 1653 draagt, maar dat het al voorkomt op een kaart uit 1573. De basis van het huisje is waarschijnlijk nóg ouder: ‘Men kan gevoeglijk aannemen, dat het huis in zijn fundeering en speciaal de doorvaar- en sluisopening onder het huisje zoo oud is als de Achterhaven zelf, dus van 1451.’</p>
<p>Het gebouwtje is vooral bedoeld om de sluisdeuren te beschermen en de eerste naam is daarom Kraanhuis. Later komt er onder meer een brandspuit en doet het dienst als gevangenis. In het torentje hangt een bel, die wordt geluid bij brand en bij hoog water.</p>
<p><strong>Graan, meel en flessen</strong></p>
<p>Delfshaven bestaat in die tijd uit een paar straten rond de havens en langs de zeedijk. Eromheen liggen polders. Visvangst is lang de voornaamste inkomensbron. Maar vanaf ongeveer 1700 komt de jeneverindustrie op. Jenever wordt gestookt van graan.</p>
<p>Dat graan wordt aangevoerd door schepen. Als die aankomen, moet de lading in zakken worden gedaan en versjouwd naar de pakhuizen en branderijen. Ook moeten er soms flessen, kruiken en vaten worden vervoerd. Daarvoor zijn mensen nodig: de zakkendragers.</p>
<p><strong>Dobbelen om werk</strong></p>
<p>Elke keer als er iets te sjouwen valt luidt de bel van het Zakkendragershuisje. De zakkendragers die werk zoeken komen daarop af. Ze dobbelen vervolgens met 3 stenen om te bepalen wie het werk krijgt. In 1931, als het artikel in RN verschijnt, wordt het werk nog steeds op deze manier ‘verdeeld’. Maar wel met nieuwe stenen, die ze van de gemeente Rotterdam hebben gekregen. De oude stenen, waar ongeveer 300 jaar mee was gedobbeld, liggen volgens de krant in het Museum van Oudheden.</p>
<p><strong>De bronnen</strong></p>
<p>Bron 1: Een tekening van het zakkendragershuisje gezien vanaf Aelbrechtskolk. De tekening is gemaakt door Jan Striening in 1893.</p>
<p>Bron 2: Een recente foto vanuit dezelfde hoek. Deze foto is gemaakt door Irene Hoekstra in 2022.</p>
<p>Bron 3: De pagina van Het Rotterdamsch Nieuwsblad van 15 september 1931, historische rubriek ‘Groeiend Rotterdam’.</p>
<p>De krant meldt dat er in de archieven van Rotterdam en oud-Delfshaven weinig te vinden is over het Zakkendragersgilde. ‘Dat wat we er hier van vertellen, komt uit den mond van een paar oude lieden van het gilde.’ Nu, in de 21<sup>e</sup> eeuw, kunnen we concluderen dat het heel goed is dat het RN destijds die verhalen heeft verzameld. Want nog steeds is er weinig bekend over de zakkendragers.</p>Afdeling huwelijks- en gezinsmoeilijkheden 19502025-04-24T12:04:18+02:002025-04-24T12:04:18+02:00https://geschiedenislokaal010.nl/bronnen/afdeling-huwelijks-en-gezinsmoeilijkheden-1950Wessel Verkerk<p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/themas/vrouwenpower/inv.nr.-236_4_uitsnede-als-bron.jpg" alt="" width="1285" height="1075" loading="lazy"></p><p>Wie rond 1950 van zijn of haar huwelijkspartner af wil, kan bezoek verwachten van iemand van de afdeling huwelijks- en gezinsmoeilijkheden van de Dienst Sociale Zaken van de gemeente. Deze dienst heeft er alle belang bij dat de stellen bij elkaar blijven. Want gescheiden of verlaten vrouwen vragen financiële steun aan bij de gemeente. En dat gebeurt steeds vaker.</p>
<p><strong>Huwelijk op wankele basis</strong></p>
<p>Volgens de ambtenaren komt dit doordat 'tijdens de oorlog, doch vooral in de na-oorlogse jaren, vele huwelijken op dikwijls zeer wankele bases tot stand zijn gekomen.' De huwelijkspartners zouden niet meer het besef hebben dat een huwelijk rechten en plichten met zich meebrengt. Daardoor leidt een conflict al snel tot het opbreken van de relatie.</p>
<p><strong>Seksuele misdragingen</strong></p>
<p>De oorzaken liggen volgens het rapport op verschillende gebieden, maar vooral op dat van seksualiteit. Want ‘door de oorlog zijn de seksuele wanverhoudingen en misdragingen van huwelijkspartners op onrustbarende wijze toegenomen’. Dat komt doordat echtgenoten lang van elkaar gescheiden waren, bijvoorbeeld door gedwongen tewerkstelling in het buitenland, onderduik en razzia’s. Ook de zucht naar avontuur en romantiek leidt volgens het rapport tot zedelijk verval.</p>
<p><strong>Bijdrage van de man </strong></p>
<p>De ambtenaren stellen dat hun werk tot goede resultaten leidt. In bijna een derde van de gevallen lukt het om het gezinsverband te herstellen. Andere keren lukt dat niet, maar bereiken ze wel dat de man een aanzienlijke financiële bijdrage levert aan het achtergebleven gezin, waardoor er geen of minder overheidssteun nodig is. ‘Bovendien’, zo staat in het rapport, ‘kon aan verschillende verlaten vrouwen (…) steun worden geweigerd op grond van hun gedragingen tijdens hun huwelijk.’</p>
<p><strong>Bron</strong></p>
<p>Een rapport van 29 december 1950 over het bemiddelingswerk dat de afdeling huwelijks- en gezinsmoeilijkheden sinds een paar jaar uitvoerde. Dat biedt een bijzonder inkijkje in hoe er op dat moment vanuit de gemeente naar relatieproblemen wordt gekeken.</p><p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/themas/vrouwenpower/inv.nr.-236_4_uitsnede-als-bron.jpg" alt="" width="1285" height="1075" loading="lazy"></p><p>Wie rond 1950 van zijn of haar huwelijkspartner af wil, kan bezoek verwachten van iemand van de afdeling huwelijks- en gezinsmoeilijkheden van de Dienst Sociale Zaken van de gemeente. Deze dienst heeft er alle belang bij dat de stellen bij elkaar blijven. Want gescheiden of verlaten vrouwen vragen financiële steun aan bij de gemeente. En dat gebeurt steeds vaker.</p>
<p><strong>Huwelijk op wankele basis</strong></p>
<p>Volgens de ambtenaren komt dit doordat 'tijdens de oorlog, doch vooral in de na-oorlogse jaren, vele huwelijken op dikwijls zeer wankele bases tot stand zijn gekomen.' De huwelijkspartners zouden niet meer het besef hebben dat een huwelijk rechten en plichten met zich meebrengt. Daardoor leidt een conflict al snel tot het opbreken van de relatie.</p>
<p><strong>Seksuele misdragingen</strong></p>
<p>De oorzaken liggen volgens het rapport op verschillende gebieden, maar vooral op dat van seksualiteit. Want ‘door de oorlog zijn de seksuele wanverhoudingen en misdragingen van huwelijkspartners op onrustbarende wijze toegenomen’. Dat komt doordat echtgenoten lang van elkaar gescheiden waren, bijvoorbeeld door gedwongen tewerkstelling in het buitenland, onderduik en razzia’s. Ook de zucht naar avontuur en romantiek leidt volgens het rapport tot zedelijk verval.</p>
<p><strong>Bijdrage van de man </strong></p>
<p>De ambtenaren stellen dat hun werk tot goede resultaten leidt. In bijna een derde van de gevallen lukt het om het gezinsverband te herstellen. Andere keren lukt dat niet, maar bereiken ze wel dat de man een aanzienlijke financiële bijdrage levert aan het achtergebleven gezin, waardoor er geen of minder overheidssteun nodig is. ‘Bovendien’, zo staat in het rapport, ‘kon aan verschillende verlaten vrouwen (…) steun worden geweigerd op grond van hun gedragingen tijdens hun huwelijk.’</p>
<p><strong>Bron</strong></p>
<p>Een rapport van 29 december 1950 over het bemiddelingswerk dat de afdeling huwelijks- en gezinsmoeilijkheden sinds een paar jaar uitvoerde. Dat biedt een bijzonder inkijkje in hoe er op dat moment vanuit de gemeente naar relatieproblemen wordt gekeken.</p>Maria Rutgers-Hoitsema: Opkomen voor vrouwenrechten2025-04-24T11:48:41+02:002025-04-24T11:48:41+02:00https://geschiedenislokaal010.nl/bronnen/maria-rutgers-hoitsema-opkomen-voor-vrouwenrechtenWessel Verkerk<p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/themas/vrouwenpower/4031_p-007391_mwh_rutgers-hoitsema.jpg" alt="" width="707" height="1200" loading="lazy"></p><p>In de grondwet van 1848 staat dat vrouwen niet mogen meedoen aan verkiezingen. Al snel komen vrouwen in actie om dezelfde rechten te krijgen als mannen. Zij worden feministen genoemd. Een van de eersten die in Rotterdam opkomt voor vrouwenrechten is Maria Rutgers-Hoitsema (1847-1934).</p>
<p><strong>Onderwijzeres en schoolhoofd</strong></p>
<p>Mietje Hoitsema komt uit Friesland en verhuist in 1873 naar Rotterdam. Ze werkt er als onderwijzeres en hoofd van een meisjesschool. In 1885 trouwt ze met de arts en weduwnaar Jan Rutgers. Zij stopt met werken, wijdt zich aan de opvoeding van zijn drie kinderen en raakt steeds meer sociaal betrokken. <br /> In 1894 is Rutgers-Hoitsema mede-oprichtster van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht. Al na een paar maanden stopt ze met het bestuurswerk. Ze moet steeds voor vergaderingen naar Amsterdam, waar naar mening te veel zinloos wordt gekletst. </p>
<p><strong>Bewustwording van positie</strong></p>
<p>Daarom begint ze zelf in Rotterdam een afdeling van de Vereniging voor Vrouwenkiesrecht, waar ze voorzitter van wordt. Rotterdamse vrouwen lijken hier echter weinig interesse in te hebben. Wel gaat hun algemene maatschappelijke positie hun aan het hart. Daarom richt een aantal leidende vrouwen, onder wie Rutgers-Hoitsema, in 1895 twee andere verenigingen op.</p>
<p><strong>Voor burgerij en arbeiders</strong></p>
<p>Dat zijn de Vereeniging ter Behartiging van de Belangen der Vrouw (VBBV) voor vrouwen uit de burgerij, en de Rotterdamsche Buurtvereeniging voor de ontwikkeling van vrouwen, kinderen en gezinnen uit de arbeidersklasse. Later is Rutgers-Hoitsema ook betrokken bij allerlei andere initiatieven, zoals Onderlinge Vrouwenbescherming. Deze vereniging biedt hulp aan ongehuwde moeders. Daarnaast speelt ze een rol in internationale organisaties.</p>
<p><strong>Succes: kiesrecht voor vrouwen</strong></p>
<p>De strijd voor vrouwenkiesrecht leidt uiteindelijk tot succes. In 1917 wordt het passief kiesrecht ingevoerd voor vrouwen: ze kunnen nu gekozen worden als volksvertegenwoordiger. En in 1919 wordt het actief kiesrecht ingevoerd, waardoor vrouwen zelf mogen stemmen.</p><p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/themas/vrouwenpower/4031_p-007391_mwh_rutgers-hoitsema.jpg" alt="" width="707" height="1200" loading="lazy"></p><p>In de grondwet van 1848 staat dat vrouwen niet mogen meedoen aan verkiezingen. Al snel komen vrouwen in actie om dezelfde rechten te krijgen als mannen. Zij worden feministen genoemd. Een van de eersten die in Rotterdam opkomt voor vrouwenrechten is Maria Rutgers-Hoitsema (1847-1934).</p>
<p><strong>Onderwijzeres en schoolhoofd</strong></p>
<p>Mietje Hoitsema komt uit Friesland en verhuist in 1873 naar Rotterdam. Ze werkt er als onderwijzeres en hoofd van een meisjesschool. In 1885 trouwt ze met de arts en weduwnaar Jan Rutgers. Zij stopt met werken, wijdt zich aan de opvoeding van zijn drie kinderen en raakt steeds meer sociaal betrokken. <br /> In 1894 is Rutgers-Hoitsema mede-oprichtster van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht. Al na een paar maanden stopt ze met het bestuurswerk. Ze moet steeds voor vergaderingen naar Amsterdam, waar naar mening te veel zinloos wordt gekletst. </p>
<p><strong>Bewustwording van positie</strong></p>
<p>Daarom begint ze zelf in Rotterdam een afdeling van de Vereniging voor Vrouwenkiesrecht, waar ze voorzitter van wordt. Rotterdamse vrouwen lijken hier echter weinig interesse in te hebben. Wel gaat hun algemene maatschappelijke positie hun aan het hart. Daarom richt een aantal leidende vrouwen, onder wie Rutgers-Hoitsema, in 1895 twee andere verenigingen op.</p>
<p><strong>Voor burgerij en arbeiders</strong></p>
<p>Dat zijn de Vereeniging ter Behartiging van de Belangen der Vrouw (VBBV) voor vrouwen uit de burgerij, en de Rotterdamsche Buurtvereeniging voor de ontwikkeling van vrouwen, kinderen en gezinnen uit de arbeidersklasse. Later is Rutgers-Hoitsema ook betrokken bij allerlei andere initiatieven, zoals Onderlinge Vrouwenbescherming. Deze vereniging biedt hulp aan ongehuwde moeders. Daarnaast speelt ze een rol in internationale organisaties.</p>
<p><strong>Succes: kiesrecht voor vrouwen</strong></p>
<p>De strijd voor vrouwenkiesrecht leidt uiteindelijk tot succes. In 1917 wordt het passief kiesrecht ingevoerd voor vrouwen: ze kunnen nu gekozen worden als volksvertegenwoordiger. En in 1919 wordt het actief kiesrecht ingevoerd, waardoor vrouwen zelf mogen stemmen.</p>Tekening Arie Botschuijver2024-10-31T14:39:34+01:002024-10-31T14:39:34+01:00https://geschiedenislokaal010.nl/bronnen/tekening-arie-botschuijverWessel Verkerk<p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/themas/de-razzia-van-rotterdam-en-schiedam/nl-rtsa_273a-2022-19-0038-klein-botschijver-tekening.jpg" alt="" width="1465" height="1200" loading="lazy"></p><p>Tijdens de razzia worden de mannen met geweld en bedreigingen weggevoerd. Bewapende militairen sturen de mannen van de ene plek naar de andere. Vanaf Rotterdam reizen de mannen verder per trein, per boot of gewoon te voet. Op de boten en in de treinwagons worden ze op elkaar gepropt. Het is er nat en vies, bijna geen licht en geen toilet. De mannen hebben weinig ruimte om te bewegen en krijgen bijna geen eten en drinken. Ook de reis te voet is zwaar. De mannen lopen urenlang in de regen op modderige wegen met slechte schoenen.</p>
<p><strong>Gevaar onderweg</strong></p>
<p>De treinen staan vaak stil en worden aangevallen door geallieerde vliegtuigen. Deze probeerden het Duitse treinverkeer stil te leggen.</p>
<p>Soms gaat het helemaal mis. Op 20 november 1944 komen tijdens de reis naar Bad Zwischenahn in Duitsland ongeveer 30 mannen om het leven. De trein waarin zij zitten botst tegen een stilstaande trein.</p>
<p><strong>Gebroken en uitgeput</strong></p>
<p>Geestelijk is het ook moeilijk vol te houden. De mannen voelen zich bedreigd. Ze weten niet waar ze naartoe gaan en hebben angst voor beschietingen. Mannen die onderweg proberen te vluchten worden gestraft en soms zelfs doodgeschoten. Door constante spanning raken sommigen in paniek. Bij aankomst zijn veel mannen gebroken en uitgeput.</p>
<p><strong>De bron</strong></p>
<p>De bron is een tekening van de dan 38-jarige Arie Botschrijver. Het is wat Arie zelf als slachtoffer van de razzia meemaakt. Een goederentrein bij Station Delft staat met de deuren open, klaar voor vertrek. Mannen worden de wagons in gejaagd door Duitse militairen.</p><p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/themas/de-razzia-van-rotterdam-en-schiedam/nl-rtsa_273a-2022-19-0038-klein-botschijver-tekening.jpg" alt="" width="1465" height="1200" loading="lazy"></p><p>Tijdens de razzia worden de mannen met geweld en bedreigingen weggevoerd. Bewapende militairen sturen de mannen van de ene plek naar de andere. Vanaf Rotterdam reizen de mannen verder per trein, per boot of gewoon te voet. Op de boten en in de treinwagons worden ze op elkaar gepropt. Het is er nat en vies, bijna geen licht en geen toilet. De mannen hebben weinig ruimte om te bewegen en krijgen bijna geen eten en drinken. Ook de reis te voet is zwaar. De mannen lopen urenlang in de regen op modderige wegen met slechte schoenen.</p>
<p><strong>Gevaar onderweg</strong></p>
<p>De treinen staan vaak stil en worden aangevallen door geallieerde vliegtuigen. Deze probeerden het Duitse treinverkeer stil te leggen.</p>
<p>Soms gaat het helemaal mis. Op 20 november 1944 komen tijdens de reis naar Bad Zwischenahn in Duitsland ongeveer 30 mannen om het leven. De trein waarin zij zitten botst tegen een stilstaande trein.</p>
<p><strong>Gebroken en uitgeput</strong></p>
<p>Geestelijk is het ook moeilijk vol te houden. De mannen voelen zich bedreigd. Ze weten niet waar ze naartoe gaan en hebben angst voor beschietingen. Mannen die onderweg proberen te vluchten worden gestraft en soms zelfs doodgeschoten. Door constante spanning raken sommigen in paniek. Bij aankomst zijn veel mannen gebroken en uitgeput.</p>
<p><strong>De bron</strong></p>
<p>De bron is een tekening van de dan 38-jarige Arie Botschrijver. Het is wat Arie zelf als slachtoffer van de razzia meemaakt. Een goederentrein bij Station Delft staat met de deuren open, klaar voor vertrek. Mannen worden de wagons in gejaagd door Duitse militairen.</p>Het verhaal van Jacob Polak2024-10-30T14:42:28+01:002024-10-30T14:42:28+01:00https://geschiedenislokaal010.nl/bronnen/het-verhaal-van-jacob-polakWessel Verkerk<p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/themas/de-razzia-van-rotterdam-en-schiedam/portret-jacob-polak-nl-rtsa_273a_2017-51_0024.jpg" alt="" width="754" height="956" loading="lazy"></p><p>Het verhaal van de razzia in Rotterdam en Schiedam bestaat eigenlijk uit 52.000 persoonlijke verhalen van alle meegenomen mannen. Ieder van hen heeft iets anders meegemaakt. Eén van hen is Jacob Polak. Dit is zijn verhaal.</p>
<p><strong>Leven in Rotterdam</strong></p>
<p>Jacob wordt geboren in Rotterdam op 21 oktober 1914. In 1934 gaat hij, als hij 20 jaar is, in het leger. Op 10 mei 1940 vecht hij in Rotterdam tegen de Duitse soldaten. Nadat Nederland zich overgeeft, mag Jacob het leger verlaten. Hij gaat werken bij de Gemeentelijke Telefoondienst om het telefoonnet, dat door bombardementen kapot is gegaan, te repareren.</p>
<p>Jacob woont met zijn gezinnetje in de wijk Tussendijken aan de Kleine Visscherijstraat 63a. Op 10 november 1944, als Jacob 30 jaar is, vindt de razzia plaats. Jacob moet zich melden en een lange, zware reis begint. Hij laat zijn zwangere vrouw en dochter achter.</p>
<p><strong>De reis</strong></p>
<p>Jacob en andere Rotterdamse mannen worden op een boot vanuit de Merwehaven naar Zwolle gebracht. Vanaf Zwolle lopen ze naar Wezep. Daar ziet Jacob hoe drie mannen worden doodgeschoten na een mislukte poging om te vluchten. De reis gaat verder. Jacob wordt in een trein naar Duitsland gezet en komt op 24 november aan in Duisburg-Meiderich.</p>
<p><strong>Elke dag een strijd</strong></p>
<p>Daar verblijft hij met 50 andere mannen in een houten loods en worden ze aan het werk gezet. Maar Jacob werkt niet veel. Hij wordt ziek door voedselvergiftiging en moet aan zijn been geopereerd worden. Door de koude winter en de bombardementen van de geallieerden is er ook weinig werk. De mannen moeten vaak schuilen voor de bommen. “Iedere dag is een strijd van leven en dood” schrijft Jacob in zijn dagboek.</p>
<p><strong>Bevrijd</strong></p>
<p>In de eerste maanden van 1945 komen de geallieerde troepen steeds dichterbij. Dat is goed nieuws, maar het wordt ook steeds gevaarlijker door de vele bombardementen. Op 26 maart 1945 vluchten de Duitse bewakers. De mannen blijven achter zonder eten. Twee dagen later bevrijden Amerikaanse troepen Duisburg-Meiderich, en Jacob is vrij. Hij kan naar huis. Op 20 april komt Jacob aan in Eindhoven. Daar wacht hij totdat hij terug naar Rotterdam kan. Vanuit Eindhoven stuurt hij via het Rode Kruis een bericht naar zijn vrouw. Hij vraagt onder andere of hun kindje al geboren is. Jacob pakt zijn leven weer op. Uiteindelijk overlijdt hij op 21 maart 2000, hij is dan 85 jaar oud.</p>
<p><strong>De bron</strong></p>
<p>De foto is een portret van Jacob Polak, genomen op 10 november 1947 na de oorlog.</p><p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/themas/de-razzia-van-rotterdam-en-schiedam/portret-jacob-polak-nl-rtsa_273a_2017-51_0024.jpg" alt="" width="754" height="956" loading="lazy"></p><p>Het verhaal van de razzia in Rotterdam en Schiedam bestaat eigenlijk uit 52.000 persoonlijke verhalen van alle meegenomen mannen. Ieder van hen heeft iets anders meegemaakt. Eén van hen is Jacob Polak. Dit is zijn verhaal.</p>
<p><strong>Leven in Rotterdam</strong></p>
<p>Jacob wordt geboren in Rotterdam op 21 oktober 1914. In 1934 gaat hij, als hij 20 jaar is, in het leger. Op 10 mei 1940 vecht hij in Rotterdam tegen de Duitse soldaten. Nadat Nederland zich overgeeft, mag Jacob het leger verlaten. Hij gaat werken bij de Gemeentelijke Telefoondienst om het telefoonnet, dat door bombardementen kapot is gegaan, te repareren.</p>
<p>Jacob woont met zijn gezinnetje in de wijk Tussendijken aan de Kleine Visscherijstraat 63a. Op 10 november 1944, als Jacob 30 jaar is, vindt de razzia plaats. Jacob moet zich melden en een lange, zware reis begint. Hij laat zijn zwangere vrouw en dochter achter.</p>
<p><strong>De reis</strong></p>
<p>Jacob en andere Rotterdamse mannen worden op een boot vanuit de Merwehaven naar Zwolle gebracht. Vanaf Zwolle lopen ze naar Wezep. Daar ziet Jacob hoe drie mannen worden doodgeschoten na een mislukte poging om te vluchten. De reis gaat verder. Jacob wordt in een trein naar Duitsland gezet en komt op 24 november aan in Duisburg-Meiderich.</p>
<p><strong>Elke dag een strijd</strong></p>
<p>Daar verblijft hij met 50 andere mannen in een houten loods en worden ze aan het werk gezet. Maar Jacob werkt niet veel. Hij wordt ziek door voedselvergiftiging en moet aan zijn been geopereerd worden. Door de koude winter en de bombardementen van de geallieerden is er ook weinig werk. De mannen moeten vaak schuilen voor de bommen. “Iedere dag is een strijd van leven en dood” schrijft Jacob in zijn dagboek.</p>
<p><strong>Bevrijd</strong></p>
<p>In de eerste maanden van 1945 komen de geallieerde troepen steeds dichterbij. Dat is goed nieuws, maar het wordt ook steeds gevaarlijker door de vele bombardementen. Op 26 maart 1945 vluchten de Duitse bewakers. De mannen blijven achter zonder eten. Twee dagen later bevrijden Amerikaanse troepen Duisburg-Meiderich, en Jacob is vrij. Hij kan naar huis. Op 20 april komt Jacob aan in Eindhoven. Daar wacht hij totdat hij terug naar Rotterdam kan. Vanuit Eindhoven stuurt hij via het Rode Kruis een bericht naar zijn vrouw. Hij vraagt onder andere of hun kindje al geboren is. Jacob pakt zijn leven weer op. Uiteindelijk overlijdt hij op 21 maart 2000, hij is dan 85 jaar oud.</p>
<p><strong>De bron</strong></p>
<p>De foto is een portret van Jacob Polak, genomen op 10 november 1947 na de oorlog.</p>Kindertekening Arie Sneep2024-10-30T14:22:06+01:002024-10-30T14:22:06+01:00https://geschiedenislokaal010.nl/bronnen/kindertekening-arie-sneepWessel Verkerk<p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/themas/de-razzia-van-rotterdam-en-schiedam/nl-rtsa_273a_2011-1036_0028-kindertekening-arie-sneep.jpg" alt="" width="1250" height="965" loading="lazy"></p><p>Terwijl de mannen worden meegenomen met de razzia, blijven de gezinnen achter. Zij weten vaak niet hoe het met de mannen gaat en waar ze zijn. Andersom weten de mannen ook niet hoe het met hun geliefden gaat. Vaak horen ze wel dat het niet best was in Rotterdam. Ze horen over de hongersnood en de bevrijding die maar niet lijkt te komen. Dat maakt de mannen nerveus.</p>
<p><strong>Briefwisseling</strong></p>
<p>Brieven en kaarten die de mannen schrijven komen vaak niet aan. Er zijn wel mannen die als koerier werken. Wanneer zij brieven meenemen is de kans groter dat die goed aankomen. Ook zijn er gewonde mannen die naar huis mogen. Zij nemen soms brieven mee naar Rotterdam.</p>
<p><strong>De bron</strong></p>
<p>Jan Sneep schrijft meerdere brieven aan zijn vrouw Maartje en hun zonen Jan jr. en Arie. Hij sluit een brief af met <em>'wees sterk en verwijt je niets, het komt in orde!'</em>. Hij wilt zijn gezin geruststellen. Maartje schrijft terug en de kinderen sturen zelfgemaakte tekeningen op. Hiernaast is één van die tekeningen te zien.</p>
<p>De tekst leest: '<em>Papa dit heeft Arie getekend, dit is uw pasfoto'.</em></p><p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/themas/de-razzia-van-rotterdam-en-schiedam/nl-rtsa_273a_2011-1036_0028-kindertekening-arie-sneep.jpg" alt="" width="1250" height="965" loading="lazy"></p><p>Terwijl de mannen worden meegenomen met de razzia, blijven de gezinnen achter. Zij weten vaak niet hoe het met de mannen gaat en waar ze zijn. Andersom weten de mannen ook niet hoe het met hun geliefden gaat. Vaak horen ze wel dat het niet best was in Rotterdam. Ze horen over de hongersnood en de bevrijding die maar niet lijkt te komen. Dat maakt de mannen nerveus.</p>
<p><strong>Briefwisseling</strong></p>
<p>Brieven en kaarten die de mannen schrijven komen vaak niet aan. Er zijn wel mannen die als koerier werken. Wanneer zij brieven meenemen is de kans groter dat die goed aankomen. Ook zijn er gewonde mannen die naar huis mogen. Zij nemen soms brieven mee naar Rotterdam.</p>
<p><strong>De bron</strong></p>
<p>Jan Sneep schrijft meerdere brieven aan zijn vrouw Maartje en hun zonen Jan jr. en Arie. Hij sluit een brief af met <em>'wees sterk en verwijt je niets, het komt in orde!'</em>. Hij wilt zijn gezin geruststellen. Maartje schrijft terug en de kinderen sturen zelfgemaakte tekeningen op. Hiernaast is één van die tekeningen te zien.</p>
<p>De tekst leest: '<em>Papa dit heeft Arie getekend, dit is uw pasfoto'.</em></p>Dwangarbeiders keren terug uit Duitsland2024-10-30T14:16:51+01:002024-10-30T14:16:51+01:00https://geschiedenislokaal010.nl/bronnen/dwangarbeiders-keren-terug-uit-duitslandWessel Verkerk<p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/themas/de-razzia-van-rotterdam-en-schiedam/nl-rtsa_4282_xxxiii-654-aankomst-dwangarbeiders.jpg" alt="" width="1600" height="1016" loading="lazy"></p><p>Nadat nazi-Duitsland verslagen is en de Tweede Wereldoorlog in Europa voorbij is, keren de meeste mannen weer terug naar Nederland. Veel van hen zitten onder de luizen of zijn ziek. De weg naar huis duurt voor sommige mannen wel maanden.</p>
<p><strong>Geen warm welkom</strong></p>
<p>Eenmaal terug in Rotterdam blijken veel mannen gewond of getraumatiseerd. Ook krijgen ze niet allemaal een warm welkom. <em>‘Waarom ben je dan gegaan?’</em> krijgen de mannen vaak te horen. Daarnaast zaten de achterblijvers ook niet te wachten op hun verhalen. De gezinnen in Rotterdam hadden het ook slecht gehad. De focus lag op de wederopbouw en de toekomst. Wat was gebeurd, was gebeurd.</p>
<p><strong>Trauma</strong></p>
<p>Dit alles heeft ervoor gezorgd dat er weinig over de razzia is gesproken. Veel mannen hebben een trauma opgelopen. Veel verhalen over de razzia die we nu kennen, zijn pas jaren later het eerst gedeeld of opgeschreven.</p>
<p><strong>De bron</strong></p>
<p>De foto, gemaakt door H. Langelaar, toont de terugkomst van dwangarbeiders. Ze komen aan op het plein voor Station Delftse Poort, de voorloper van Rotterdam Centraal. De foto is genomen op 2 juni 1945, nog geen maand na de bevrijding.</p><p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/themas/de-razzia-van-rotterdam-en-schiedam/nl-rtsa_4282_xxxiii-654-aankomst-dwangarbeiders.jpg" alt="" width="1600" height="1016" loading="lazy"></p><p>Nadat nazi-Duitsland verslagen is en de Tweede Wereldoorlog in Europa voorbij is, keren de meeste mannen weer terug naar Nederland. Veel van hen zitten onder de luizen of zijn ziek. De weg naar huis duurt voor sommige mannen wel maanden.</p>
<p><strong>Geen warm welkom</strong></p>
<p>Eenmaal terug in Rotterdam blijken veel mannen gewond of getraumatiseerd. Ook krijgen ze niet allemaal een warm welkom. <em>‘Waarom ben je dan gegaan?’</em> krijgen de mannen vaak te horen. Daarnaast zaten de achterblijvers ook niet te wachten op hun verhalen. De gezinnen in Rotterdam hadden het ook slecht gehad. De focus lag op de wederopbouw en de toekomst. Wat was gebeurd, was gebeurd.</p>
<p><strong>Trauma</strong></p>
<p>Dit alles heeft ervoor gezorgd dat er weinig over de razzia is gesproken. Veel mannen hebben een trauma opgelopen. Veel verhalen over de razzia die we nu kennen, zijn pas jaren later het eerst gedeeld of opgeschreven.</p>
<p><strong>De bron</strong></p>
<p>De foto, gemaakt door H. Langelaar, toont de terugkomst van dwangarbeiders. Ze komen aan op het plein voor Station Delftse Poort, de voorloper van Rotterdam Centraal. De foto is genomen op 2 juni 1945, nog geen maand na de bevrijding.</p>Magere kinderen tijdens de Hongerwinter2024-10-30T14:11:28+01:002024-10-30T14:11:28+01:00https://geschiedenislokaal010.nl/bronnen/magere-kinderen-tijdens-de-hongerwinterWessel Verkerk<p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/themas/de-razzia-van-rotterdam-en-schiedam/nl-rtsa_4282_1971-2181-vermagerde-kinderen-hongerwinter.jpg" alt="" width="1383" height="1200" loading="lazy"></p><p>In de winter van 1944-1945 is in Rotterdam en andere Nederlandse steden steeds minder te eten. Dat komt door een tekort aan brandstof voor de industrie, de spoorwegstaking en Duitse blokkades op de Nederlandse wegen. Daarnaast neemt de Duitse bezetter van alles mee. Denk aan auto’s, machines, gereedschap en ook voedsel en brandstof. De Hongerwinter in Nederland is een feit.</p>
<p><strong>Hongertochten</strong></p>
<p>Omdat er bijna niets meer te eten is, gaan veel achtergebleven vrouwen en kinderen uit Rotterdam op hongertocht naar het platteland. Ze lopen naar de Zuid-Hollandse eilanden, maar ook naar Drenthe en Overijssel.</p>
<p>Wim (13 jaar) gaat op zoek naar eten samen met zijn zus Lies (18 jaar):</p>
<p><em>‘We moesten lopen, er zat niets anders op. We hadden zelfs geen fietsen meer omdat we die hadden moeten inleveren bij de Duitsers. […] Het leek wel of iedereen onderweg was om voedsel te zoeken. Mensen op fietsen zonder banden, mensen met handkarren, met kinderwagens, met koffers. Mannen, vrouwen, kinderen, iedereen hoopte bij een boer of bij familie in een dorp eten te krijgen.’</em></p>
<p><strong>Na de bevrijding</strong></p>
<p>Tussen januari 1945 en de bevrijding sterven in Rotterdam 2.448 mensen van de honger. Het duurt lang voordat voedselvoorraden weer aangevuld worden. In april en mei vinden de eerste <em>voedseldroppings</em> plaats. De geallieerden gooien voedselpakketten vanuit vliegtuigen over weilanden in de Rotterdamse omgeving. . Na de komst van de geallieerde grondtroepen worden de voedselvoorraden weer aangevuld.</p>
<p><strong>De bron</strong></p>
<p>Op deze foto zijn vier vermagerde kinderen uit Rotterdam te zien. De foto is gemaakt door fotograaf Bob van Rhijn tijdens de Hongerwinter.</p><p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/themas/de-razzia-van-rotterdam-en-schiedam/nl-rtsa_4282_1971-2181-vermagerde-kinderen-hongerwinter.jpg" alt="" width="1383" height="1200" loading="lazy"></p><p>In de winter van 1944-1945 is in Rotterdam en andere Nederlandse steden steeds minder te eten. Dat komt door een tekort aan brandstof voor de industrie, de spoorwegstaking en Duitse blokkades op de Nederlandse wegen. Daarnaast neemt de Duitse bezetter van alles mee. Denk aan auto’s, machines, gereedschap en ook voedsel en brandstof. De Hongerwinter in Nederland is een feit.</p>
<p><strong>Hongertochten</strong></p>
<p>Omdat er bijna niets meer te eten is, gaan veel achtergebleven vrouwen en kinderen uit Rotterdam op hongertocht naar het platteland. Ze lopen naar de Zuid-Hollandse eilanden, maar ook naar Drenthe en Overijssel.</p>
<p>Wim (13 jaar) gaat op zoek naar eten samen met zijn zus Lies (18 jaar):</p>
<p><em>‘We moesten lopen, er zat niets anders op. We hadden zelfs geen fietsen meer omdat we die hadden moeten inleveren bij de Duitsers. […] Het leek wel of iedereen onderweg was om voedsel te zoeken. Mensen op fietsen zonder banden, mensen met handkarren, met kinderwagens, met koffers. Mannen, vrouwen, kinderen, iedereen hoopte bij een boer of bij familie in een dorp eten te krijgen.’</em></p>
<p><strong>Na de bevrijding</strong></p>
<p>Tussen januari 1945 en de bevrijding sterven in Rotterdam 2.448 mensen van de honger. Het duurt lang voordat voedselvoorraden weer aangevuld worden. In april en mei vinden de eerste <em>voedseldroppings</em> plaats. De geallieerden gooien voedselpakketten vanuit vliegtuigen over weilanden in de Rotterdamse omgeving. . Na de komst van de geallieerde grondtroepen worden de voedselvoorraden weer aangevuld.</p>
<p><strong>De bron</strong></p>
<p>Op deze foto zijn vier vermagerde kinderen uit Rotterdam te zien. De foto is gemaakt door fotograaf Bob van Rhijn tijdens de Hongerwinter.</p>Deportatie mannen2024-10-30T14:08:53+01:002024-10-30T14:08:53+01:00https://geschiedenislokaal010.nl/bronnen/deportatie-mannenWessel Verkerk<p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/themas/de-razzia-van-rotterdam-en-schiedam/nl-rtsa_4156_1980-5494-razzia-grimeijer.jpg" alt="" width="1600" height="1071" loading="lazy"></p><p><strong>Weggevoerd en meegenomen</strong></p>
<p>Op 10 en 11 november 1944 lopen duizenden mannen door de straten. Ze zijn opgepakt door de Duitse bezetter voor de arbeidsinzet. De mannen hebben dekens, warme kleding en eten voor één dag bij zich. Ze weten niet waar ze heengaan en wanneer zij weer terugkomen. Sommigen van hen keren pas maanden later weer terug naar huis. Anderen keren nooit meer terug. Zij komen om door geallieerde bombardementen, honger, (besmettelijke) ziekten, of worden doodgeschoten.</p>
<p><strong>De bron</strong></p>
<p>Op 10 november trekt een lange stoet mannen door de Burgemeester Le Fèvre de Montignylaan in Hillegersberg. Bewoner Ferdinand Grimeijer ziet de mannen voorbijkomen en maakt een paar foto’s vanuit zijn slaapkamerraam. Hiernaast is er één te zien. De foto’s maakte hij in het geheim, want je mocht geen foto’s maken zonder toestemming van de bezetter. Daarom zijn er ook maar weinig beelden van de razzia. Mensen waren bang voor Duitse wraakacties. Dit maakt de foto’s van Ferdinand Grimeijer erg speciaal.</p><p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/themas/de-razzia-van-rotterdam-en-schiedam/nl-rtsa_4156_1980-5494-razzia-grimeijer.jpg" alt="" width="1600" height="1071" loading="lazy"></p><p><strong>Weggevoerd en meegenomen</strong></p>
<p>Op 10 en 11 november 1944 lopen duizenden mannen door de straten. Ze zijn opgepakt door de Duitse bezetter voor de arbeidsinzet. De mannen hebben dekens, warme kleding en eten voor één dag bij zich. Ze weten niet waar ze heengaan en wanneer zij weer terugkomen. Sommigen van hen keren pas maanden later weer terug naar huis. Anderen keren nooit meer terug. Zij komen om door geallieerde bombardementen, honger, (besmettelijke) ziekten, of worden doodgeschoten.</p>
<p><strong>De bron</strong></p>
<p>Op 10 november trekt een lange stoet mannen door de Burgemeester Le Fèvre de Montignylaan in Hillegersberg. Bewoner Ferdinand Grimeijer ziet de mannen voorbijkomen en maakt een paar foto’s vanuit zijn slaapkamerraam. Hiernaast is er één te zien. De foto’s maakte hij in het geheim, want je mocht geen foto’s maken zonder toestemming van de bezetter. Daarom zijn er ook maar weinig beelden van de razzia. Mensen waren bang voor Duitse wraakacties. Dit maakt de foto’s van Ferdinand Grimeijer erg speciaal.</p>Affiche "ook zoo tevreden"2024-10-30T14:03:25+01:002024-10-30T14:03:25+01:00https://geschiedenislokaal010.nl/bronnen/affiche-ook-zoo-tevredenWessel Verkerk<p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/themas/de-razzia-van-rotterdam-en-schiedam/affiche-ook-zoo-tevreden.jpg" alt="" width="883" height="1200" loading="lazy"></p><p>Tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft nazi-Duitsland een groot arbeidstekort. Miljoenen Duitse mannen vechten in het leger. Om de fabrieken en kantoren draaiende te houden doet nazi-Duitsland er alles aan de Duitse burgers aan het werk te krijgen. Het blijkt niet genoeg.</p>
<p><strong>Arbeidsinzet</strong></p>
<p>Al snel worden mannen en vrouwen in de door Duitsland bezette gebieden opgetrommeld om te werken in nazi-Duitsland. De arbeidsinzet, <em>Arbeidseinsatz</em> in het Duits, is in volle gang.</p>
<p>In totaal worden tijdens de oorlog 8 à 10 miljoen burgers uit heel Europa tewerkgesteld in nazi-Duitsland. Daarbij gaat het om mannen en vrouwen. De eerste jaren van de Tweede Wereldoorlog is de arbeidsinzet vrijwillig, later onder dwang. In Nederland worden ruim een half miljoen mensen weggevoerd naar nazi-Duitsland. Bijna 100.000 van hen zijn Rotterdammers.</p>
<p><strong>Propaganda</strong></p>
<p>Om Nederlanders aan het werk te krijgen in nazi-Duitsland verschijnt er propaganda. Propaganda is het maken van reclame voor bepaalde denkbeelden (dus niet voor producten), bijvoorbeeld voor een politieke partij. Affiches zoals hiernaast verschijnen op straat.</p>
<p><strong>Razzia’s</strong></p>
<p>Vanaf maart 1942 worden Nederlanders onder dwang naar plaatsen in Nederland en Duitsland gestuurd. Eerst richt de Duitse bezetter zich op arbeidskrachten in bedrijven. Later vanaf juni 1944 op alle mannen. Er worden razzia’s gehouden om deze mannen naar Duitsland te brengen.</p>
<p><strong>De bron</strong></p>
<p>De bron is een poster uit 1942. Er staat: <em>'Ook zoo tevreden? Hij werkt in Duitschland. Meldt u aan bij het gewestelijke arbeidsbureau.'</em></p><p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/themas/de-razzia-van-rotterdam-en-schiedam/affiche-ook-zoo-tevreden.jpg" alt="" width="883" height="1200" loading="lazy"></p><p>Tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft nazi-Duitsland een groot arbeidstekort. Miljoenen Duitse mannen vechten in het leger. Om de fabrieken en kantoren draaiende te houden doet nazi-Duitsland er alles aan de Duitse burgers aan het werk te krijgen. Het blijkt niet genoeg.</p>
<p><strong>Arbeidsinzet</strong></p>
<p>Al snel worden mannen en vrouwen in de door Duitsland bezette gebieden opgetrommeld om te werken in nazi-Duitsland. De arbeidsinzet, <em>Arbeidseinsatz</em> in het Duits, is in volle gang.</p>
<p>In totaal worden tijdens de oorlog 8 à 10 miljoen burgers uit heel Europa tewerkgesteld in nazi-Duitsland. Daarbij gaat het om mannen en vrouwen. De eerste jaren van de Tweede Wereldoorlog is de arbeidsinzet vrijwillig, later onder dwang. In Nederland worden ruim een half miljoen mensen weggevoerd naar nazi-Duitsland. Bijna 100.000 van hen zijn Rotterdammers.</p>
<p><strong>Propaganda</strong></p>
<p>Om Nederlanders aan het werk te krijgen in nazi-Duitsland verschijnt er propaganda. Propaganda is het maken van reclame voor bepaalde denkbeelden (dus niet voor producten), bijvoorbeeld voor een politieke partij. Affiches zoals hiernaast verschijnen op straat.</p>
<p><strong>Razzia’s</strong></p>
<p>Vanaf maart 1942 worden Nederlanders onder dwang naar plaatsen in Nederland en Duitsland gestuurd. Eerst richt de Duitse bezetter zich op arbeidskrachten in bedrijven. Later vanaf juni 1944 op alle mannen. Er worden razzia’s gehouden om deze mannen naar Duitsland te brengen.</p>
<p><strong>De bron</strong></p>
<p>De bron is een poster uit 1942. Er staat: <em>'Ook zoo tevreden? Hij werkt in Duitschland. Meldt u aan bij het gewestelijke arbeidsbureau.'</em></p>Het bevel2024-10-30T13:55:32+01:002024-10-30T13:55:32+01:00https://geschiedenislokaal010.nl/bronnen/het-bevelWessel Verkerk<p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/themas/de-razzia-van-rotterdam-en-schiedam/2.-bevel-razzia.jpg" alt="" width="991" height="700" loading="lazy"></p><p>Op 10 november 1944 ontvangen duizenden Rotterdammers het papiertje met het woord BEVEL. Het bericht is duidelijk. Alle mannen tussen de 17 en 40 jaar moeten op straat gaan staan. Ze moeten warme kleding, dekens, bestek en boterhammen voor één dag meenemen. Alle andere bewoners, ook vrouwen en kinderen, moeten in huis blijven tot de actie klaar is. Dit is het begin van Aktion Rosenstock, de Duitse codenaam voor de razzia van Rotterdam en Schiedam.</p>
<p><strong>Ontsnappen?</strong></p>
<p>Mannen die zich niet melden en later alsnog gevonden worden, zullen worden gestraft. Onderaan het bericht staat: <em>'Op hen, die pogen te ontvluchten of weerstand te bieden, zal worden geschoten.'</em></p>
<p>De Duitse bezetter wil niet dat de mannen ontsnappen. Daarom hebben 8.000 Duitse soldaten pleinen, bruggen en wegen afgezet. Het openbaar vervoer is stilgelegd en de telefoonlijnen zijn geblokkeerd.</p>
<p><strong>Toch mee</strong></p>
<p>Uit angst om neergeschoten of verraden te worden gaan de meeste mannen toch mee. Voor velen is het onmogelijk om onder te duiken. <span class="cf0">Veel mannen leven met grote gezinnen in kleine huizen. Er is dan geen plek om je te verstoppen. </span>52.000 van de 70.000 opgeroepen mannen worden meegenomen.</p>
<p><strong>De bron</strong></p>
<p>De bron toont het bevel die de Duitse bezetter in Rotterdam en Schiedam had verspreid.</p><p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/themas/de-razzia-van-rotterdam-en-schiedam/2.-bevel-razzia.jpg" alt="" width="991" height="700" loading="lazy"></p><p>Op 10 november 1944 ontvangen duizenden Rotterdammers het papiertje met het woord BEVEL. Het bericht is duidelijk. Alle mannen tussen de 17 en 40 jaar moeten op straat gaan staan. Ze moeten warme kleding, dekens, bestek en boterhammen voor één dag meenemen. Alle andere bewoners, ook vrouwen en kinderen, moeten in huis blijven tot de actie klaar is. Dit is het begin van Aktion Rosenstock, de Duitse codenaam voor de razzia van Rotterdam en Schiedam.</p>
<p><strong>Ontsnappen?</strong></p>
<p>Mannen die zich niet melden en later alsnog gevonden worden, zullen worden gestraft. Onderaan het bericht staat: <em>'Op hen, die pogen te ontvluchten of weerstand te bieden, zal worden geschoten.'</em></p>
<p>De Duitse bezetter wil niet dat de mannen ontsnappen. Daarom hebben 8.000 Duitse soldaten pleinen, bruggen en wegen afgezet. Het openbaar vervoer is stilgelegd en de telefoonlijnen zijn geblokkeerd.</p>
<p><strong>Toch mee</strong></p>
<p>Uit angst om neergeschoten of verraden te worden gaan de meeste mannen toch mee. Voor velen is het onmogelijk om onder te duiken. <span class="cf0">Veel mannen leven met grote gezinnen in kleine huizen. Er is dan geen plek om je te verstoppen. </span>52.000 van de 70.000 opgeroepen mannen worden meegenomen.</p>
<p><strong>De bron</strong></p>
<p>De bron toont het bevel die de Duitse bezetter in Rotterdam en Schiedam had verspreid.</p>Stadion Feijenoord als verzamelplaats tijdens de razzia2024-10-30T13:45:10+01:002024-10-30T13:45:10+01:00https://geschiedenislokaal010.nl/bronnen/feyenoord-stadion-als-verzamelplaatsWessel Verkerk<p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/bronnen/373/stadion-feijenoord.jpg" alt="" width="2403" height="1548" loading="lazy"></p><p>De razzia is door de Duitse bezetter tot in detail uitgedacht. De stad wordt afgesloten en alle mannen worden verzameld per buurt of per straat. Daarna worden ze naar grotere verzamelplaatsen gebracht, verspreid over de stad.</p>
<p><strong>Bij elkaar blijven</strong></p>
<p>Onderweg of bij de verzamelplaatsen komen de sommige opgepakte mannen al snel bekenden tegen. Anderen zijn samen met hun broer of zwager opgepakt. De mannen blijven vaak bij elkaar, soms ook om op een jongere te letten. Ze hebben steun aan elkaar en voelen zich beschermd.</p>
<p><strong>Stadion Feijenoord</strong></p>
<p>In Rotterdam zijn er 11 grote verzamelplaatsen. Bijvoorbeeld het Nenijto terrein in Blijdorp, de pakhuizen aan de Lek- en Keilehaven in Mathenesse, de Marinierskazerne aan het Toepad in Kralingen en het (toen) nieuwe Stadion Feijenoord op Zuid.</p>
<p>Stadion Feijnoord is de grootste verzamelplek. Het grasveld waar normaal op gevoetbald wordt, is nu de plek waar honderden mannen hun lot afwachten. Niemand weet wat er gaat gebeuren. Voor de mannen die de arbeidsinzet overleven krijgt het voetbalstadion een andere betekenis. Het herinnert ze voor altijd aan de razzia.</p>
<p><strong>De bron</strong></p>
<p>Hiernaast is een foto te zien van Stadion Feijenoord. De foto is gemaakt in 1938. Het stadion is in 1937 geopend.</p><p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/bronnen/373/stadion-feijenoord.jpg" alt="" width="2403" height="1548" loading="lazy"></p><p>De razzia is door de Duitse bezetter tot in detail uitgedacht. De stad wordt afgesloten en alle mannen worden verzameld per buurt of per straat. Daarna worden ze naar grotere verzamelplaatsen gebracht, verspreid over de stad.</p>
<p><strong>Bij elkaar blijven</strong></p>
<p>Onderweg of bij de verzamelplaatsen komen de sommige opgepakte mannen al snel bekenden tegen. Anderen zijn samen met hun broer of zwager opgepakt. De mannen blijven vaak bij elkaar, soms ook om op een jongere te letten. Ze hebben steun aan elkaar en voelen zich beschermd.</p>
<p><strong>Stadion Feijenoord</strong></p>
<p>In Rotterdam zijn er 11 grote verzamelplaatsen. Bijvoorbeeld het Nenijto terrein in Blijdorp, de pakhuizen aan de Lek- en Keilehaven in Mathenesse, de Marinierskazerne aan het Toepad in Kralingen en het (toen) nieuwe Stadion Feijenoord op Zuid.</p>
<p>Stadion Feijnoord is de grootste verzamelplek. Het grasveld waar normaal op gevoetbald wordt, is nu de plek waar honderden mannen hun lot afwachten. Niemand weet wat er gaat gebeuren. Voor de mannen die de arbeidsinzet overleven krijgt het voetbalstadion een andere betekenis. Het herinnert ze voor altijd aan de razzia.</p>
<p><strong>De bron</strong></p>
<p>Hiernaast is een foto te zien van Stadion Feijenoord. De foto is gemaakt in 1938. Het stadion is in 1937 geopend.</p>Tekening spoorbrug in Duitsland2024-10-30T14:30:13+01:002024-10-30T14:30:13+01:00https://geschiedenislokaal010.nl/bronnen/tekening-spoorbrug-in-duitslandWessel Verkerk<p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/themas/de-razzia-van-rotterdam-en-schiedam/uit-brief-van-polak.jpg" alt="" width="1441" height="1200" loading="lazy"></p><p>Arbeidsinzet was een vorm van slavernij. Tijdens de Tweede Wereldoorlog worden jonge mannen uit bezette gebieden gedwongen om in nazi-Duitsland te werken. Zij vervangen de Duitse mannen die het leger in gaan. De meeste dwangarbeiders komen in kampen in het Duitse Ruhrgebied terecht.</p>
<p><strong>De situatie in de kampen</strong></p>
<p>De situatie in de kampen is vaak zeer slecht. De winter van 1944-1945 is heel koud (soms vriest het 18-20 graden onder 0), er is een tekort aan voedsel, er zijn geen matrassen, dekens of goede wc’s en er zijn overal luizen en ongedierte. Ook zijn er niet genoeg kleding en schoenen.</p>
<p><strong>Het werk</strong></p>
<p>Het werk is zwaar en onveilig. Het zijn lange dagen in slechte weersomstandigheden. Daarnaast moeten de mannen lang lopen, soms twee uur, op slechte schoenen. De mannen doen werk als puin en bunkers bouwen.</p>
<p>Bram de Lange schrijft het volgende:</p>
<p><em>'Later moest ik ’s nachts, bij min 30 graden, in een kolenbunker werken om de locomotieven van kolen te voorzien. Ik had onvoldoende kleding en mijn handen vroren vast aan de stalen kiepkarren.'</em></p>
<p><strong>Angst voor bommen</strong></p>
<p>Dat de geallieerden constant luchtaanvallen uitvoeren en de Duitse gebieden bombarderen, maakt het extra gevaarlijk. De dwangarbeiders mogen vaak geen gebruik maken van de schuilkelders die door de Duitsers worden gebruikt.</p>
<p><strong>De bron</strong></p>
<p>De bron is een tekening gemaakt door de 30-jarige Jacob Polak op 10 januari 1945. Het is een tekening van een van de vier bruggen over het Rhein-Herne kanaal bij Duisburg in Duitsland. Daar is Jacob samen met 50 andere Rotterdammers naartoe gevoerd. In de ochtend van 28 maart 1945 worden alle vier de bruggen opgeblazen door de geallieerden. Later die dag zijn Jacob en de andere mannen bevrijd.</p><p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/themas/de-razzia-van-rotterdam-en-schiedam/uit-brief-van-polak.jpg" alt="" width="1441" height="1200" loading="lazy"></p><p>Arbeidsinzet was een vorm van slavernij. Tijdens de Tweede Wereldoorlog worden jonge mannen uit bezette gebieden gedwongen om in nazi-Duitsland te werken. Zij vervangen de Duitse mannen die het leger in gaan. De meeste dwangarbeiders komen in kampen in het Duitse Ruhrgebied terecht.</p>
<p><strong>De situatie in de kampen</strong></p>
<p>De situatie in de kampen is vaak zeer slecht. De winter van 1944-1945 is heel koud (soms vriest het 18-20 graden onder 0), er is een tekort aan voedsel, er zijn geen matrassen, dekens of goede wc’s en er zijn overal luizen en ongedierte. Ook zijn er niet genoeg kleding en schoenen.</p>
<p><strong>Het werk</strong></p>
<p>Het werk is zwaar en onveilig. Het zijn lange dagen in slechte weersomstandigheden. Daarnaast moeten de mannen lang lopen, soms twee uur, op slechte schoenen. De mannen doen werk als puin en bunkers bouwen.</p>
<p>Bram de Lange schrijft het volgende:</p>
<p><em>'Later moest ik ’s nachts, bij min 30 graden, in een kolenbunker werken om de locomotieven van kolen te voorzien. Ik had onvoldoende kleding en mijn handen vroren vast aan de stalen kiepkarren.'</em></p>
<p><strong>Angst voor bommen</strong></p>
<p>Dat de geallieerden constant luchtaanvallen uitvoeren en de Duitse gebieden bombarderen, maakt het extra gevaarlijk. De dwangarbeiders mogen vaak geen gebruik maken van de schuilkelders die door de Duitsers worden gebruikt.</p>
<p><strong>De bron</strong></p>
<p>De bron is een tekening gemaakt door de 30-jarige Jacob Polak op 10 januari 1945. Het is een tekening van een van de vier bruggen over het Rhein-Herne kanaal bij Duisburg in Duitsland. Daar is Jacob samen met 50 andere Rotterdammers naartoe gevoerd. In de ochtend van 28 maart 1945 worden alle vier de bruggen opgeblazen door de geallieerden. Later die dag zijn Jacob en de andere mannen bevrijd.</p>Tabak reclame van Van Nelle voor de Indonesische markt2023-06-21T14:28:56+02:002023-06-21T14:28:56+02:00https://geschiedenislokaal010.nl/bronnen/tabak-reclame-van-van-nelle-voor-de-indonesische-marktWessel Verkerk<p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/affiche-van-nelle---tabak-nl-rtsa_4006_x-0000-0614-01.jpg" alt="" width="800" height="615" loading="lazy"></p><p><strong>"de allerbeste"</strong></p>
<p>Deze bron is een reclameposter van Van Nelle en is gericht op de Indonesische markt. Dit is te zien aan de teksten en woorden als <em>'tembaco'</em>, <em>'njang paling baik'</em> en<em> 'djaga barang tiroean'</em> wat Indonesisch is voor <em>'tabak'</em>, <em>'de allerbeste'</em> en <em>'wacht u voor namaak'</em>. Van Nelle is een Rotterdamse fabrikant van tabak, thee en koffie en groeit rond 1900 uit tot een van de grootste bedrijven in Rotterdam. Zo sticht Van Nelle eigen plantages in Nederlands-Indië (Indonesië) en bouwt het de bekende Van Nelle fabriek tussen 1927 en 1929. Deze poster is gemaakt tussen 1930 en 1935.</p>
<p><strong>"wacht u voor namaak"</strong></p>
<p>Met de tekst "wacht u voor namaak" wordt het publiek eigenlijk gewaarschuwd voor mogelijke neppe producten. De producten van Van Nelle zijn waarschijnlijk erg gewild. Dit heeft als gevolg dat andere mensen daar misbruik van willen maken en zo met namaak producten komen die op de producten van Van Nelle lijken. Rechts op de poster wordt dus precies getoond hoe de tabakspakketten van Van Nelle eruit zien. De verkoop van namaak producten gebeurt vandaag nog steeds in bijvoorbeeld de kledinghandel of met elektronische apparaten via goedkope websites.</p>
<p><strong>Verheerlijking van het kolonialisme</strong></p>
<p>Alhoewel de bron op het eerste gezicht op een doodgewone reclameposter lijkt, laat het belangrijke informatie over het koloniale verleden van Nederland zien. </p>
<p>Ten eerste lijkt iedereen op de poster blij. Dat is natuurlijk omdat het een reclame is; een reclame met verdrietige mensen zou niet goed werken. Echter doen de blije mensen blijken alsof de Nederlandse aanwezigheid in Nederlands-Indië iets goeds is waar iedereen mee instemt. In werkelijkheid is dit niet het geval. Veel inwoners van Nederlands-Indië verlangen naar onafhankelijkheid en verzetten zich tegen de Nederlanders. Het beeld op de poster is dus geromantiseerd. Het kan als een verheerlijking van het kolonialisme gezien worden.</p>
<p>Ten tweede staan alle mensen van verschillende afkomsten naast elkaar en lijken ze gelijk aan elkaar. Maar was dit ook zo? De Nederlanders hanteerden een machtstructuur gebaseerd ras en afkomst. Simpel gezegd stonden de witte Europeanen bovenaan. Daarna volgden Indo's (of Indo-Europeanen) samen met Japanners en Chinezen. Onderaan stonden de zogenoemde <em>"inlanders",</em> mensen van volledig Indonesische afkomst. En dergelijk plaatje als op de poster zou je in het echt toentertijd dus niet zo gauw zien.</p><p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/affiche-van-nelle---tabak-nl-rtsa_4006_x-0000-0614-01.jpg" alt="" width="800" height="615" loading="lazy"></p><p><strong>"de allerbeste"</strong></p>
<p>Deze bron is een reclameposter van Van Nelle en is gericht op de Indonesische markt. Dit is te zien aan de teksten en woorden als <em>'tembaco'</em>, <em>'njang paling baik'</em> en<em> 'djaga barang tiroean'</em> wat Indonesisch is voor <em>'tabak'</em>, <em>'de allerbeste'</em> en <em>'wacht u voor namaak'</em>. Van Nelle is een Rotterdamse fabrikant van tabak, thee en koffie en groeit rond 1900 uit tot een van de grootste bedrijven in Rotterdam. Zo sticht Van Nelle eigen plantages in Nederlands-Indië (Indonesië) en bouwt het de bekende Van Nelle fabriek tussen 1927 en 1929. Deze poster is gemaakt tussen 1930 en 1935.</p>
<p><strong>"wacht u voor namaak"</strong></p>
<p>Met de tekst "wacht u voor namaak" wordt het publiek eigenlijk gewaarschuwd voor mogelijke neppe producten. De producten van Van Nelle zijn waarschijnlijk erg gewild. Dit heeft als gevolg dat andere mensen daar misbruik van willen maken en zo met namaak producten komen die op de producten van Van Nelle lijken. Rechts op de poster wordt dus precies getoond hoe de tabakspakketten van Van Nelle eruit zien. De verkoop van namaak producten gebeurt vandaag nog steeds in bijvoorbeeld de kledinghandel of met elektronische apparaten via goedkope websites.</p>
<p><strong>Verheerlijking van het kolonialisme</strong></p>
<p>Alhoewel de bron op het eerste gezicht op een doodgewone reclameposter lijkt, laat het belangrijke informatie over het koloniale verleden van Nederland zien. </p>
<p>Ten eerste lijkt iedereen op de poster blij. Dat is natuurlijk omdat het een reclame is; een reclame met verdrietige mensen zou niet goed werken. Echter doen de blije mensen blijken alsof de Nederlandse aanwezigheid in Nederlands-Indië iets goeds is waar iedereen mee instemt. In werkelijkheid is dit niet het geval. Veel inwoners van Nederlands-Indië verlangen naar onafhankelijkheid en verzetten zich tegen de Nederlanders. Het beeld op de poster is dus geromantiseerd. Het kan als een verheerlijking van het kolonialisme gezien worden.</p>
<p>Ten tweede staan alle mensen van verschillende afkomsten naast elkaar en lijken ze gelijk aan elkaar. Maar was dit ook zo? De Nederlanders hanteerden een machtstructuur gebaseerd ras en afkomst. Simpel gezegd stonden de witte Europeanen bovenaan. Daarna volgden Indo's (of Indo-Europeanen) samen met Japanners en Chinezen. Onderaan stonden de zogenoemde <em>"inlanders",</em> mensen van volledig Indonesische afkomst. En dergelijk plaatje als op de poster zou je in het echt toentertijd dus niet zo gauw zien.</p>Opening Hilton Hotel2023-05-24T14:22:51+02:002023-05-24T14:22:51+02:00https://geschiedenislokaal010.nl/bronnen/opening-hilton-hotelWessel Verkerk<p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/nl-rtsa_4282_1977-1956.jpg" alt="" width="1552" height="1200" loading="lazy"></p><p>Op 30 mei 1963 wordt het Hilton Hotel Rotterdam aan het Weena officieel geopend. De grote baas uit Amerika is er ook bij. Conrad N. Hilton (1887-1979), de stichter van de hotelketen, is op tournee langs een aantal van zijn nieuwe hotels. Op zijn programma staan onder meer Brussel, Parijs, Rome én Rotterdam.</p>
<p><strong>Niet zijn eerse bezoek</strong></p>
<p>Het is niet Hiltons eerste bezoek aan de Maasstad. In december 1958 is hij ook een uurtje in Rotterdam. Hij bezit op dat moment ruim dertig hotels in de Verenigde Staten en een stuk of tien in de rest van de wereld. Dat moeten er nog meer worden. Eerder die dag heeft hij de contracten getekend voor een Hilton Hotel in Amsterdam. Er zijn dan ook al plannen voor een vestiging in Rotterdam. Alleen de financiering is nog een obstakel. Mede dankzij financiële steun van de gemeente wordt dit enkele maanden later opgelost.</p>
<p><strong>De bouw van de vestiging in Rotterdam</strong></p>
<p>In 1960 begint de bouw van de Hilto vestiging in Rotterdam. Voor het ontwerp tekent de architect Huig Maaskant, die eerder het Groothandelsgebouw ontwierp. Maaskants hotelgebouw bestaat uit twee delen: een onderbouw van twee verdiepingen met daarboven een kleinere rechthoekige bovenbouw van acht verdiepingen. In de onderbouw liggen de werkvertrekken, zoals keukens, machinekamers, personeelsruimten, linnenkamer, maar ook de grote zalen, de entrees en enkele winkels aan de Weena-zijde. In de bovenbouw bevinden zich de hotelkamers met in totaal 500 bedden. Op de bovenste etage is de presidentssuite met uitzicht over de Coolsingel en het Hofplein.</p>
<p><strong>De opening</strong></p>
<p>De opening van het hotel op 30 mei 1963 verloopt zoals de tewaterlating van een schip. Mevrouw J.M. van Walsum-Quispel, de vrouw van de Rotterdamse burgemeester, doopt het gebouw met een fles champagne. Daarna laat Conrad Hilton een eeuwenoud anker zakken op de stoep voor het pand. Om het maritieme karakter van de plechtigheid te benadrukken klinkt enkele keren een scheepsfluit.</p><p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/nl-rtsa_4282_1977-1956.jpg" alt="" width="1552" height="1200" loading="lazy"></p><p>Op 30 mei 1963 wordt het Hilton Hotel Rotterdam aan het Weena officieel geopend. De grote baas uit Amerika is er ook bij. Conrad N. Hilton (1887-1979), de stichter van de hotelketen, is op tournee langs een aantal van zijn nieuwe hotels. Op zijn programma staan onder meer Brussel, Parijs, Rome én Rotterdam.</p>
<p><strong>Niet zijn eerse bezoek</strong></p>
<p>Het is niet Hiltons eerste bezoek aan de Maasstad. In december 1958 is hij ook een uurtje in Rotterdam. Hij bezit op dat moment ruim dertig hotels in de Verenigde Staten en een stuk of tien in de rest van de wereld. Dat moeten er nog meer worden. Eerder die dag heeft hij de contracten getekend voor een Hilton Hotel in Amsterdam. Er zijn dan ook al plannen voor een vestiging in Rotterdam. Alleen de financiering is nog een obstakel. Mede dankzij financiële steun van de gemeente wordt dit enkele maanden later opgelost.</p>
<p><strong>De bouw van de vestiging in Rotterdam</strong></p>
<p>In 1960 begint de bouw van de Hilto vestiging in Rotterdam. Voor het ontwerp tekent de architect Huig Maaskant, die eerder het Groothandelsgebouw ontwierp. Maaskants hotelgebouw bestaat uit twee delen: een onderbouw van twee verdiepingen met daarboven een kleinere rechthoekige bovenbouw van acht verdiepingen. In de onderbouw liggen de werkvertrekken, zoals keukens, machinekamers, personeelsruimten, linnenkamer, maar ook de grote zalen, de entrees en enkele winkels aan de Weena-zijde. In de bovenbouw bevinden zich de hotelkamers met in totaal 500 bedden. Op de bovenste etage is de presidentssuite met uitzicht over de Coolsingel en het Hofplein.</p>
<p><strong>De opening</strong></p>
<p>De opening van het hotel op 30 mei 1963 verloopt zoals de tewaterlating van een schip. Mevrouw J.M. van Walsum-Quispel, de vrouw van de Rotterdamse burgemeester, doopt het gebouw met een fles champagne. Daarna laat Conrad Hilton een eeuwenoud anker zakken op de stoep voor het pand. Om het maritieme karakter van de plechtigheid te benadrukken klinkt enkele keren een scheepsfluit.</p>Heienoordtunnel2023-05-04T13:42:51+02:002023-05-04T13:42:51+02:00https://geschiedenislokaal010.nl/bronnen/heienoordtunnelWessel Verkerk<p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/nl-rtsa_4232_1967-659.jpg" alt="" width="1504" height="1200" loading="lazy"></p><p><strong>Een nieuwe verbinding </strong></p>
<p>In januari 1966 begint ten zuiden van Barendrecht de bouw voor een tunnel onder de Oude Maas. De bouw van de nieuwe verbinding is de laatste stap in de opening van de Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden. De opening van de Zeelandbrug, de maand ervoor, en die van de Haringvlietbrug in 1964 hebben de eilanden al beter bereikbaar gemaakt. Maar de Oude Maas is nog steeds een hindernis. Naast de plek waar de tunnel komt, ligt wel een brug, maar die is oud en smal. Bovendien moet die brug heel vaak open om schepen door te laten. Hierdoor onstaan er veel lange files.</p>
<p><strong>Hoe zit die tunnel in elkaar?</strong></p>
<p>De nieuwe tunnel zal bestaan uit vijf stukken van elk 115 meter lang. Die worden ter plaatse gemaakt in een bouwdok op de noordoever. Als in de loop van 1968 alle tunneldelen klaar zijn, worden ze met sleepboten naar hun plek gebracht en afgezonken. In de zomer van 1969 is het bouwwerk klaar. Dit is drie maanden eerder dan gepland. De tunnel telt dan twee buizen met elk twee rijstroken voor autoverkeer. Daarnaast ligt een parallelweg voor fietsers en brommerrijders én een voetpad.</p>
<p><strong>De opening</strong></p>
<p>Een paar dagen voor de officiële opening worden de hekken bij de toegangswegen alvast weggehaald. Enkele brutale automobilisten grijpen die kans om de tunnel alvast in te wijden en zo hun rit iets in te korten. Dit tot grote ergernis van het personeel van Rijkswaterstaat dat nog bezig is met de laatste klusjes. Dinsdag 22 juli opent minister Joop Bakker van Verkeer en Waterstaat de tunnel door met een oldtimer een lint te verbreken. Op het lint staat ‘Tunnel onder de Oude Maas’. Formeel heeft de nieuwe oeververbinding dan nog geen naam. Maar omdat vrijwel iedereen inmiddels spreekt over Heinenoordtunnel wordt dat de officiële benaming. Heienoord stamt van het nabijgelegen dorp op de zuidoever van de Oude Maas.</p><p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/nl-rtsa_4232_1967-659.jpg" alt="" width="1504" height="1200" loading="lazy"></p><p><strong>Een nieuwe verbinding </strong></p>
<p>In januari 1966 begint ten zuiden van Barendrecht de bouw voor een tunnel onder de Oude Maas. De bouw van de nieuwe verbinding is de laatste stap in de opening van de Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden. De opening van de Zeelandbrug, de maand ervoor, en die van de Haringvlietbrug in 1964 hebben de eilanden al beter bereikbaar gemaakt. Maar de Oude Maas is nog steeds een hindernis. Naast de plek waar de tunnel komt, ligt wel een brug, maar die is oud en smal. Bovendien moet die brug heel vaak open om schepen door te laten. Hierdoor onstaan er veel lange files.</p>
<p><strong>Hoe zit die tunnel in elkaar?</strong></p>
<p>De nieuwe tunnel zal bestaan uit vijf stukken van elk 115 meter lang. Die worden ter plaatse gemaakt in een bouwdok op de noordoever. Als in de loop van 1968 alle tunneldelen klaar zijn, worden ze met sleepboten naar hun plek gebracht en afgezonken. In de zomer van 1969 is het bouwwerk klaar. Dit is drie maanden eerder dan gepland. De tunnel telt dan twee buizen met elk twee rijstroken voor autoverkeer. Daarnaast ligt een parallelweg voor fietsers en brommerrijders én een voetpad.</p>
<p><strong>De opening</strong></p>
<p>Een paar dagen voor de officiële opening worden de hekken bij de toegangswegen alvast weggehaald. Enkele brutale automobilisten grijpen die kans om de tunnel alvast in te wijden en zo hun rit iets in te korten. Dit tot grote ergernis van het personeel van Rijkswaterstaat dat nog bezig is met de laatste klusjes. Dinsdag 22 juli opent minister Joop Bakker van Verkeer en Waterstaat de tunnel door met een oldtimer een lint te verbreken. Op het lint staat ‘Tunnel onder de Oude Maas’. Formeel heeft de nieuwe oeververbinding dan nog geen naam. Maar omdat vrijwel iedereen inmiddels spreekt over Heinenoordtunnel wordt dat de officiële benaming. Heienoord stamt van het nabijgelegen dorp op de zuidoever van de Oude Maas.</p>Terbregseplein2023-03-16T15:57:00+01:002023-03-16T15:57:00+01:00https://geschiedenislokaal010.nl/bronnen/terbregsepleinWessel Verkerk<p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/nl-rtsa_4121_23837-1-7-01.jpg" alt="" width="1195" height="1200" loading="lazy"></p><p><strong>Een nieuw verkeersknooppunt</strong></p>
<p>In het najaar van 1971 begint in het noordoosten van Rotterdam de bouw van een nieuw verkeersknooppunt: het Terbregseplein. Dit project vormt het voorlopige slotstuk van een van de grote infrastructurele werken van naoorlogs Nederland: de aanleg van de Ruit van Rotterdam. Dit stelsel van snelwegen, bruggen, tunnels en verkeerspleinen moet ervoor gaan zorgen dat het doorgaande verkeer niet meer door de bebouwde kom hoeft.</p>
<p><strong>Begin van de bouw</strong></p>
<p>De eerste plannen voor de Ruit dateren al van voor de oorlog, maar het duurt tot november 1957 voordat ze ermee beginnen. Directeur-generaal van Rijkswaterstaat A.G. Maris slaat dan de eerste paal voor een viaduct over de Spaansepolder.</p>
<p><strong>Ontwikkelingen</strong></p>
<p>Het Terbregseplein verbindt dat noordelijke deel van de Ruit met het oostelijke, de snelweg naar Dordrecht en Breda. Als het knooppunt in 1973 open gaat voor het verkeer, zijn er al plannen voor een aftakking in noordelijke richting. Deze toekomstige rijksweg 14, zo is het idee, gaat langs Berkel lopen en sluit dan bij Wassenaar aan op de snelweg naar Amsterdam. Dat zou goed zijn voor de doorstroming van het verkeer. Ter voorbereiding wordt ten westen van de wijk Ommoord zand gestort. Het plan stuit op verzet van de gemeente Rotterdam, die daar woningen wil bouwen. De rijksweg is bovendien een aanslag op het pas aangelegde recreatiegebied ten noorden van de Rotte, het Lage Bergse Bos.</p>
<p><strong>Nieuwe snelweg</strong></p>
<p>Vanwege de dagelijkse files bij Overschie en tussen het Kleinpolderplein het Terbregseplein, haalt Rijkswaterstaat het plan in 2005 weer uit de kast. Elf jaar later is er duidelijkheid over het exacte tracé: anders dan in de plannen van de jaren ’70 zal de nieuwe snelweg voor Berkel en Rodenrijs afbuigen in westelijke richting om bij Rotterdam The Hague Airport aan te sluiten op de A13. In 2025 moet de 11 kilometer lange snelweg klaar zijn.</p><p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/nl-rtsa_4121_23837-1-7-01.jpg" alt="" width="1195" height="1200" loading="lazy"></p><p><strong>Een nieuw verkeersknooppunt</strong></p>
<p>In het najaar van 1971 begint in het noordoosten van Rotterdam de bouw van een nieuw verkeersknooppunt: het Terbregseplein. Dit project vormt het voorlopige slotstuk van een van de grote infrastructurele werken van naoorlogs Nederland: de aanleg van de Ruit van Rotterdam. Dit stelsel van snelwegen, bruggen, tunnels en verkeerspleinen moet ervoor gaan zorgen dat het doorgaande verkeer niet meer door de bebouwde kom hoeft.</p>
<p><strong>Begin van de bouw</strong></p>
<p>De eerste plannen voor de Ruit dateren al van voor de oorlog, maar het duurt tot november 1957 voordat ze ermee beginnen. Directeur-generaal van Rijkswaterstaat A.G. Maris slaat dan de eerste paal voor een viaduct over de Spaansepolder.</p>
<p><strong>Ontwikkelingen</strong></p>
<p>Het Terbregseplein verbindt dat noordelijke deel van de Ruit met het oostelijke, de snelweg naar Dordrecht en Breda. Als het knooppunt in 1973 open gaat voor het verkeer, zijn er al plannen voor een aftakking in noordelijke richting. Deze toekomstige rijksweg 14, zo is het idee, gaat langs Berkel lopen en sluit dan bij Wassenaar aan op de snelweg naar Amsterdam. Dat zou goed zijn voor de doorstroming van het verkeer. Ter voorbereiding wordt ten westen van de wijk Ommoord zand gestort. Het plan stuit op verzet van de gemeente Rotterdam, die daar woningen wil bouwen. De rijksweg is bovendien een aanslag op het pas aangelegde recreatiegebied ten noorden van de Rotte, het Lage Bergse Bos.</p>
<p><strong>Nieuwe snelweg</strong></p>
<p>Vanwege de dagelijkse files bij Overschie en tussen het Kleinpolderplein het Terbregseplein, haalt Rijkswaterstaat het plan in 2005 weer uit de kast. Elf jaar later is er duidelijkheid over het exacte tracé: anders dan in de plannen van de jaren ’70 zal de nieuwe snelweg voor Berkel en Rodenrijs afbuigen in westelijke richting om bij Rotterdam The Hague Airport aan te sluiten op de A13. In 2025 moet de 11 kilometer lange snelweg klaar zijn.</p>Reumaverpleeghuis Hillegersberg2022-11-24T09:52:45+01:002022-11-24T09:52:45+01:00https://geschiedenislokaal010.nl/bronnen/reumaverpleeghuis-hillegersbergWessel Verkerk<p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/themas/actualiteit/reumaverpleeghuis-hillegersberg.jpg" alt=""></p><p>In april 1969 neemt het eerste tiental bewoners zijn intrek in een nieuw verpleeghuis aan de Van Beethovenlaan in Rotterdam-Hillegersberg. Later dat jaar krijgen ze gezelschap van nog eens tachtig mensen. Wat de bewoners gemeen hebben, is dat ze allemaal lijden aan een ernstige vorm van reuma.</p>
<p><strong>Een inrichting voor reumapatiënten</strong></p>
<p>Reuma is op dat moment nog een ziekte waar de medische wetenschap niet goed raad weet. Een effectieve behandeling ontbreekt, zeker voor de ernstigste vorm, reumatoïde artritis. Fysiotherapie om de klachten te verlichten, spalken en verbanden aanleggen om afwijkingen te corrigeren, is eigenlijk alles wat artsen te bieden hebben. Wie getroffen wordt door chronische gewrichtsreuma zal dan ook vroeg of laat te maken krijgen met ernstige fysieke beperkingen. Juist voor die categorie is de inrichting in Hillegersberg bedoeld: reumapatiënten die niet meer thuis verzorgd kunnen worden.</p>
<p><strong>Een reumaverpleeghuis in elke provincie?</strong></p>
<p>De nieuwe instelling is bij opening enig in haar soort. Als het aan de oprichters ligt, verenigd in de Stichting Rheumatehuizen, komt daar snel verandering in. Hun ambitie is om in elke provincie minstens één reumaverpleeghuis op te richten. En zelfs dat zal waarschijnlijk niet voldoende zijn. De stichting heeft becijferd dat enkel in Rotterdam en omgeving al 750 mensen in aanmerking komen voor opname. De 125 plekken in Hillegersberg zijn zo bezien een druppel op een gloeiende plaat.</p>
<p><strong>Geen navolging</strong></p>
<p>De praktijk pakt anders uit. Reumapatiënten blijken in een andersoortige setting ook heel goed geholpen te kunnen worden. Het Rotterdamse initiatief krijgt daardoor geen navolging. In eigen stad groeit ‘het reumaverpleeghuis’ niettemin uit tot een begrip.</p>
<p><strong>Nieuwe ontwikkelingen</strong></p>
<p>Rond de eeuwwisseling wordt de instelling echter ingehaald door de stormachtige ontwikkeling van de reumatologie. Dankzij nieuwe behandelingen eindigt een reumadiagnose niet meer in het verpleeghuis. Daarom gaat de organisatie zich ook richten op andere groepen die zorg nodig hebben.</p>
<p><strong>Vandaag de dag</strong></p>
<p>In de afgelopen paar jaar is het voormalige reumaverpleeghuis verbouwd tot een modern woonzorgcomplex, onder de naam State Hillegersberg. Tegenwoordig worden er diverse vormen van zorg aangeboden aan met name kwetsbare ouderen en mensen met een chronische aandoening.</p><p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/themas/actualiteit/reumaverpleeghuis-hillegersberg.jpg" alt=""></p><p>In april 1969 neemt het eerste tiental bewoners zijn intrek in een nieuw verpleeghuis aan de Van Beethovenlaan in Rotterdam-Hillegersberg. Later dat jaar krijgen ze gezelschap van nog eens tachtig mensen. Wat de bewoners gemeen hebben, is dat ze allemaal lijden aan een ernstige vorm van reuma.</p>
<p><strong>Een inrichting voor reumapatiënten</strong></p>
<p>Reuma is op dat moment nog een ziekte waar de medische wetenschap niet goed raad weet. Een effectieve behandeling ontbreekt, zeker voor de ernstigste vorm, reumatoïde artritis. Fysiotherapie om de klachten te verlichten, spalken en verbanden aanleggen om afwijkingen te corrigeren, is eigenlijk alles wat artsen te bieden hebben. Wie getroffen wordt door chronische gewrichtsreuma zal dan ook vroeg of laat te maken krijgen met ernstige fysieke beperkingen. Juist voor die categorie is de inrichting in Hillegersberg bedoeld: reumapatiënten die niet meer thuis verzorgd kunnen worden.</p>
<p><strong>Een reumaverpleeghuis in elke provincie?</strong></p>
<p>De nieuwe instelling is bij opening enig in haar soort. Als het aan de oprichters ligt, verenigd in de Stichting Rheumatehuizen, komt daar snel verandering in. Hun ambitie is om in elke provincie minstens één reumaverpleeghuis op te richten. En zelfs dat zal waarschijnlijk niet voldoende zijn. De stichting heeft becijferd dat enkel in Rotterdam en omgeving al 750 mensen in aanmerking komen voor opname. De 125 plekken in Hillegersberg zijn zo bezien een druppel op een gloeiende plaat.</p>
<p><strong>Geen navolging</strong></p>
<p>De praktijk pakt anders uit. Reumapatiënten blijken in een andersoortige setting ook heel goed geholpen te kunnen worden. Het Rotterdamse initiatief krijgt daardoor geen navolging. In eigen stad groeit ‘het reumaverpleeghuis’ niettemin uit tot een begrip.</p>
<p><strong>Nieuwe ontwikkelingen</strong></p>
<p>Rond de eeuwwisseling wordt de instelling echter ingehaald door de stormachtige ontwikkeling van de reumatologie. Dankzij nieuwe behandelingen eindigt een reumadiagnose niet meer in het verpleeghuis. Daarom gaat de organisatie zich ook richten op andere groepen die zorg nodig hebben.</p>
<p><strong>Vandaag de dag</strong></p>
<p>In de afgelopen paar jaar is het voormalige reumaverpleeghuis verbouwd tot een modern woonzorgcomplex, onder de naam State Hillegersberg. Tegenwoordig worden er diverse vormen van zorg aangeboden aan met name kwetsbare ouderen en mensen met een chronische aandoening.</p>Stadsarchief 165 jaar2022-11-24T09:41:14+01:002022-11-24T09:41:14+01:00https://geschiedenislokaal010.nl/bronnen/stadsarchief-165-jaarWessel Verkerk<p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/themas/actualiteit/stadsarchief-165-jaar.jpg" alt=""></p><p>Op 22 oktober 1857 neemt de gemeenteraad van Rotterdam een verordening aan op het bewaren en ordenen van het archief. Voor het toezicht wordt een commissie van deskundigen in het leven geroepen, onder voorzitterschap van wethouder A. Schadee. De geboorte van het stadsarchief is een feit.</p>
<p><strong>De eerste stappen</strong></p>
<p>Een klerk van de gemeentesecretarie, Johannes Hendrik Scheffer (1832-1886), krijgt de taak het archief op poten te zetten. Dat blijkt een lastige opgave want de administratie van de gemeente is een chaos. Scheffers eerste stap is dan ook het bij elkaar brengen van de documenten die her en der in het stadhuis aan de Kaasmarkt rondslingeren. Daarna start hij met sorteren en rangschikken. De belangrijkste documenten krijgen een plek in de nieuw aangeschafte brandkasten in de Rotondekamer van het Stadhuis.</p>
<p><strong>Overvol</strong></p>
<p>Scheffer roept ook particulieren op om van het archief losgeraakte documenten in te leveren op het stadhuis. Veel ontbrekende stukken komen op deze manier terug. Het leidt bovendien tot een stroom van geschenken aan het archief. Niet alleen archiefstukken, maar ook kaarten, tekeningen, stadskronieken, boeken, gravures en penningen. Al snel raken de voor het archief beschikbare kamers op het stadhuis overvol.</p>
<p><strong>Verhuizing naar het Schielandshuis</strong></p>
<p>In 1868 verhuist Scheffer, die inmiddels de titel ‘archivaris’ draagt en een assistent heeft, naar het Schielandshuis. Op de beletage en het souterrain zijn zes archiefruimtes met ruim honderd kasten ingericht. Maar ook daar groeit het archief al snel uit zijn jasje. Wat natuurlijk niet helpt is dat het archief het pand moet delen met Museum Boymans. Verder is de Rotterdamse bibliotheek er ondergebracht, evenals een collectie antiquiteiten die later de basis zal vormen voor het Museum voor Oudheden (tegenwoordig Museum Rotterdam).</p>
<p><strong>Een eigen gebouw</strong></p>
<p>In 1900 krijgt het archief eindelijk een eigen gebouw aan de Mathenesserlaan, waar het tot 1998 gevestigd zal zijn. Boymans, de bibliotheek en het Museum van Oudheden blijven achter in het Schielandshuis. Scheffer maakt het overigens niet meer mee; hij overlijdt begin 1886 na een kort ziekbed. </p><p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/themas/actualiteit/stadsarchief-165-jaar.jpg" alt=""></p><p>Op 22 oktober 1857 neemt de gemeenteraad van Rotterdam een verordening aan op het bewaren en ordenen van het archief. Voor het toezicht wordt een commissie van deskundigen in het leven geroepen, onder voorzitterschap van wethouder A. Schadee. De geboorte van het stadsarchief is een feit.</p>
<p><strong>De eerste stappen</strong></p>
<p>Een klerk van de gemeentesecretarie, Johannes Hendrik Scheffer (1832-1886), krijgt de taak het archief op poten te zetten. Dat blijkt een lastige opgave want de administratie van de gemeente is een chaos. Scheffers eerste stap is dan ook het bij elkaar brengen van de documenten die her en der in het stadhuis aan de Kaasmarkt rondslingeren. Daarna start hij met sorteren en rangschikken. De belangrijkste documenten krijgen een plek in de nieuw aangeschafte brandkasten in de Rotondekamer van het Stadhuis.</p>
<p><strong>Overvol</strong></p>
<p>Scheffer roept ook particulieren op om van het archief losgeraakte documenten in te leveren op het stadhuis. Veel ontbrekende stukken komen op deze manier terug. Het leidt bovendien tot een stroom van geschenken aan het archief. Niet alleen archiefstukken, maar ook kaarten, tekeningen, stadskronieken, boeken, gravures en penningen. Al snel raken de voor het archief beschikbare kamers op het stadhuis overvol.</p>
<p><strong>Verhuizing naar het Schielandshuis</strong></p>
<p>In 1868 verhuist Scheffer, die inmiddels de titel ‘archivaris’ draagt en een assistent heeft, naar het Schielandshuis. Op de beletage en het souterrain zijn zes archiefruimtes met ruim honderd kasten ingericht. Maar ook daar groeit het archief al snel uit zijn jasje. Wat natuurlijk niet helpt is dat het archief het pand moet delen met Museum Boymans. Verder is de Rotterdamse bibliotheek er ondergebracht, evenals een collectie antiquiteiten die later de basis zal vormen voor het Museum voor Oudheden (tegenwoordig Museum Rotterdam).</p>
<p><strong>Een eigen gebouw</strong></p>
<p>In 1900 krijgt het archief eindelijk een eigen gebouw aan de Mathenesserlaan, waar het tot 1998 gevestigd zal zijn. Boymans, de bibliotheek en het Museum van Oudheden blijven achter in het Schielandshuis. Scheffer maakt het overigens niet meer mee; hij overlijdt begin 1886 na een kort ziekbed. </p>Scheepsramp ss Berlin2022-11-24T09:24:13+01:002022-11-24T09:24:13+01:00https://geschiedenislokaal010.nl/bronnen/scheepsramp-ss-berlinWessel Verkerk<p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/themas/actualiteit/nl-rtsa_4029_pbk-2008-258.jpg" alt=""></p><p>In de vroege ochtend van donderdag 21 februari 1907 duwt een zware noordwesterstorm de Engelse veerboot ss Berlin tegen de pier bij Hoek van Holland. Door de klap slaan de kapitein, de loods en een aantal passagiers overboord. Omdat de achterkant van het schip als snel gedeeltelijk onder water staat, vlucht een deel van de opvarenden naar het voorschip. Daar wachten ze angstig op hulp.</p>
<p><strong>Zijn ze nog te redden?</strong></p>
<p>De stoomreddingsboot President van Heel die sinds In 1896 bij Hoek van Holland is gestationeerd, vaart inderdaad uit, maar kan weinig uitrichten. Pogingen om een lijn uit te werpen naar de schipbreukelingen mislukken. Rond negen uur breekt de Berlin doormidden, waarna het voorschip met een groot deel van de opvarenden in de diepte verdwijnt.</p>
<p><strong>Slachtoffers en overlevenden</strong></p>
<p>Op vrijdag bezoekt Prins Hendrik, de echtgenoot van koningin Wilhelmina, Hoek van Holland. Hij gaat langs bij het mortuarium waar de inmiddels geborgen slachtoffers liggen, spreekt met redders en een paar opvarenden die het er levend hebben afgebracht. Later ziet hij vanaf een loodsboot hoe met veel moeite nog een handvol overlevenden van het achterschip wordt gehaald.</p>
<p><strong>Persaandacht</strong></p>
<p>In het kielzog van Prins Hendrik komen fotografen en verslaggevers naar de rampplek. Vooral journalist Jean-Louis Pisuisse doet uitgebreid verslag van de ramp en schrijft er later ook een boekje over. De persaandacht lokt ook allerlei dagjesmensen naar Hoek van Holland. Het wrak van de Berlin groeit zo uit tot een bezienswaardigheid.</p>
<p><strong>Een van de grootste scheeprampen</strong></p>
<p>Lang blijft onduidelijk hoeveel slachtoffers de ramp heeft geëist. Nog in november 1907 worden er lijken van passagiers geborgen. Uiteindelijk blijkt dat van de 144 opvarenden, er 128 om het leven zijn gekomen. Onder hen leden van een Duits operagezelschap en een aantal ondernemers, zoals autofabrikant Hendrik-Jan Spijker. Daarmee is het nog altijd een van de grootste scheepsrampen voor de Nederlandse kust.</p>
<p>Op zaterdag 8 oktober 2022 organiseerden het Historisch Genootschap Hoek van Holland en het Stadsarchief Rotterdam twee wandelingen over deze en andere scheepsrampen. </p><p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/themas/actualiteit/nl-rtsa_4029_pbk-2008-258.jpg" alt=""></p><p>In de vroege ochtend van donderdag 21 februari 1907 duwt een zware noordwesterstorm de Engelse veerboot ss Berlin tegen de pier bij Hoek van Holland. Door de klap slaan de kapitein, de loods en een aantal passagiers overboord. Omdat de achterkant van het schip als snel gedeeltelijk onder water staat, vlucht een deel van de opvarenden naar het voorschip. Daar wachten ze angstig op hulp.</p>
<p><strong>Zijn ze nog te redden?</strong></p>
<p>De stoomreddingsboot President van Heel die sinds In 1896 bij Hoek van Holland is gestationeerd, vaart inderdaad uit, maar kan weinig uitrichten. Pogingen om een lijn uit te werpen naar de schipbreukelingen mislukken. Rond negen uur breekt de Berlin doormidden, waarna het voorschip met een groot deel van de opvarenden in de diepte verdwijnt.</p>
<p><strong>Slachtoffers en overlevenden</strong></p>
<p>Op vrijdag bezoekt Prins Hendrik, de echtgenoot van koningin Wilhelmina, Hoek van Holland. Hij gaat langs bij het mortuarium waar de inmiddels geborgen slachtoffers liggen, spreekt met redders en een paar opvarenden die het er levend hebben afgebracht. Later ziet hij vanaf een loodsboot hoe met veel moeite nog een handvol overlevenden van het achterschip wordt gehaald.</p>
<p><strong>Persaandacht</strong></p>
<p>In het kielzog van Prins Hendrik komen fotografen en verslaggevers naar de rampplek. Vooral journalist Jean-Louis Pisuisse doet uitgebreid verslag van de ramp en schrijft er later ook een boekje over. De persaandacht lokt ook allerlei dagjesmensen naar Hoek van Holland. Het wrak van de Berlin groeit zo uit tot een bezienswaardigheid.</p>
<p><strong>Een van de grootste scheeprampen</strong></p>
<p>Lang blijft onduidelijk hoeveel slachtoffers de ramp heeft geëist. Nog in november 1907 worden er lijken van passagiers geborgen. Uiteindelijk blijkt dat van de 144 opvarenden, er 128 om het leven zijn gekomen. Onder hen leden van een Duits operagezelschap en een aantal ondernemers, zoals autofabrikant Hendrik-Jan Spijker. Daarmee is het nog altijd een van de grootste scheepsrampen voor de Nederlandse kust.</p>
<p>Op zaterdag 8 oktober 2022 organiseerden het Historisch Genootschap Hoek van Holland en het Stadsarchief Rotterdam twee wandelingen over deze en andere scheepsrampen. </p>Bombardementsslachtoffers2022-05-19T14:00:32+02:002022-05-19T14:00:32+02:00https://geschiedenislokaal010.nl/bronnen/bombardementsslachtoffersWessel Verkerk<p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/themas/actualiteit/bombardementsslachtoffers.jpg" alt=""></p><p><strong>Hulpverlening</strong></p>
<p>Direct na het Duitse bombardement in de middag van 14 mei 1940 komt overal in de stad de hulpverlening op gang. De branden moeten worden geblust, de doden geborgen en de gewonden naar het ziekenhuis gebracht. Aangezien het Coolsingelziekenhuis door bommen is getroffen, gaan veel Rotterdammers voor medische hulp naar het Bergwegziekenhuis.</p>
<p><strong>Het identificeren van de slachtoffers</strong></p>
<p>Behalve gewonden worden er ook doden naar het ziekenhuis gebracht. Die krijgen een voorlopige plek in de tbc-lighallen in de tuin. Daar worden ze geïdentificeerd en als dat niet lukt, gefotografeerd. Met die foto’s kan de identiteit later misschien alsnog worden vastgesteld.</p>
<p><strong>Begraafplaatsen</strong></p>
<p>Ondertussen worden er ook slachtoffers rechtstreeks naar de begraafplaatsen gebracht, vooral die in Crooswijk. Een getuige spreekt later zelfs over vrachtwagenladingen vol. Het zijn er in elk geval meer dan de medewerkers aankunnen. Daarom wordt met behulp van burgers die hun hulp hebben aangeboden achteraan de begraafplaats een groot burgergraf gedolven. Een stukje verderop, bij de kapel, maken ze ruimte vrij voor de gesneuvelde militairen.</p>
<p><strong>Verdere identificatie</strong></p>
<p>Omdat iedereen zich realiseert dat Rotterdammers later op zoek zullen gaan naar vermiste familieleden en de gemeentelijke bevolkingsadministratie voorlopig niet op orde is, wordt ook hier veel tijd gestoken in de identificatie van de burgerslachtoffers. Hun signalement wordt genoteerd, voorwerpen zoals ringen en sleutels verzameld en in gemerkte enveloppen gepakt. Desondanks lukt het niet om alle doden hun naam terug te geven.</p>
<p><strong>Namen</strong></p>
<p>In totaal komen als gevolg van het bombardement van 14 mei 800 tot 900 mensen om. Van ongeveer de helft kennen we sinds 1965 de namen. Dat jaar onthult burgemeester Thomassen op begraafplaats Crooswijk het oorlogsmonument V<em>rouw met duif </em>(zie foto). In de sokkel van dit beeld bevindt zich een kastje met daarin een register met gegevens van ruim 400 burgerslachtoffers van 14 mei 1940. Door onderzoek van de Stichting Voorouder en het stadsarchief zijn daar onlangs ongeveer 300 namen aan toegevoegd. Tijdens de afgelopen herdenking zijn deze voorgelezen in de Laurenskerk.</p><p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/themas/actualiteit/bombardementsslachtoffers.jpg" alt=""></p><p><strong>Hulpverlening</strong></p>
<p>Direct na het Duitse bombardement in de middag van 14 mei 1940 komt overal in de stad de hulpverlening op gang. De branden moeten worden geblust, de doden geborgen en de gewonden naar het ziekenhuis gebracht. Aangezien het Coolsingelziekenhuis door bommen is getroffen, gaan veel Rotterdammers voor medische hulp naar het Bergwegziekenhuis.</p>
<p><strong>Het identificeren van de slachtoffers</strong></p>
<p>Behalve gewonden worden er ook doden naar het ziekenhuis gebracht. Die krijgen een voorlopige plek in de tbc-lighallen in de tuin. Daar worden ze geïdentificeerd en als dat niet lukt, gefotografeerd. Met die foto’s kan de identiteit later misschien alsnog worden vastgesteld.</p>
<p><strong>Begraafplaatsen</strong></p>
<p>Ondertussen worden er ook slachtoffers rechtstreeks naar de begraafplaatsen gebracht, vooral die in Crooswijk. Een getuige spreekt later zelfs over vrachtwagenladingen vol. Het zijn er in elk geval meer dan de medewerkers aankunnen. Daarom wordt met behulp van burgers die hun hulp hebben aangeboden achteraan de begraafplaats een groot burgergraf gedolven. Een stukje verderop, bij de kapel, maken ze ruimte vrij voor de gesneuvelde militairen.</p>
<p><strong>Verdere identificatie</strong></p>
<p>Omdat iedereen zich realiseert dat Rotterdammers later op zoek zullen gaan naar vermiste familieleden en de gemeentelijke bevolkingsadministratie voorlopig niet op orde is, wordt ook hier veel tijd gestoken in de identificatie van de burgerslachtoffers. Hun signalement wordt genoteerd, voorwerpen zoals ringen en sleutels verzameld en in gemerkte enveloppen gepakt. Desondanks lukt het niet om alle doden hun naam terug te geven.</p>
<p><strong>Namen</strong></p>
<p>In totaal komen als gevolg van het bombardement van 14 mei 800 tot 900 mensen om. Van ongeveer de helft kennen we sinds 1965 de namen. Dat jaar onthult burgemeester Thomassen op begraafplaats Crooswijk het oorlogsmonument V<em>rouw met duif </em>(zie foto). In de sokkel van dit beeld bevindt zich een kastje met daarin een register met gegevens van ruim 400 burgerslachtoffers van 14 mei 1940. Door onderzoek van de Stichting Voorouder en het stadsarchief zijn daar onlangs ongeveer 300 namen aan toegevoegd. Tijdens de afgelopen herdenking zijn deze voorgelezen in de Laurenskerk.</p>Belgische vluchtelingen tijdens de Eerste Wereldoorlog2022-03-29T09:41:39+02:002022-03-29T09:41:39+02:00https://geschiedenislokaal010.nl/bronnen/belgische-vluchtelingenWessel Verkerk<p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/themas/actualiteit/belgische-vluchtelingen.jpg" alt=""></p><p>Op 4 augustus 1914 vallen Duitse troepen België binnen. De Eerste Wereldoorlog is een feit. Binnen een paar weken nemen de Duitsers Luik en Brussel in en eind september staan ze voor Antwerpen. Het gevolg is een grote stroom van vluchtelingen, onder meer naar Rotterdam.</p>
<p><strong>Duizenden Belgen</strong></p>
<p>Op 7 oktober rijden de eerste treinen met Belgen de stations Delftse poort en Beurs binnen. Naar schatting verblijven die eerste dagen ongeveer 23.000 Belgen in Rotterdam. Als België een paar dagen later capituleert, keert een deel van de vluchtelingen terug naar huis. Zo’n vijfduizend Belgische vluchtelingen blijven in Rotterdam, een aantal dat later weer toeneemt tot ongeveer negenduizend.</p>
<p><strong>Hulpverlening</strong></p>
<p>In het begin verloopt de hulpverlening rommelig. Al snel ontstaan comités die orde proberen te brengen in de chaos. Ze zorgen voor voeding, huisvesting, informatieverstrekking, financiën en registratie. Belgen die kunnen betalen nemen hun intrek in een pension of een hotel. Anderen krijgen onderdak in een pand dat beschikbaar is gesteld door een bedrijf en instelling. Het grootste deel wordt opgevangen bij particulieren. Op de woningen hangen borden met de namen van de Belgen die daar verblijven, zodat vrienden en familieleden hen kunnen terugvinden.</p>
<p><strong>Klachten</strong></p>
<p>Naarmate hun verblijf langer duurt klinken er vaker klachten over de Belgen. Sommige Rotterdammers ergeren zich aan de hoogte van het steungeld dat de vluchtelingen ontvangen. Anderen zijn bang dat de nieuwkomers de schaarse banen inpikken. Ondanks de oproep dat niet te doen, gaan veel Belgen namelijk toch aan het werk in Rotterdam, onder meer in theaters, kantoren en naaiateliers. Een andere ergernis is dat de Belgen nauwelijks integreren. Ze gaan vooral met elkaar om, in vaste uitgaansgelegenheden of bij een van de Belgische verengingen.</p>
<p><strong>Na de oorlog</strong></p>
<p>Als de oorlog in november 1918 eindelijk voorbij vertrekken de meeste Belgen weer. Een aantal van hen blijft in Rotterdam wonen en start een nieuw leven. Als dank voor de genoten gastvrijheid schenken ze de gemeente twee herdenkingsramen voor het nieuwe Rotterdamse stadshuis. Een aantal Rotterdammers die zich bijzonder hebben ingezet voor de vluchtelingen ontvangen later een onderscheiding van de Belgische regering.</p>
<p><strong>Bron</strong></p>
<p>De foto toont de distributie van voedsel voor Belgische vluchtelingen tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). De precieze datum van de bron is onbekend.</p><p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/themas/actualiteit/belgische-vluchtelingen.jpg" alt=""></p><p>Op 4 augustus 1914 vallen Duitse troepen België binnen. De Eerste Wereldoorlog is een feit. Binnen een paar weken nemen de Duitsers Luik en Brussel in en eind september staan ze voor Antwerpen. Het gevolg is een grote stroom van vluchtelingen, onder meer naar Rotterdam.</p>
<p><strong>Duizenden Belgen</strong></p>
<p>Op 7 oktober rijden de eerste treinen met Belgen de stations Delftse poort en Beurs binnen. Naar schatting verblijven die eerste dagen ongeveer 23.000 Belgen in Rotterdam. Als België een paar dagen later capituleert, keert een deel van de vluchtelingen terug naar huis. Zo’n vijfduizend Belgische vluchtelingen blijven in Rotterdam, een aantal dat later weer toeneemt tot ongeveer negenduizend.</p>
<p><strong>Hulpverlening</strong></p>
<p>In het begin verloopt de hulpverlening rommelig. Al snel ontstaan comités die orde proberen te brengen in de chaos. Ze zorgen voor voeding, huisvesting, informatieverstrekking, financiën en registratie. Belgen die kunnen betalen nemen hun intrek in een pension of een hotel. Anderen krijgen onderdak in een pand dat beschikbaar is gesteld door een bedrijf en instelling. Het grootste deel wordt opgevangen bij particulieren. Op de woningen hangen borden met de namen van de Belgen die daar verblijven, zodat vrienden en familieleden hen kunnen terugvinden.</p>
<p><strong>Klachten</strong></p>
<p>Naarmate hun verblijf langer duurt klinken er vaker klachten over de Belgen. Sommige Rotterdammers ergeren zich aan de hoogte van het steungeld dat de vluchtelingen ontvangen. Anderen zijn bang dat de nieuwkomers de schaarse banen inpikken. Ondanks de oproep dat niet te doen, gaan veel Belgen namelijk toch aan het werk in Rotterdam, onder meer in theaters, kantoren en naaiateliers. Een andere ergernis is dat de Belgen nauwelijks integreren. Ze gaan vooral met elkaar om, in vaste uitgaansgelegenheden of bij een van de Belgische verengingen.</p>
<p><strong>Na de oorlog</strong></p>
<p>Als de oorlog in november 1918 eindelijk voorbij vertrekken de meeste Belgen weer. Een aantal van hen blijft in Rotterdam wonen en start een nieuw leven. Als dank voor de genoten gastvrijheid schenken ze de gemeente twee herdenkingsramen voor het nieuwe Rotterdamse stadshuis. Een aantal Rotterdammers die zich bijzonder hebben ingezet voor de vluchtelingen ontvangen later een onderscheiding van de Belgische regering.</p>
<p><strong>Bron</strong></p>
<p>De foto toont de distributie van voedsel voor Belgische vluchtelingen tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). De precieze datum van de bron is onbekend.</p>Militairen met groot verlof uit Indonesië (1949)2022-02-02T14:11:56+01:002022-02-02T14:11:56+01:00https://geschiedenislokaal010.nl/bronnen/militairen-met-groot-verlof-uit-indonesie-1949Wessel Verkerk<p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/themas/koloniaal--slavernijverleden/militairen-met-groot-verlof-still.jpg" alt=""></p><p>Nederlandse militairen uit Indonesië komen in 1949 aan in de Rotterdamse haven. Daarbij worden ze begroet door Prins Bernhard, samen met een hele jonge Prinses Beatrix. Ze meren aan met een schip van de Koninklijke Rotterdamsche Lloyd.</p>
<p><strong>Groot verlof</strong></p>
<p>De militairen zijn met groot verlof. Dit betekent dat zij zich niet in werkelijke dienst bevinden maar nog wel opgeroepen kunnen worden in tijden van spanningen, crises, of (dreigend) oorlogsgevaar. Deze video is hoogstwaarschijnlijk dus geschoten na de ondertekening van de Roem-Van Roijen-verklaring op 7 mei 1949. Deze verklaring eindigde namelijk alle vijandelijkheden tussen de Nederlandse en Indonesische strijdkrachten.</p>
<p><strong>De Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog</strong></p>
<p>Twee dagen na de Japanse capitulatie roepen de Indonesische nationalisten op 17 augustus 1945 de onafhankelijke Republiek Indonesië uit. Nederland accepteert dit niet en reageert met militaire acties. In de loop van 1947 tot en met 1949 voert Nederland twee militaire operaties uit: Operatie Product en Operatie Kraai. In Nederland worden deze operaties voor lange tijd gezien en genoemd als <em>'politionele acties'</em>; Nederland moest als politieagent in Indonesië optreden om de kolonie weer in het gareel te krijgen. In Indonesië dragen de operaties een andere naam, namelijk <em>'Agresi Militer Belanda I & II'</em> (de Eerste en Tweede Nederlandse Militaire Agressie). Dit verschil in de benaming maakt het perspectief duidelijk. Voor Indonesië waren de <em>'politionele acties'</em> een invasie van een buitenlandse macht.</p><p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/themas/koloniaal--slavernijverleden/militairen-met-groot-verlof-still.jpg" alt=""></p><p>Nederlandse militairen uit Indonesië komen in 1949 aan in de Rotterdamse haven. Daarbij worden ze begroet door Prins Bernhard, samen met een hele jonge Prinses Beatrix. Ze meren aan met een schip van de Koninklijke Rotterdamsche Lloyd.</p>
<p><strong>Groot verlof</strong></p>
<p>De militairen zijn met groot verlof. Dit betekent dat zij zich niet in werkelijke dienst bevinden maar nog wel opgeroepen kunnen worden in tijden van spanningen, crises, of (dreigend) oorlogsgevaar. Deze video is hoogstwaarschijnlijk dus geschoten na de ondertekening van de Roem-Van Roijen-verklaring op 7 mei 1949. Deze verklaring eindigde namelijk alle vijandelijkheden tussen de Nederlandse en Indonesische strijdkrachten.</p>
<p><strong>De Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog</strong></p>
<p>Twee dagen na de Japanse capitulatie roepen de Indonesische nationalisten op 17 augustus 1945 de onafhankelijke Republiek Indonesië uit. Nederland accepteert dit niet en reageert met militaire acties. In de loop van 1947 tot en met 1949 voert Nederland twee militaire operaties uit: Operatie Product en Operatie Kraai. In Nederland worden deze operaties voor lange tijd gezien en genoemd als <em>'politionele acties'</em>; Nederland moest als politieagent in Indonesië optreden om de kolonie weer in het gareel te krijgen. In Indonesië dragen de operaties een andere naam, namelijk <em>'Agresi Militer Belanda I & II'</em> (de Eerste en Tweede Nederlandse Militaire Agressie). Dit verschil in de benaming maakt het perspectief duidelijk. Voor Indonesië waren de <em>'politionele acties'</em> een invasie van een buitenlandse macht.</p>"Suriname hielp Nederland, Nederland kan Suriname helpen."2022-01-26T12:04:14+01:002022-01-26T12:04:14+01:00https://geschiedenislokaal010.nl/bronnen/suriname-hielp-nederland-nederland-kan-suriname-helpenWessel Verkerk<p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/themas/koloniaal--slavernijverleden/suriname-hielp-nederland.jpg" alt=""></p><p><span class="mi_highlight">Dit is een affiche uit 1945, gericht aan de Rotterdamse bevolking om hen meer te doen leren over de toenmalige Nederlandse kolonie Suriname. </span></p>
<p><strong>De tekst</strong></p>
<p><em><span class="mi_highlight">"Suriname</span> <span class="mi_highlight">hielp</span> <span class="mi_highlight">Nederland</span>, <span class="mi_highlight">Nederland</span> kan <span class="mi_highlight">Suriname</span> helpen. Leest het orgaan "Nieuw <span class="mi_highlight">Suriname</span>". Ons doel is kennis te verspreiden van <span class="mi_highlight">Suriname</span> zooals het leeft en werkt"</em></p>
<p><em><strong>Nieuw Suriname</strong></em></p>
<p>De <em>Nieuw Suriname</em> is een Surinaams dagblad met een tweewekelijkse uitgave, bestaand tussen 1945 en 1948. De <em>Nieuw Suriname</em> is vergelijkbaar met het gelijknamige dagblad vanaf 1954, opgericht door Johan Adolf Pengel, voormalig premier van Suriname.</p>
<p><strong> Suriname helpt Nederland en de Geallieerden</strong></p>
<p>Wanneer de Tweede Wereldoorlog uitbreekt is Suriname nog een kolonie van Nederland. Alhoewel de kolonie niet wordt aangevallen, neemt Suriname wel een belangrijke rol aan in de oorlog voor de Geallieerden. De grondstof bauxiet die veel in Suriname wordt gewonnen is namelijk erg belangrijk voor de productie van aluminium. Aluminium wordt op zijn beurt weer gebruikt voor de vliegtuigbouw. In 1943 levert Suriname maar liefst 60% van de bauxietbehoefte aan Amerika. Door het belang van de bauxietwinning bewaken Britse, Nederlandse, Amerikaanse en Braziliaanse troepen de bauxietmijnen in Suriname.</p>
<p>Na de Tweede Wereldoorlog gaat de groei in de bauxietindustrie een tijdje door; zo is Suriname in de jaren '70 de grootste aluminium leverancier ter wereld.</p>
<p><strong>Oud wapenschild</strong></p>
<p>Op de afbeelding in de bron is het oude wapenschild van Suriname te zien. Het is een ovalen schild met daarin een zeilschip op zee. Dit symboliseert de "ontdekking" van Suriname en de koloniale heerschappij van Nederland over het land. De zinspreuk "justitia pietes fides" is latijn en betekent 'gerechtigheid, vroomheid, vertrouwen'. </p>
<p>Het hedendaagse wapenschild van Suriname ziet er anders uit. Het is nog steeds een ovalen schild, maar dan met het zeilschip op de linkerhelft en op de rechterhelft een koningspalm, met in het midden een groene ruit en een vijfpuntige gele ster. Het zeilschip in het hedendaagse wapenschild symboliseert het koloniale verleden en de koningspalm de toekomst. De ster in het midden staat voor welvaart.</p>
<p>De vlag op de afbeelding is ook een andere vlag dan de vlag die we vandaag kennen van Suriname.</p><p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/themas/koloniaal--slavernijverleden/suriname-hielp-nederland.jpg" alt=""></p><p><span class="mi_highlight">Dit is een affiche uit 1945, gericht aan de Rotterdamse bevolking om hen meer te doen leren over de toenmalige Nederlandse kolonie Suriname. </span></p>
<p><strong>De tekst</strong></p>
<p><em><span class="mi_highlight">"Suriname</span> <span class="mi_highlight">hielp</span> <span class="mi_highlight">Nederland</span>, <span class="mi_highlight">Nederland</span> kan <span class="mi_highlight">Suriname</span> helpen. Leest het orgaan "Nieuw <span class="mi_highlight">Suriname</span>". Ons doel is kennis te verspreiden van <span class="mi_highlight">Suriname</span> zooals het leeft en werkt"</em></p>
<p><em><strong>Nieuw Suriname</strong></em></p>
<p>De <em>Nieuw Suriname</em> is een Surinaams dagblad met een tweewekelijkse uitgave, bestaand tussen 1945 en 1948. De <em>Nieuw Suriname</em> is vergelijkbaar met het gelijknamige dagblad vanaf 1954, opgericht door Johan Adolf Pengel, voormalig premier van Suriname.</p>
<p><strong> Suriname helpt Nederland en de Geallieerden</strong></p>
<p>Wanneer de Tweede Wereldoorlog uitbreekt is Suriname nog een kolonie van Nederland. Alhoewel de kolonie niet wordt aangevallen, neemt Suriname wel een belangrijke rol aan in de oorlog voor de Geallieerden. De grondstof bauxiet die veel in Suriname wordt gewonnen is namelijk erg belangrijk voor de productie van aluminium. Aluminium wordt op zijn beurt weer gebruikt voor de vliegtuigbouw. In 1943 levert Suriname maar liefst 60% van de bauxietbehoefte aan Amerika. Door het belang van de bauxietwinning bewaken Britse, Nederlandse, Amerikaanse en Braziliaanse troepen de bauxietmijnen in Suriname.</p>
<p>Na de Tweede Wereldoorlog gaat de groei in de bauxietindustrie een tijdje door; zo is Suriname in de jaren '70 de grootste aluminium leverancier ter wereld.</p>
<p><strong>Oud wapenschild</strong></p>
<p>Op de afbeelding in de bron is het oude wapenschild van Suriname te zien. Het is een ovalen schild met daarin een zeilschip op zee. Dit symboliseert de "ontdekking" van Suriname en de koloniale heerschappij van Nederland over het land. De zinspreuk "justitia pietes fides" is latijn en betekent 'gerechtigheid, vroomheid, vertrouwen'. </p>
<p>Het hedendaagse wapenschild van Suriname ziet er anders uit. Het is nog steeds een ovalen schild, maar dan met het zeilschip op de linkerhelft en op de rechterhelft een koningspalm, met in het midden een groene ruit en een vijfpuntige gele ster. Het zeilschip in het hedendaagse wapenschild symboliseert het koloniale verleden en de koningspalm de toekomst. De ster in het midden staat voor welvaart.</p>
<p>De vlag op de afbeelding is ook een andere vlag dan de vlag die we vandaag kennen van Suriname.</p>Vaarroutes Hoek van Holland - Rotterdam vóór de aanleg van de Nieuwe Waterweg2022-01-26T15:18:37+01:002022-01-26T15:18:37+01:00https://geschiedenislokaal010.nl/bronnen/vaarroutes-hoek-van-holland-rotterdam-voor-de-aanleg-van-de-nieuwe-waterwegWessel Verkerk<p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/themas/haven/vaarroutes-vóór-de-nieuwe-waterweg-still.jpg" alt=""></p><p><strong>Animatie</strong></p>
<p>Deze video is een animatie die de vaarroutes van Hoek van Holland naar Rotterdam toont, vóór de aanleg van de Nieuwe Waterweg. De tijd, benodigd om de Rotterdamse haven vanuit zee te bereiken, werd teruggebracht van enkele dagen (tot 2 weken!) naar ongeveer 2 uur.</p>
<p><strong>'De stad die nooit rust'</strong></p>
<p>De animatie is onderdeel van de film 'De stad die nooit rust' uit 1928. De film vertelt geschiedenis van Rotterdam aan de hand van videobeelden, animaties en tekstblokken en is gemaakt door de Hongaarse cameraman, filmmaker en fotograaf Andor von Barsy (1899-1965). In de jaren '20 en '30 maakte Von Barsy veel prachtige indrukwekkende beelden van de Rotterdamse haven en de vooroorlogse binnenstad.</p><p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/themas/haven/vaarroutes-vóór-de-nieuwe-waterweg-still.jpg" alt=""></p><p><strong>Animatie</strong></p>
<p>Deze video is een animatie die de vaarroutes van Hoek van Holland naar Rotterdam toont, vóór de aanleg van de Nieuwe Waterweg. De tijd, benodigd om de Rotterdamse haven vanuit zee te bereiken, werd teruggebracht van enkele dagen (tot 2 weken!) naar ongeveer 2 uur.</p>
<p><strong>'De stad die nooit rust'</strong></p>
<p>De animatie is onderdeel van de film 'De stad die nooit rust' uit 1928. De film vertelt geschiedenis van Rotterdam aan de hand van videobeelden, animaties en tekstblokken en is gemaakt door de Hongaarse cameraman, filmmaker en fotograaf Andor von Barsy (1899-1965). In de jaren '20 en '30 maakte Von Barsy veel prachtige indrukwekkende beelden van de Rotterdamse haven en de vooroorlogse binnenstad.</p>Tot slaafgemaakten in een taxatierapport2022-01-25T15:30:05+01:002022-01-25T15:30:05+01:00https://geschiedenislokaal010.nl/bronnen/tot-slaafgemaakten-op-een-taxatierapportWessel Verkerk<p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/themas/koloniaal--slavernijverleden/taxatierapport-tot-slaafgemaakten.jpg" alt=""></p><p><strong>Taxatierapport</strong></p>
<p>Dit zijn twee pagina's uit een taxatierapport van de plantage Janslust in Suriname. Het rapport komt uit 1774. In een taxatierapport worden alle bezittingen van de planter opgesomd en op waarde geschat. Ook de tot slaafgemaakten worden gezien als zijn bezit. Vandaar dat bij ieder taxatierapport een slavenlijst is opgenomen.</p>
<p><strong>Als "productiemiddelen"</strong></p>
<p>De lijst met slaafgemaakten is hier rechts onder in de bron te zien. De waardes achter de namen van de tot slaafgemaakten zeggen iets over de waarde die de witte opzichter/taxateur geeft aan deze tot slaafgemaakten. Het zegt niet iets over hoe de tot slaafgemaakten elkaar waarderen. De slavenlijst maakt duidelijk dat de tot slaafgemaakten in deze bron worden gezien als productiemiddelen.</p>
<p><strong>Tot slaafgemaakten</strong></p>
<p>In de lijst zijn dertien tot slaafgemaakten opgenomen. We lichten er drie uit:</p>
<p>2. Geluk, "timmerneger". Op bijna alle plantages zijn timmerlieden te vinden. Vaak moeten ze dit vak al jong leren. Ze timmeren onder andere huizen, meubels en machines in elkaar. Deze bron is geschreven door een witte beambte. Hij gebruikt het woord "timmerneger" om het verschil aan te duiden tussen de vrije witte timmerman in Paramaribo en de onvrije zwarte Geluk. Aan het bedrag kun je zien dat Geluk veel waard is; timmermannen zijn onmisbaar (en letterlijk veel waard) op de plantage in de ogen van de witte beambte.</p>
<p>4. Corasie, metselaar en tuinier. Metselaar is een specialisme dat minder voorkwam op plantages. Je zou zeggen dat Corasie in de ogen van de witte beambte veel waard zou moeten zijn. Toch staat een bedrag van 400 florijnen (gulden) achter zijn naam. Dat hij ook tuinier is verklaart waarom: alleen oudere tot slaafgemaakten zijn tuinier. Corasie is dus oud en werkt niet meer onafgebroken als metselaar. Omdat niets doen voor de planter geen optie is, moet Corasie zijn oude dag in de tuin spenderen.</p>
<p>12. Crispijn, dito (delver), absent. Crispijn is delver, maar niet op de plantage aanwezig toen deze slavenlijst werd opgesteld; hij is absent. Crispijn is gevlucht van de plantage, de jungle in op zoek naar vrijheid. Zolang als dat er slavernij was in Suriname, zo lang waren er tot slaafgemaakten die streden tegen die slavernij. In de jungle vormen zich gemeenschappen van gevluchte slaafgemaakten: de marrons. Zij leven een heftig bestaan op afgelegen plekken in de oerwouden van Suriname. Waarom staat Crispijn nog steeds op deze lijst? Als gevluchte slaafgemaakten worden gevonden door de milities van het goevernement, worden ze gestraft en 'teruggegeven' aan de plantage. Tot slaafgemaakten worden immers gezien als het bezit van de planter.</p>
<p><strong>Namen</strong></p>
<p>Persoon elf op de lijst is Dikkie. Dikkie's naam is aan hem gegeven door de planter of de opzichter. Hij heeft deze naam nooit zelf mogen kiezen. Waarschijnlijk wordt hij door zijn lotgenoten anders genoemd, bij zijn eigen naam. De namen van tot slaafgemaakten zijn soms heel Nederlands, soms Afrikaans, maar vaak ook belachelijk. Kan jij je voorstellen dat iemand jou zomaar een andere naam geeft? Het was dus als tot slaafgemaakte niet alleen hard werken in onvrijheid. Ook je naam, en daarmee je identiteit, werd volledig van je afgenomen. Daarom spreken we van tot slaafgemaakten: iemand werd volledig gestript van zijn identiteit, achtergrond en vrijheid.</p>
<p>Je naam is onderdeel van je identiteit. Wat betekent jouw naam voor jou? Hoe zou je het vinden als iemand jou zomaar een andere naam geeft?</p>
<p> </p>
<p><em>De informatie over deze bron is voortgekomen uit een samenwerking tussen het Stadsarchief Rotterdam en de stichting Gedeeld Verleden Gezamenlijke Toekomst. Het onderzoek is gedaan door Eline Rademakers.</em></p><p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/themas/koloniaal--slavernijverleden/taxatierapport-tot-slaafgemaakten.jpg" alt=""></p><p><strong>Taxatierapport</strong></p>
<p>Dit zijn twee pagina's uit een taxatierapport van de plantage Janslust in Suriname. Het rapport komt uit 1774. In een taxatierapport worden alle bezittingen van de planter opgesomd en op waarde geschat. Ook de tot slaafgemaakten worden gezien als zijn bezit. Vandaar dat bij ieder taxatierapport een slavenlijst is opgenomen.</p>
<p><strong>Als "productiemiddelen"</strong></p>
<p>De lijst met slaafgemaakten is hier rechts onder in de bron te zien. De waardes achter de namen van de tot slaafgemaakten zeggen iets over de waarde die de witte opzichter/taxateur geeft aan deze tot slaafgemaakten. Het zegt niet iets over hoe de tot slaafgemaakten elkaar waarderen. De slavenlijst maakt duidelijk dat de tot slaafgemaakten in deze bron worden gezien als productiemiddelen.</p>
<p><strong>Tot slaafgemaakten</strong></p>
<p>In de lijst zijn dertien tot slaafgemaakten opgenomen. We lichten er drie uit:</p>
<p>2. Geluk, "timmerneger". Op bijna alle plantages zijn timmerlieden te vinden. Vaak moeten ze dit vak al jong leren. Ze timmeren onder andere huizen, meubels en machines in elkaar. Deze bron is geschreven door een witte beambte. Hij gebruikt het woord "timmerneger" om het verschil aan te duiden tussen de vrije witte timmerman in Paramaribo en de onvrije zwarte Geluk. Aan het bedrag kun je zien dat Geluk veel waard is; timmermannen zijn onmisbaar (en letterlijk veel waard) op de plantage in de ogen van de witte beambte.</p>
<p>4. Corasie, metselaar en tuinier. Metselaar is een specialisme dat minder voorkwam op plantages. Je zou zeggen dat Corasie in de ogen van de witte beambte veel waard zou moeten zijn. Toch staat een bedrag van 400 florijnen (gulden) achter zijn naam. Dat hij ook tuinier is verklaart waarom: alleen oudere tot slaafgemaakten zijn tuinier. Corasie is dus oud en werkt niet meer onafgebroken als metselaar. Omdat niets doen voor de planter geen optie is, moet Corasie zijn oude dag in de tuin spenderen.</p>
<p>12. Crispijn, dito (delver), absent. Crispijn is delver, maar niet op de plantage aanwezig toen deze slavenlijst werd opgesteld; hij is absent. Crispijn is gevlucht van de plantage, de jungle in op zoek naar vrijheid. Zolang als dat er slavernij was in Suriname, zo lang waren er tot slaafgemaakten die streden tegen die slavernij. In de jungle vormen zich gemeenschappen van gevluchte slaafgemaakten: de marrons. Zij leven een heftig bestaan op afgelegen plekken in de oerwouden van Suriname. Waarom staat Crispijn nog steeds op deze lijst? Als gevluchte slaafgemaakten worden gevonden door de milities van het goevernement, worden ze gestraft en 'teruggegeven' aan de plantage. Tot slaafgemaakten worden immers gezien als het bezit van de planter.</p>
<p><strong>Namen</strong></p>
<p>Persoon elf op de lijst is Dikkie. Dikkie's naam is aan hem gegeven door de planter of de opzichter. Hij heeft deze naam nooit zelf mogen kiezen. Waarschijnlijk wordt hij door zijn lotgenoten anders genoemd, bij zijn eigen naam. De namen van tot slaafgemaakten zijn soms heel Nederlands, soms Afrikaans, maar vaak ook belachelijk. Kan jij je voorstellen dat iemand jou zomaar een andere naam geeft? Het was dus als tot slaafgemaakte niet alleen hard werken in onvrijheid. Ook je naam, en daarmee je identiteit, werd volledig van je afgenomen. Daarom spreken we van tot slaafgemaakten: iemand werd volledig gestript van zijn identiteit, achtergrond en vrijheid.</p>
<p>Je naam is onderdeel van je identiteit. Wat betekent jouw naam voor jou? Hoe zou je het vinden als iemand jou zomaar een andere naam geeft?</p>
<p> </p>
<p><em>De informatie over deze bron is voortgekomen uit een samenwerking tussen het Stadsarchief Rotterdam en de stichting Gedeeld Verleden Gezamenlijke Toekomst. Het onderzoek is gedaan door Eline Rademakers.</em></p>Mohammad Hatta op bezoek bij de Rotterdamse hogeschool2021-12-20T21:10:43+01:002021-12-20T21:10:43+01:00https://geschiedenislokaal010.nl/bronnen/mohammad-hatta-op-bezoek-bij-de-rotterdamse-hogeschoolWessel Verkerk<p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/amsterdam/slavernij--koloniaal-verleden/mohammad-hatta-bij-de-neh.jpg" alt=""></p><p>Op 27 augustus 1963 bezoekt de Indonesische politicus en voormalig minister president van Indonesië Mohammad Hatta de NEH (Nederlandsche Economische Hoogeschool). Als oud student aan de NEH brengt hij graag een bezoek aan zijn voormalige school. </p>
<p><strong>Studie in Rotterdam</strong></p>
<p>Mohammad Hatta, geboren in 1902, trekt in 1921 naar Nederland om te studeren in Rotterdam aan de Handelshogeschool (later NEH, nu Erasmus Universiteit). Uiteindelijk verblijft hij elf jaar lang in Nederland.</p>
<p><strong>Anti-koloniale stromingen</strong></p>
<p>Het is in Nederland waar Hatta in aanraking komt met antikoloniale stromingen. Hij leert dat de band tussen het Nederland en diens kolonie Nederlands-Indië ongelijkwaardig is. In 1922 sluit zich aan bij de <em>Indische Vereeniging</em> (later <em>Perhimpoenan Indonesia</em>). Deze vereniging zet zich in voor de onafhankelijkheid van Indonesië en verandert in de loop der jaren van een studentenvereniging in een politieke beweging.</p>
<p><strong>Opgepakt</strong></p>
<p>In juni 1927 worden Hatta en enkele vooraanstaande leden van <em>Perhimpoenan Indonesia</em> opgepakt door de Nederlandse autoriteiten. Ze worden aangeklaagd voor opruiing en belanden in de gevangenis. Hatta wordt samen met de andere aangeklaagden in 1929 vrijgesproken. Drie jaar later keert Hatta weer terug naar Nederlands-Indië (nu Indonesië). Ook daar wordt hij gearresteerd vanwege zijn antikoloniale activiteiten. Hij wordt zes jaar geïnterneerd in verschillende kampen.</p>
<p><strong>Indonesische onafhankelijkheidsstrijd</strong></p>
<p>Op 17 augustus 1945 roepen Hatta en mede onafhankelijkheidsstrijder Soekarno de Indonesische Onafhankelijkheid uit.Soekarno wordt verkozen tot president en Hatta tot vicepresident. Nederland geeft zijn voormalige kolonie niet zomaar op. Dit is het begin van een koloniale oorlog. Nederland en Indonesië komen in 1949 bij elkaar voor de rondetafelconferentie. Hatta sluit aan als de leider van de Indonesische delegatie. Tijdens de conferentie wordt er besloten Indonesië onafhankelijk te maken met Soekarno als president en Hatta en vicepresident.</p>
<p>Op 1 december 1956 treedt Hatta af als vicepresident van Indonesië en kondigt hij zijn pensioen aan.</p>
<p><strong>Bezoek aan Europa in 1963</strong></p>
<p>Op 26 en 27 augustus 1963 brengt Hatta een kort bezoek aan Nederland op doorreis naar Stockholm (zie bron). Op de avond van 26 augustus 1963 spreekt Hatta voor het eerst sinds acht jaar weer in het openbaar via de radio. Het is een toespraak gericht aan de Indonesiërs om vast te houden aan de principes van de <em>"pantjasila"</em>, de grondslagen van de Indonesische Revolutie.</p>
<p>Hatta overlijdt uiteindelijk op 14 maart 1980.</p>
<p>De Hattasingel in de wijk Prinsenland is vernoemd naar Mohammed Hatta.</p><p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/amsterdam/slavernij--koloniaal-verleden/mohammad-hatta-bij-de-neh.jpg" alt=""></p><p>Op 27 augustus 1963 bezoekt de Indonesische politicus en voormalig minister president van Indonesië Mohammad Hatta de NEH (Nederlandsche Economische Hoogeschool). Als oud student aan de NEH brengt hij graag een bezoek aan zijn voormalige school. </p>
<p><strong>Studie in Rotterdam</strong></p>
<p>Mohammad Hatta, geboren in 1902, trekt in 1921 naar Nederland om te studeren in Rotterdam aan de Handelshogeschool (later NEH, nu Erasmus Universiteit). Uiteindelijk verblijft hij elf jaar lang in Nederland.</p>
<p><strong>Anti-koloniale stromingen</strong></p>
<p>Het is in Nederland waar Hatta in aanraking komt met antikoloniale stromingen. Hij leert dat de band tussen het Nederland en diens kolonie Nederlands-Indië ongelijkwaardig is. In 1922 sluit zich aan bij de <em>Indische Vereeniging</em> (later <em>Perhimpoenan Indonesia</em>). Deze vereniging zet zich in voor de onafhankelijkheid van Indonesië en verandert in de loop der jaren van een studentenvereniging in een politieke beweging.</p>
<p><strong>Opgepakt</strong></p>
<p>In juni 1927 worden Hatta en enkele vooraanstaande leden van <em>Perhimpoenan Indonesia</em> opgepakt door de Nederlandse autoriteiten. Ze worden aangeklaagd voor opruiing en belanden in de gevangenis. Hatta wordt samen met de andere aangeklaagden in 1929 vrijgesproken. Drie jaar later keert Hatta weer terug naar Nederlands-Indië (nu Indonesië). Ook daar wordt hij gearresteerd vanwege zijn antikoloniale activiteiten. Hij wordt zes jaar geïnterneerd in verschillende kampen.</p>
<p><strong>Indonesische onafhankelijkheidsstrijd</strong></p>
<p>Op 17 augustus 1945 roepen Hatta en mede onafhankelijkheidsstrijder Soekarno de Indonesische Onafhankelijkheid uit.Soekarno wordt verkozen tot president en Hatta tot vicepresident. Nederland geeft zijn voormalige kolonie niet zomaar op. Dit is het begin van een koloniale oorlog. Nederland en Indonesië komen in 1949 bij elkaar voor de rondetafelconferentie. Hatta sluit aan als de leider van de Indonesische delegatie. Tijdens de conferentie wordt er besloten Indonesië onafhankelijk te maken met Soekarno als president en Hatta en vicepresident.</p>
<p>Op 1 december 1956 treedt Hatta af als vicepresident van Indonesië en kondigt hij zijn pensioen aan.</p>
<p><strong>Bezoek aan Europa in 1963</strong></p>
<p>Op 26 en 27 augustus 1963 brengt Hatta een kort bezoek aan Nederland op doorreis naar Stockholm (zie bron). Op de avond van 26 augustus 1963 spreekt Hatta voor het eerst sinds acht jaar weer in het openbaar via de radio. Het is een toespraak gericht aan de Indonesiërs om vast te houden aan de principes van de <em>"pantjasila"</em>, de grondslagen van de Indonesische Revolutie.</p>
<p>Hatta overlijdt uiteindelijk op 14 maart 1980.</p>
<p>De Hattasingel in de wijk Prinsenland is vernoemd naar Mohammed Hatta.</p>Molukse kinderen op school in barakkenkamp IJsseloord2021-12-20T21:16:18+01:002021-12-20T21:16:18+01:00https://geschiedenislokaal010.nl/bronnen/molukse-kinderen-op-school-in-barakkenkamp-ijsseloordWessel Verkerk<p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/amsterdam/slavernij--koloniaal-verleden/molukse-kinderen.jpg" alt=""></p><p>Dit is een groepsfoto van Molukse kinderen met hun begeleidsters in de kleuterschool in het houten barakkenkamp 'IJsseloord' in Capelle aan den IJssel. De foto is gemaakt tijdens de viering van de geboorte van prins Friso (25-08-1968).</p>
<p><strong>Onderwijs</strong></p>
<p>Op school worden Molukse kinderen onderwezen over de Nederlandse geschiedenis en koningshuis. Hiermee wordt niet gedoeld op de geschiedenis van de Nederlandse koloniën, zoals het eiland Ambon waar de meeste Nederlandse Molukkers vandaan kwamen. Dit gebeurt dan ook in de koloniën Nederlands-Indië (waar de Molukken toe behoorden), de Nederlandse Antillen en Suriname.</p><p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/amsterdam/slavernij--koloniaal-verleden/molukse-kinderen.jpg" alt=""></p><p>Dit is een groepsfoto van Molukse kinderen met hun begeleidsters in de kleuterschool in het houten barakkenkamp 'IJsseloord' in Capelle aan den IJssel. De foto is gemaakt tijdens de viering van de geboorte van prins Friso (25-08-1968).</p>
<p><strong>Onderwijs</strong></p>
<p>Op school worden Molukse kinderen onderwezen over de Nederlandse geschiedenis en koningshuis. Hiermee wordt niet gedoeld op de geschiedenis van de Nederlandse koloniën, zoals het eiland Ambon waar de meeste Nederlandse Molukkers vandaan kwamen. Dit gebeurt dan ook in de koloniën Nederlands-Indië (waar de Molukken toe behoorden), de Nederlandse Antillen en Suriname.</p>Kennismaken met de sneeuw2021-12-20T17:38:13+01:002021-12-20T17:38:13+01:00https://geschiedenislokaal010.nl/bronnen/kennismaken-met-de-sneeuwWessel Verkerk<p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/amsterdam/kinderen-van-indonesische-repatrianten-in-de-sneeuw-1.jpg" alt=""></p><p><strong>Wennen</strong></p>
<p>Niet alleen moeten de repatrianten uit Indonesië wennen aan de Nederlandse cultuur en de dagelijkse gang van zaken, ook is het flink wennen aan het koude Nederlandse weer. Veel repatrianten zijn hier niet op voorbereid en moeten warme kleding aanschaffen. Daarnaast wordt er ook genoten van de Nederlandse winter. Op deze foto uit 1958 maken gerepatrieerde kinderen uit Indonesië voor het eerst kennis met de sneeuw na aankomst met de Sibajak aan de Lloydkade.</p><p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/amsterdam/kinderen-van-indonesische-repatrianten-in-de-sneeuw-1.jpg" alt=""></p><p><strong>Wennen</strong></p>
<p>Niet alleen moeten de repatrianten uit Indonesië wennen aan de Nederlandse cultuur en de dagelijkse gang van zaken, ook is het flink wennen aan het koude Nederlandse weer. Veel repatrianten zijn hier niet op voorbereid en moeten warme kleding aanschaffen. Daarnaast wordt er ook genoten van de Nederlandse winter. Op deze foto uit 1958 maken gerepatrieerde kinderen uit Indonesië voor het eerst kennis met de sneeuw na aankomst met de Sibajak aan de Lloydkade.</p>Vrijwilligers voor Nederlands Oost-Indië2021-12-20T18:29:59+01:002021-12-20T18:29:59+01:00https://geschiedenislokaal010.nl/bronnen/vrijwilligers-voor-nederlands-oost-indieWessel Verkerk<p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/amsterdam/slavernij--koloniaal-verleden/vrijwilligers-voor-nederlands-oost-indië-2.jpg" alt=""></p><p><strong>Bron</strong></p>
<p>Vrijwilligers melden zich bij het aanmeldingsbureau voor Nederlands Oost-Indië in een Diwero (Dienst Wederopbouw)-keet op het Slagveld in juni 1945. Ze melden zich aan om voor Nederland te vechten in de strijd voor het behoud van de kolonie én tegen de Indonesische onafhankelijkheid.</p><p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/amsterdam/slavernij--koloniaal-verleden/vrijwilligers-voor-nederlands-oost-indië-2.jpg" alt=""></p><p><strong>Bron</strong></p>
<p>Vrijwilligers melden zich bij het aanmeldingsbureau voor Nederlands Oost-Indië in een Diwero (Dienst Wederopbouw)-keet op het Slagveld in juni 1945. Ze melden zich aan om voor Nederland te vechten in de strijd voor het behoud van de kolonie én tegen de Indonesische onafhankelijkheid.</p>Oost-Indisch Huis2021-12-20T21:37:28+01:002021-12-20T21:37:28+01:00https://geschiedenislokaal010.nl/bronnen/oost-indisch-huisWessel Verkerk<p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/amsterdam/slavernij--koloniaal-verleden/oost-indisch-huis-2.jpg" alt=""></p><p><strong>Bron</strong></p>
<p>Het Oost-Indisch Huis/Vrij Entrepôt aan de Boompjes op 6 februari 1932.</p>
<p>In het vooroorlogse Rotterdam is het Oost-Indisch Huis één van de meest prominente gebouwen aan de Boompjes. Oorspronkelijk dient het als kantoor en pakhuis van de Rotterdamse Kamer van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC). In de loop der jaren wordt het complex verschillende keren uitgebreid. Aan de achterzijde grenst het aan de Scheepmakershaven. Na opheffing van de VOC in 1798 krijgt het een nieuwe functie als Rijks Entrepotgebouw.</p>
<p><strong>Een gebouw voor de VOC</strong></p>
<p>Iedere Kamer van de VOC beschikt over meerdere gebouwen in de stad, waaronder een Oost-Indisch Huis. Dit huis heeft een aantal functies. Het is allereerst een plek waar de vergaderingen van de lokale bewindhebbers gehouden worden. Daarnaast is er een verkooplokaal waar veilingen worden gehouden en magazijnen voor de opslag van handelswaar en goederen. Naast een Oost-Indisch Huis beschikken de meest VOC-Kamers over een werf voor de bouw en reparatie van schepen en een lijnbaan waar touwen geslagen worden.</p>
<p><strong>Geschikte locatie</strong></p>
<p>Het is onbekend waar de bewindhebbers van de VOC-Kamer Rotterdam de eerste jaren na de oprichting van de compagnie vergaderen. Tussen 1623 en 1699 is een complex in gebruik dat in de loop der jaren steeds iets uitgebreid wordt en gesitueerd is in de omgeving Vischsteeg (in de volksmond de ‘Oostindische Steeg’), Wijnhaven, Scheepmakershaven en de Punt. Eind zeventiende eeuw besluit men op zoek te gaan naar een geschikte locatie voor nieuwbouw omdat het VOC-complex aan de Wijnstraat steeds bouwvalliger wordt. Het oog van de bewindhebbers valt dan op een terrein tussen Boompje en Scheepmakershaven. Het gaat om de plek waar tot voor kort de VOC-werf heeft gelegen. De op deze plek gevestigde particuliere scheepswerven moeten vertrekken naar de pas gegraven Zalmhaven.</p>
<p><strong>Inrichting</strong></p>
<p>Het nieuwe hoofdgebouw van het Oost-Indisch Huis is twintig meter hoog en heeft een gevelbreedte van bijna zestig meter. Het bestaat uit een souterrain, een verhoogde bel-etage, drie verdiepingen en een kapverdieping. De entree van het gebouw ligt aan de Boompjes en biedt toegang tot de hal, de vergaderruimte, het verkooplokaal en kantoren aan weerszijden van het trappenhuis. Aan beide zijden staan twee pakhuizen die aan de voorzijden verbonden zijn met het hoofdgebouw door twee lage toegangspoorten. De pakhuizen en zolders zijn ingericht voor verschillende goederen zoals porselein, foelie, kaneel, hout en koffie. Aan de achterzijde bij de Scheepmakershaven is in 1761 een extra pakhuis gebouwd. Zo is een vierzijdig complex ontstaan rond een binnenplaats die bereikbaar is via de twee poorten naast het hoofdgebouw.</p>
<p><strong>Een andere bestemming voor het pand</strong></p>
<p>Het Oost-Indisch Huis gaat na opheffing van de voc in 1798 over in andere handen. Onder Frans bestuur (1794-1814) krijgt het de functie van Entrepotgebouw. Na het vertrek van de Fransen wordt het als Vrij Entrepot ingericht; een locatie waar iedereen zijn goederen vrij van rechten kan opslaan bij overzeese in- of uitvoer. In de twintigste eeuw houdt gemeenteraadslid en architect J. Vertheul, groot voorvechter van de schoonheid en het behoud van historische bouwwerken in de stad, verschillende pleidooien om het pand zo veel mogelijk in oorspronkelijk staat te behouden. Plannen om de Marinierskazerne in het voormalige Oostindisch Huis onder te brengen weet hij met succes te dwarsbomen. Het bombardement van 14 mei 1940 maakt een definitief einde zijn strijd tegen de onzorgvuldige omgang met historische bouwwerken in de stad. </p><p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/amsterdam/slavernij--koloniaal-verleden/oost-indisch-huis-2.jpg" alt=""></p><p><strong>Bron</strong></p>
<p>Het Oost-Indisch Huis/Vrij Entrepôt aan de Boompjes op 6 februari 1932.</p>
<p>In het vooroorlogse Rotterdam is het Oost-Indisch Huis één van de meest prominente gebouwen aan de Boompjes. Oorspronkelijk dient het als kantoor en pakhuis van de Rotterdamse Kamer van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC). In de loop der jaren wordt het complex verschillende keren uitgebreid. Aan de achterzijde grenst het aan de Scheepmakershaven. Na opheffing van de VOC in 1798 krijgt het een nieuwe functie als Rijks Entrepotgebouw.</p>
<p><strong>Een gebouw voor de VOC</strong></p>
<p>Iedere Kamer van de VOC beschikt over meerdere gebouwen in de stad, waaronder een Oost-Indisch Huis. Dit huis heeft een aantal functies. Het is allereerst een plek waar de vergaderingen van de lokale bewindhebbers gehouden worden. Daarnaast is er een verkooplokaal waar veilingen worden gehouden en magazijnen voor de opslag van handelswaar en goederen. Naast een Oost-Indisch Huis beschikken de meest VOC-Kamers over een werf voor de bouw en reparatie van schepen en een lijnbaan waar touwen geslagen worden.</p>
<p><strong>Geschikte locatie</strong></p>
<p>Het is onbekend waar de bewindhebbers van de VOC-Kamer Rotterdam de eerste jaren na de oprichting van de compagnie vergaderen. Tussen 1623 en 1699 is een complex in gebruik dat in de loop der jaren steeds iets uitgebreid wordt en gesitueerd is in de omgeving Vischsteeg (in de volksmond de ‘Oostindische Steeg’), Wijnhaven, Scheepmakershaven en de Punt. Eind zeventiende eeuw besluit men op zoek te gaan naar een geschikte locatie voor nieuwbouw omdat het VOC-complex aan de Wijnstraat steeds bouwvalliger wordt. Het oog van de bewindhebbers valt dan op een terrein tussen Boompje en Scheepmakershaven. Het gaat om de plek waar tot voor kort de VOC-werf heeft gelegen. De op deze plek gevestigde particuliere scheepswerven moeten vertrekken naar de pas gegraven Zalmhaven.</p>
<p><strong>Inrichting</strong></p>
<p>Het nieuwe hoofdgebouw van het Oost-Indisch Huis is twintig meter hoog en heeft een gevelbreedte van bijna zestig meter. Het bestaat uit een souterrain, een verhoogde bel-etage, drie verdiepingen en een kapverdieping. De entree van het gebouw ligt aan de Boompjes en biedt toegang tot de hal, de vergaderruimte, het verkooplokaal en kantoren aan weerszijden van het trappenhuis. Aan beide zijden staan twee pakhuizen die aan de voorzijden verbonden zijn met het hoofdgebouw door twee lage toegangspoorten. De pakhuizen en zolders zijn ingericht voor verschillende goederen zoals porselein, foelie, kaneel, hout en koffie. Aan de achterzijde bij de Scheepmakershaven is in 1761 een extra pakhuis gebouwd. Zo is een vierzijdig complex ontstaan rond een binnenplaats die bereikbaar is via de twee poorten naast het hoofdgebouw.</p>
<p><strong>Een andere bestemming voor het pand</strong></p>
<p>Het Oost-Indisch Huis gaat na opheffing van de voc in 1798 over in andere handen. Onder Frans bestuur (1794-1814) krijgt het de functie van Entrepotgebouw. Na het vertrek van de Fransen wordt het als Vrij Entrepot ingericht; een locatie waar iedereen zijn goederen vrij van rechten kan opslaan bij overzeese in- of uitvoer. In de twintigste eeuw houdt gemeenteraadslid en architect J. Vertheul, groot voorvechter van de schoonheid en het behoud van historische bouwwerken in de stad, verschillende pleidooien om het pand zo veel mogelijk in oorspronkelijk staat te behouden. Plannen om de Marinierskazerne in het voormalige Oostindisch Huis onder te brengen weet hij met succes te dwarsbomen. Het bombardement van 14 mei 1940 maakt een definitief einde zijn strijd tegen de onzorgvuldige omgang met historische bouwwerken in de stad. </p>Puntegale2021-12-20T22:05:01+01:002021-12-20T22:05:01+01:00https://geschiedenislokaal010.nl/bronnen/puntegaleWessel Verkerk<p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/amsterdam/slavernij--koloniaal-verleden/puntegale-2.jpg" alt=""></p><p><strong>Straatnamen in Rotterdam</strong></p>
<p>Veel straatnamen in Rotterdam hebben iets te maken met het koloniale verleden. Echter blijkt dat de informatie omtrent die relatie vaak ontbreekt, onvolledig is of niet bekend. De Puntegaalstraat is een interessant voorbeeld.</p>
<p><strong>Herkomst</strong></p>
<p>Volgens het stratenregister verwijst de naam Puntegaalstraat naar een woning die er in de achttiende eeuw stond. Na enig onderzoek komt men er in 1985 achter dat de locatie vanaf de zeventiende eeuw al bebouwd is, en dat het sinds 1736 al bekend staat als 'Punte gaale', een verbastering van de landtong 'Punte de Gale' in Ceylon (Sri Lanka). Daar bouwt de VOC medio zeventiende eeuw een haven annex fort. Zo is de naam van de Puntegaalstraat waarschijnlijk te danken aan de zeevaaders die in de Rotterdamse haven vertellen over de verre oorden die ze op hun reizen bezoeken.</p>
<p><strong>Relevant</strong></p>
<p>Dankzij onderzoek naar straatnamen wordt het verhaal over de herkomst van de naam van de Puntegaalstraat niet alleen vollediger, maar bovenal interessanter – en relevant in verband met het koloniale verleden van Rotterdam.</p><p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/amsterdam/slavernij--koloniaal-verleden/puntegale-2.jpg" alt=""></p><p><strong>Straatnamen in Rotterdam</strong></p>
<p>Veel straatnamen in Rotterdam hebben iets te maken met het koloniale verleden. Echter blijkt dat de informatie omtrent die relatie vaak ontbreekt, onvolledig is of niet bekend. De Puntegaalstraat is een interessant voorbeeld.</p>
<p><strong>Herkomst</strong></p>
<p>Volgens het stratenregister verwijst de naam Puntegaalstraat naar een woning die er in de achttiende eeuw stond. Na enig onderzoek komt men er in 1985 achter dat de locatie vanaf de zeventiende eeuw al bebouwd is, en dat het sinds 1736 al bekend staat als 'Punte gaale', een verbastering van de landtong 'Punte de Gale' in Ceylon (Sri Lanka). Daar bouwt de VOC medio zeventiende eeuw een haven annex fort. Zo is de naam van de Puntegaalstraat waarschijnlijk te danken aan de zeevaaders die in de Rotterdamse haven vertellen over de verre oorden die ze op hun reizen bezoeken.</p>
<p><strong>Relevant</strong></p>
<p>Dankzij onderzoek naar straatnamen wordt het verhaal over de herkomst van de naam van de Puntegaalstraat niet alleen vollediger, maar bovenal interessanter – en relevant in verband met het koloniale verleden van Rotterdam.</p>"Where our tea comes from"2021-12-21T20:42:39+01:002021-12-21T20:42:39+01:00https://geschiedenislokaal010.nl/bronnen/where-our-tea-comes-fromWessel Verkerk<p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/bronnen/134/where-our-tea-comes-from-2.jpg" alt=""></p><p><strong>De bron</strong></p>
<p>Dit is een affiche van de Rotterdamse tabak, thee en koffie fabrikant Van Nelle uit 1937. Het affiche verwijst direct naar de thee handel met de tekst: "A great industry, where our tea comes from. India, Ceylon, Sumatra, Java." Het toont versimpelde kaarten van India, Ceylon (Sri Lanka), Sumatra en Java, de plekken waar de thee van Van Nelle wordt geproduceerd.</p>
<p><strong>Direct verband met Nederlands kolonialisme</strong></p>
<p>Dergelijke affiches werden gebruikt ter reclame voor de thee en tonen het directe verband tussen de productie/verkoop van thee en het Nederlandse kolonialisme in Zuid-Oost Azië.</p><p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/bronnen/134/where-our-tea-comes-from-2.jpg" alt=""></p><p><strong>De bron</strong></p>
<p>Dit is een affiche van de Rotterdamse tabak, thee en koffie fabrikant Van Nelle uit 1937. Het affiche verwijst direct naar de thee handel met de tekst: "A great industry, where our tea comes from. India, Ceylon, Sumatra, Java." Het toont versimpelde kaarten van India, Ceylon (Sri Lanka), Sumatra en Java, de plekken waar de thee van Van Nelle wordt geproduceerd.</p>
<p><strong>Direct verband met Nederlands kolonialisme</strong></p>
<p>Dergelijke affiches werden gebruikt ter reclame voor de thee en tonen het directe verband tussen de productie/verkoop van thee en het Nederlandse kolonialisme in Zuid-Oost Azië.</p>Atjehstraat2021-12-21T17:28:49+01:002021-12-21T17:28:49+01:00https://geschiedenislokaal010.nl/bronnen/atjehstraatWessel Verkerk<p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/themas/atjehstraat-2.jpg" alt=""></p><p>Het onmiskenbare aanzicht van de brede straten van Katendrecht die vanaf eind 19e eeuw en het begin 20e eeuw de plaats innemen van het oude dorp dat ooit Katendrecht was.</p>
<p><strong>Straatnamen</strong></p>
<p>De straatnamen in het 'nieuwe' Katendrecht verwijzen naar Nederlands-Indië: Atjeshstraat, Timorstraat, Sumatraweg, Lombokstraat, en het Deliplein. Alhoewel de vernieuwingen op Katendrecht misschien niet in directe verbinding staan tot het Nederlands kolonialisme, getuigen de straatnamen wel degelijk van een verband tussen Nederland en haar koloniën in <em>de Oost</em>.</p>
<p><strong>De bron</strong></p>
<p>De bron toont de Atjehstraat in 1910. Op de voorgrond links is de Timorstraat te zien en rechts de Veerlaan. In het midden ziet men de kruising met de Lombokstraat en op de achtergrond de gevels van de huizen aan de Sumatraweg.</p><p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/themas/atjehstraat-2.jpg" alt=""></p><p>Het onmiskenbare aanzicht van de brede straten van Katendrecht die vanaf eind 19e eeuw en het begin 20e eeuw de plaats innemen van het oude dorp dat ooit Katendrecht was.</p>
<p><strong>Straatnamen</strong></p>
<p>De straatnamen in het 'nieuwe' Katendrecht verwijzen naar Nederlands-Indië: Atjeshstraat, Timorstraat, Sumatraweg, Lombokstraat, en het Deliplein. Alhoewel de vernieuwingen op Katendrecht misschien niet in directe verbinding staan tot het Nederlands kolonialisme, getuigen de straatnamen wel degelijk van een verband tussen Nederland en haar koloniën in <em>de Oost</em>.</p>
<p><strong>De bron</strong></p>
<p>De bron toont de Atjehstraat in 1910. Op de voorgrond links is de Timorstraat te zien en rechts de Veerlaan. In het midden ziet men de kruising met de Lombokstraat en op de achtergrond de gevels van de huizen aan de Sumatraweg.</p>Nederlandse Opstand2022-01-20T11:05:03+01:002022-01-20T11:05:03+01:00https://geschiedenislokaal010.nl/bronnen/nederlandse-opstandSandra Gerlings<p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/nl-rtsa_4080_1973-4741-01.jpg" alt=""></p><p><strong>Nederlandse Opstand</strong></p>
<p>Tijdens de Nederlandse Opstand, oftewel de Tachtigjarige Oorlog (1568 – 1648) komen de Nederlandse gewesten in verzet tegen hun landsheer, die tevens de koning van Spanje is, Filips II. Sinds 1555 is Filips II landsheer van de Nederlanden en hij probeert steeds meer macht te vergaren door de zelfstandige gewesten tot een eenheid te maken met overal dezelfde wetten en belastingen. Hij benoemt ambtenaren ten koste van Nederlandse edellieden op belangrijke functies in het landsbestuur. Daarnaast verbiedt hij niet-katholieken hun geloof te belijden.</p>
<p><strong>Smeekschrift van de <em>gueux</em></strong></p>
<p>Een grote groep edelen tracht een einde te maken aan deze geloofsvervolging. Ook willen zij hun eigen positie in het landsbestuur behouden. Ongeveer tweehonderd edelen overhandigen in 1566 een smeekschrift aan Margaretha van Parma, de halfzus van Filips en sinds 1559 de landvoogdes. Zij verzoeken om godsdienstige verdraagzaamheid en opschorting van de vervolgingen. Volgens de overlevering zou een adviseur toen gezegd hebben dat de adellijke mannen slechts “gueux” (bedelaars) zijn en sindsdien bestaat het woord <em>geuzen </em>als erenaam voor de Nederlandse edellieden die tegen de Spaanse koning strijden.</p>
<p><strong>Willem van Oranje</strong></p>
<p>Willem van Oranje is een van de invloedrijkste edellieden en wordt de belangrijkste woordvoerder van de adellijke oppositiepartij. Sinds 1567 is de hertog van Alva de nieuwe landvoogd die met harde hand de onlusten bestijdt. Willem van Oranje organiseert verschillende militaire invallen om een einde te maken aan het bewind van Alva. Vanaf 1568 start hij een propagandacampagne met pamfletten, prenten en strijdliederen. Hieraan hebben we het <em>Wilhelmus </em>te danken. Dit is het begin van de Opstand waarbij Willem van Oranje ook gebruik gaat maken van geuzen. Pas als de geuzen op 1 april 1572 Brielle innemen, kan de Opstand op bredere steun rekenen.</p>
<p><strong>De Oostpoort in Rotterdam</strong></p>
<p>Rond 1570 is het stadsbestuur van Rotterdam nog erg Spaansgezind; in tegenstelling tot de Rotterdammers zelf. Ter beveiliging van haar handel en scheepvaart bindt de stad de strijd aan met de geuzen die op 1 april 1572 Brielle en op 7 april ook Delfshaven hebben ingenomen. Spaanse troepen trekken naar Rotterdam met als doel van daaruit Delfshaven te heroveren. Bij hun aankomst op 8 april houden beschonken Rotterdammers de Spanjaarden bij de Oostpoort tegen, zodat zij de nacht in het veld moeten doorbrengen.</p>
<p>De volgende dag, 9 april, worden groepjes getergde Spanjaarden in de stad toegelaten, maar uiteindelijk loopt de intocht van grote aantallen soldaten uit op gewelddadige schermutselingen waarbij op zijn minst veertig Rotterdammers de dood vinden.</p>
<p>Onder de Rotterdammers die daarbij worden vermoord, bevinden zich de stadsbestuurder Jan Jacobsz. Roos en de smid Swart Jan, die als eerste is gesneuveld bij de Oostpoort.</p>
<p>Pas op 25 juli, als geuzenaanvoerder Lumey vanuit Dordrecht de stad binnentrekt, erkent Rotterdam de prins van Oranje. Tegenwoordig herinneren de Burgemeester Roosstraat en de Zwartjanstraat in de wijk het Oude Noorden nog aan deze Spaanse terreur.</p>
<p> </p>
<p>De bron is een prent van Frans Hogenberg uit omstreeks 1580. Spaanse troepen trekken onder leiding van de stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht, de graaf van Bossu, Rotterdam binnen via de Oostpoort.</p><p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/nl-rtsa_4080_1973-4741-01.jpg" alt=""></p><p><strong>Nederlandse Opstand</strong></p>
<p>Tijdens de Nederlandse Opstand, oftewel de Tachtigjarige Oorlog (1568 – 1648) komen de Nederlandse gewesten in verzet tegen hun landsheer, die tevens de koning van Spanje is, Filips II. Sinds 1555 is Filips II landsheer van de Nederlanden en hij probeert steeds meer macht te vergaren door de zelfstandige gewesten tot een eenheid te maken met overal dezelfde wetten en belastingen. Hij benoemt ambtenaren ten koste van Nederlandse edellieden op belangrijke functies in het landsbestuur. Daarnaast verbiedt hij niet-katholieken hun geloof te belijden.</p>
<p><strong>Smeekschrift van de <em>gueux</em></strong></p>
<p>Een grote groep edelen tracht een einde te maken aan deze geloofsvervolging. Ook willen zij hun eigen positie in het landsbestuur behouden. Ongeveer tweehonderd edelen overhandigen in 1566 een smeekschrift aan Margaretha van Parma, de halfzus van Filips en sinds 1559 de landvoogdes. Zij verzoeken om godsdienstige verdraagzaamheid en opschorting van de vervolgingen. Volgens de overlevering zou een adviseur toen gezegd hebben dat de adellijke mannen slechts “gueux” (bedelaars) zijn en sindsdien bestaat het woord <em>geuzen </em>als erenaam voor de Nederlandse edellieden die tegen de Spaanse koning strijden.</p>
<p><strong>Willem van Oranje</strong></p>
<p>Willem van Oranje is een van de invloedrijkste edellieden en wordt de belangrijkste woordvoerder van de adellijke oppositiepartij. Sinds 1567 is de hertog van Alva de nieuwe landvoogd die met harde hand de onlusten bestijdt. Willem van Oranje organiseert verschillende militaire invallen om een einde te maken aan het bewind van Alva. Vanaf 1568 start hij een propagandacampagne met pamfletten, prenten en strijdliederen. Hieraan hebben we het <em>Wilhelmus </em>te danken. Dit is het begin van de Opstand waarbij Willem van Oranje ook gebruik gaat maken van geuzen. Pas als de geuzen op 1 april 1572 Brielle innemen, kan de Opstand op bredere steun rekenen.</p>
<p><strong>De Oostpoort in Rotterdam</strong></p>
<p>Rond 1570 is het stadsbestuur van Rotterdam nog erg Spaansgezind; in tegenstelling tot de Rotterdammers zelf. Ter beveiliging van haar handel en scheepvaart bindt de stad de strijd aan met de geuzen die op 1 april 1572 Brielle en op 7 april ook Delfshaven hebben ingenomen. Spaanse troepen trekken naar Rotterdam met als doel van daaruit Delfshaven te heroveren. Bij hun aankomst op 8 april houden beschonken Rotterdammers de Spanjaarden bij de Oostpoort tegen, zodat zij de nacht in het veld moeten doorbrengen.</p>
<p>De volgende dag, 9 april, worden groepjes getergde Spanjaarden in de stad toegelaten, maar uiteindelijk loopt de intocht van grote aantallen soldaten uit op gewelddadige schermutselingen waarbij op zijn minst veertig Rotterdammers de dood vinden.</p>
<p>Onder de Rotterdammers die daarbij worden vermoord, bevinden zich de stadsbestuurder Jan Jacobsz. Roos en de smid Swart Jan, die als eerste is gesneuveld bij de Oostpoort.</p>
<p>Pas op 25 juli, als geuzenaanvoerder Lumey vanuit Dordrecht de stad binnentrekt, erkent Rotterdam de prins van Oranje. Tegenwoordig herinneren de Burgemeester Roosstraat en de Zwartjanstraat in de wijk het Oude Noorden nog aan deze Spaanse terreur.</p>
<p> </p>
<p>De bron is een prent van Frans Hogenberg uit omstreeks 1580. Spaanse troepen trekken onder leiding van de stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht, de graaf van Bossu, Rotterdam binnen via de Oostpoort.</p>Erasmus afkomstig uit Rotterdam2022-01-19T12:35:39+01:002022-01-19T12:35:39+01:00https://geschiedenislokaal010.nl/bronnen/erasmus-afkomstig-uit-rotterdamSandra Gerlings<p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/bronnen/nl-rtsa_4121_8976-4-01.jpg" alt=""></p><p class="x_MsoNormal_mr_css_attr"><b><span class="markvi1ae80o6" data-markjs="true">Erasmus</span> </b></p>
<p class="x_MsoNormal_mr_css_attr"><span class="markvi1ae80o6" data-markjs="true">Erasmus</span> wordt tegenwoordig gezien als een van de belangrijkste denkers uit de Nederlandse geschiedenis en is om die reden opgenomen in de Nederlandse Canon. <span class="markvi1ae80o6" data-markjs="true">Erasmus</span> wordt in oktober 1466 (sommigen denken 1467 of 1469) geboren als Gerrit Gerritszoon in Rotterdam. Hij is de onwettige zoon van de Goudse priester Gerard Rogerii en Margaretha, dochter van een chirurgijn uit Zevenbergen. <span class="markvi1ae80o6" data-markjs="true">Erasmus</span> gaat een groot deel van zijn leven gebukt onder zijn ‘onwettige’ status en wijzigt in 1506 zijn naam in Desiderius - betekenis: de gewenste - <span class="markvi1ae80o6" data-markjs="true">Erasmus</span>. In zijn publicaties, met als beroemdste <em>Lof der Zotheid</em>, noemt hij zich <span class="markvi1ae80o6" data-markjs="true">Erasmus</span> Roterodamus: <span class="markvi1ae80o6" data-markjs="true">Erasmus</span> afkomstig uit Rotterdam. </p>
<p class="x_MsoNormal_mr_css_attr"><b>Jonge jaren </b></p>
<p class="x_MsoNormal_mr_css_attr">Al op zeer jonge leeftijd verlaat <span class="markvi1ae80o6" data-markjs="true">Erasmus</span> voorgoed zijn geboortestad. Hij gaat in Gouda, Utrecht, Deventer en Den Bosch naar school. In 1488 wordt <span class="markvi1ae80o6" data-markjs="true">Erasmus</span> kloosterling in Steyn, bij Gouda en in 1492 wordt hij tot priester gewijd. Het priesterambt biedt hem de mogelijkheid om in het buitenland te studeren. <span class="markvi1ae80o6" data-markjs="true">Erasmus</span> studeert in Frankrijk en Engeland en promoveert in de theologie in Italië. </p>
<p class="x_MsoNormal_mr_css_attr"><b>Beroemd </b></p>
<p class="x_MsoNormal_mr_css_attr"><span class="markvi1ae80o6" data-markjs="true">Erasmus</span> is bij leven een beroemd humanist, theoloog en pedagoog en geniet zeer veel aanzien. Hij heeft contacten met beroemde geleerden en geestelijk leiders. Daarnaast is hij een graag geziene gast aan koninklijke en keizerlijke hoven. <span class="markvi1ae80o6" data-markjs="true">Erasmus</span> predikt de zuivering van het Latijn en bewerkstelligt een herziening van de christelijke tradities. Hij is van mening dat ieder individu vrij moet zijn om te kiezen en roept katholieken en protestanten op tot tolerantie voor elkaars denkbeelden. Zijn humanistische ideeën hebben grote invloed gehad op de ideeën van Hugo de Groot en Willem van Oranje, en via hen op Nederland als land. </p>
<p class="x_MsoNormal_mr_css_attr"><b>Verblijfplaatsen </b></p>
<p class="x_MsoNormal_mr_css_attr">Van 1516 tot 1521 woont <span class="markvi1ae80o6" data-markjs="true">Erasmus</span> in de Zuidelijke Nederlanden, daarna woont hij in Basel en Freiburg in Breisgau. In 1535 vestigt hij zich opnieuw in Basel, ondanks pogingen van Maria van Hongarije, landvoogdes van de Nederlanden, om hem tot een terugkeer te bewegen. Hij sterft aldaar op 12 juli 1536. </p>
<p class="x_MsoNormal_mr_css_attr"><b>Icoon van de stad </b></p>
<p class="x_MsoNormal_mr_css_attr"><span class="markvi1ae80o6" data-markjs="true">Erasmus</span> wordt gezien als een van de belangrijkste denkers uit de Nederlandse geschiedenis. Hoewel hij maar drie jaar in Rotterdam heeft gewoond, is <span class="markvi1ae80o6" data-markjs="true">Erasmus</span> uitgegroeid tot één van de iconen van de stad. Zijn standbeeld bij de Laurenskerk, de <span class="markvi1ae80o6" data-markjs="true">Erasmus</span>brug en de <span class="markvi1ae80o6" data-markjs="true">Erasmus</span> MC en Universiteit, het Erasmiaans Gymnasium en een <span class="markvi1ae80o6" data-markjs="true">Erasmus</span> wandelroute zijn enkele voorbeelden hiervan. </p>
<p class="x_MsoNormal_mr_css_attr">In de Centrale Bibliotheek Rotterdam is een permanente tentoonstelling ingericht: de <span class="markvi1ae80o6" data-markjs="true">Erasmus</span> Experience. De bezoeker wordt met opdrachten uitgedaagd te denken als <span class="markvi1ae80o6" data-markjs="true">Erasmus</span> vanwege zijn waardevolle gedachtegoed. De bibliotheek beheert de grootste <span class="markvi1ae80o6" data-markjs="true">Erasmus</span>collectie ter wereld. Unieke exemplaren zijn aanwezig, zoals vier originele brieven van <span class="markvi1ae80o6" data-markjs="true">Erasmus</span> en geïllustreerde edities van de Lof der Zotheid, zijn beroemdste werk. </p>
<p class="x_MsoNormal_mr_css_attr">In Rotterdam wordt elk jaar op 28 oktober, zijn geboortedag, de Lof der Zotheidspeld uitgereikt aan een Rotterdammer die zich in de geest van <span class="markvi1ae80o6" data-markjs="true">Erasmus</span> inzet voor de samenleving en opkomt voor tolerantie, onderwijs en satire.</p>
<p><strong>De bron</strong></p>
<p>Het biljet van honderd gulden waarop Erasmus staat afgebeeld is heel veelzeggend: geld is net zo internationaal als Erasmus en zwerft de hele wereld rond. Voor velen staat geld symbool voor vrijheid. Dit biljet is vanaf 1953 in omloop geweest. Eind 1972 is een nieuw ontworpen honderd-guldenbiljet geïntroduceerd in het betalingsverkeer.</p>
<p> </p><p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/bronnen/nl-rtsa_4121_8976-4-01.jpg" alt=""></p><p class="x_MsoNormal_mr_css_attr"><b><span class="markvi1ae80o6" data-markjs="true">Erasmus</span> </b></p>
<p class="x_MsoNormal_mr_css_attr"><span class="markvi1ae80o6" data-markjs="true">Erasmus</span> wordt tegenwoordig gezien als een van de belangrijkste denkers uit de Nederlandse geschiedenis en is om die reden opgenomen in de Nederlandse Canon. <span class="markvi1ae80o6" data-markjs="true">Erasmus</span> wordt in oktober 1466 (sommigen denken 1467 of 1469) geboren als Gerrit Gerritszoon in Rotterdam. Hij is de onwettige zoon van de Goudse priester Gerard Rogerii en Margaretha, dochter van een chirurgijn uit Zevenbergen. <span class="markvi1ae80o6" data-markjs="true">Erasmus</span> gaat een groot deel van zijn leven gebukt onder zijn ‘onwettige’ status en wijzigt in 1506 zijn naam in Desiderius - betekenis: de gewenste - <span class="markvi1ae80o6" data-markjs="true">Erasmus</span>. In zijn publicaties, met als beroemdste <em>Lof der Zotheid</em>, noemt hij zich <span class="markvi1ae80o6" data-markjs="true">Erasmus</span> Roterodamus: <span class="markvi1ae80o6" data-markjs="true">Erasmus</span> afkomstig uit Rotterdam. </p>
<p class="x_MsoNormal_mr_css_attr"><b>Jonge jaren </b></p>
<p class="x_MsoNormal_mr_css_attr">Al op zeer jonge leeftijd verlaat <span class="markvi1ae80o6" data-markjs="true">Erasmus</span> voorgoed zijn geboortestad. Hij gaat in Gouda, Utrecht, Deventer en Den Bosch naar school. In 1488 wordt <span class="markvi1ae80o6" data-markjs="true">Erasmus</span> kloosterling in Steyn, bij Gouda en in 1492 wordt hij tot priester gewijd. Het priesterambt biedt hem de mogelijkheid om in het buitenland te studeren. <span class="markvi1ae80o6" data-markjs="true">Erasmus</span> studeert in Frankrijk en Engeland en promoveert in de theologie in Italië. </p>
<p class="x_MsoNormal_mr_css_attr"><b>Beroemd </b></p>
<p class="x_MsoNormal_mr_css_attr"><span class="markvi1ae80o6" data-markjs="true">Erasmus</span> is bij leven een beroemd humanist, theoloog en pedagoog en geniet zeer veel aanzien. Hij heeft contacten met beroemde geleerden en geestelijk leiders. Daarnaast is hij een graag geziene gast aan koninklijke en keizerlijke hoven. <span class="markvi1ae80o6" data-markjs="true">Erasmus</span> predikt de zuivering van het Latijn en bewerkstelligt een herziening van de christelijke tradities. Hij is van mening dat ieder individu vrij moet zijn om te kiezen en roept katholieken en protestanten op tot tolerantie voor elkaars denkbeelden. Zijn humanistische ideeën hebben grote invloed gehad op de ideeën van Hugo de Groot en Willem van Oranje, en via hen op Nederland als land. </p>
<p class="x_MsoNormal_mr_css_attr"><b>Verblijfplaatsen </b></p>
<p class="x_MsoNormal_mr_css_attr">Van 1516 tot 1521 woont <span class="markvi1ae80o6" data-markjs="true">Erasmus</span> in de Zuidelijke Nederlanden, daarna woont hij in Basel en Freiburg in Breisgau. In 1535 vestigt hij zich opnieuw in Basel, ondanks pogingen van Maria van Hongarije, landvoogdes van de Nederlanden, om hem tot een terugkeer te bewegen. Hij sterft aldaar op 12 juli 1536. </p>
<p class="x_MsoNormal_mr_css_attr"><b>Icoon van de stad </b></p>
<p class="x_MsoNormal_mr_css_attr"><span class="markvi1ae80o6" data-markjs="true">Erasmus</span> wordt gezien als een van de belangrijkste denkers uit de Nederlandse geschiedenis. Hoewel hij maar drie jaar in Rotterdam heeft gewoond, is <span class="markvi1ae80o6" data-markjs="true">Erasmus</span> uitgegroeid tot één van de iconen van de stad. Zijn standbeeld bij de Laurenskerk, de <span class="markvi1ae80o6" data-markjs="true">Erasmus</span>brug en de <span class="markvi1ae80o6" data-markjs="true">Erasmus</span> MC en Universiteit, het Erasmiaans Gymnasium en een <span class="markvi1ae80o6" data-markjs="true">Erasmus</span> wandelroute zijn enkele voorbeelden hiervan. </p>
<p class="x_MsoNormal_mr_css_attr">In de Centrale Bibliotheek Rotterdam is een permanente tentoonstelling ingericht: de <span class="markvi1ae80o6" data-markjs="true">Erasmus</span> Experience. De bezoeker wordt met opdrachten uitgedaagd te denken als <span class="markvi1ae80o6" data-markjs="true">Erasmus</span> vanwege zijn waardevolle gedachtegoed. De bibliotheek beheert de grootste <span class="markvi1ae80o6" data-markjs="true">Erasmus</span>collectie ter wereld. Unieke exemplaren zijn aanwezig, zoals vier originele brieven van <span class="markvi1ae80o6" data-markjs="true">Erasmus</span> en geïllustreerde edities van de Lof der Zotheid, zijn beroemdste werk. </p>
<p class="x_MsoNormal_mr_css_attr">In Rotterdam wordt elk jaar op 28 oktober, zijn geboortedag, de Lof der Zotheidspeld uitgereikt aan een Rotterdammer die zich in de geest van <span class="markvi1ae80o6" data-markjs="true">Erasmus</span> inzet voor de samenleving en opkomt voor tolerantie, onderwijs en satire.</p>
<p><strong>De bron</strong></p>
<p>Het biljet van honderd gulden waarop Erasmus staat afgebeeld is heel veelzeggend: geld is net zo internationaal als Erasmus en zwerft de hele wereld rond. Voor velen staat geld symbool voor vrijheid. Dit biljet is vanaf 1953 in omloop geweest. Eind 1972 is een nieuw ontworpen honderd-guldenbiljet geïntroduceerd in het betalingsverkeer.</p>
<p> </p>Bourgondische kastelen in Rotterdam2021-12-21T17:45:28+01:002021-12-21T17:45:28+01:00https://geschiedenislokaal010.nl/bronnen/bourgondische-kastelen-in-rotterdamWessel Verkerk<p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/themas/bourgondische-kastelen-in-rotterdam.jpg" alt=""></p><p><strong>Maria van Bourgondië</strong></p>
<p>Hertogin Maria van Bourgondië is eind 15<sup>e</sup> eeuw vorstin over een deel van Frankrijk en de Lage Landen, dus ook over het huidige Nederland. </p>
<p>Dat deze positie door een vrouw wordt bekleed, is heel uitzonderlijk en wat zij gedaan heeft ook. Zij vaardigt namelijk op 11 februari 1477 het <em>Groot Privilege</em> uit waarin de rechten van de afzonderlijke gewesten staan. In maart 1477 krijgen het Graafschap Holland en Zeeland nog een apart Groot Privilege. Hiermee legt zij min of meer de basis voor het Nederlandse staatsrecht. </p>
<p><strong>Het Bourgondische Rijk </strong></p>
<p>In het Bourgondische Rijk heerst een overdaad aan schoonheid, weldadig ingerichte kastelen, opgedirkte hovelingen en uitbundige feestmalen. De term ‘Bourgondiër’ komt uit deze periode en wordt ook wel uitgelegd als ‘levensgenieter’. Rotterdam was onderdeel van het Graafschap Holland. Zouden toen ook al mooie kastelen in Rotterdam hebben gestaan? </p>
<p><strong>Kasteel Bulgersteijn </strong></p>
<p>Aan het begin van de 14<sup>e</sup> eeuw heeft in de omgeving van het Schielandshuis kasteel Bulgersteijn gestaan. Dan ligt het nog in de polders van het ambacht Cool buiten de stadsgrens van Rotterdam. Uit onder meer archiefstukken blijkt dat het al in 1449 ernstig vervallen en onbewoonbaar is. De eigenaar is dan Jan die Witte van Bolghersteijn, hij is baljuw en rentmeester van Rotterdam. Op de resten van het oude kasteel laat hij een groot nieuw huis bouwen met vier vleugels. Ongeveer vijftig jaar later wordt een kasteelmuur geplaatst en een gracht gegraven. Bovenop de muur komen torens: een heus kasteel. Een nakomeling van Jan die Witte, Elisabeth Jansdr van der Sluys van Bulgersteyn van Zijl, is in de 16<sup>e</sup> eeuw eigenaar van het kasteel en zij laat arme en oudere mensen op het slot wonen. Uiteindelijk raakt het weer vervallen en tegen 1600 wordt Bulgersteijn gesloopt. </p>
<p><strong>Slot Honingen</strong> </p>
<p>Het slot Honingen, zetel van de ambachtsheren van Kralingen, wordt in 1318 al genoemd. Tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten in 1426 brandt het kasteel af. Net als het kasteel in Hillegersberg dat waarschijnlijk in de 13<sup>e</sup> eeuw is gebouwd. Voor het einde van de 15<sup>e</sup> eeuw wordt slot Honingen weer opgebouwd. In 1572 nemen de Geuzen het vervallen slot in. De burcht wordt nog versterkt, maar wanneer de stad Rotterdam Honingen in 1668 koopt, is het niet meer dan een ruïne. </p>
<p><strong>Hof van Weena </strong></p>
<p>Over het Hof van Weena doen vele verhalen de ronde. Heel waarschijnlijk is dat het zich precies onder station Hofplein heeft bevonden. Dat het meer een ronde toren dan een kasteel is geweest en dat het gelinkt is aan slot Burgersteijn. Rond het jaar 1136 is het gebouwd. Ook in het Hof van Weena breekt brand uit tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten in 1426. Tijdens de inval van de Spanjaarden in 1572 wordt het verder verwoest. Na 1600 is de ruïne in eigendom van de gemeente Rotterdam gekomen. </p>
<p><strong>Engelenburg </strong></p>
<p>Van het begin van de 15<sup>e</sup> eeuw dateert Engelenburg, een groot, gotisch stenen huis dat herkenbaar is aan de kantelen en nisbogen. Het staat op de zuidzijde van de Hoogstraat. Het huis is kort voor 1438 door brand ernstig beschadigd en daarna grondig hersteld. Vroedschapslid en schepen Mr. Ysbrant Claesz is de bewoner in 1509. Adriaan van der Does, die van 1563 tot 1577 de welvarende baljuw en dijkgraaf van Schieland is, moet in 1540 Engelenburg vanwege schulden bij executie verkopen. Deze twee bewoners maken dan deel uit van de gegoede burgerij van Rotterdam; aan te nemen valt dat dit een mooi ingericht huis zal zijn geweest.</p><p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/themas/bourgondische-kastelen-in-rotterdam.jpg" alt=""></p><p><strong>Maria van Bourgondië</strong></p>
<p>Hertogin Maria van Bourgondië is eind 15<sup>e</sup> eeuw vorstin over een deel van Frankrijk en de Lage Landen, dus ook over het huidige Nederland. </p>
<p>Dat deze positie door een vrouw wordt bekleed, is heel uitzonderlijk en wat zij gedaan heeft ook. Zij vaardigt namelijk op 11 februari 1477 het <em>Groot Privilege</em> uit waarin de rechten van de afzonderlijke gewesten staan. In maart 1477 krijgen het Graafschap Holland en Zeeland nog een apart Groot Privilege. Hiermee legt zij min of meer de basis voor het Nederlandse staatsrecht. </p>
<p><strong>Het Bourgondische Rijk </strong></p>
<p>In het Bourgondische Rijk heerst een overdaad aan schoonheid, weldadig ingerichte kastelen, opgedirkte hovelingen en uitbundige feestmalen. De term ‘Bourgondiër’ komt uit deze periode en wordt ook wel uitgelegd als ‘levensgenieter’. Rotterdam was onderdeel van het Graafschap Holland. Zouden toen ook al mooie kastelen in Rotterdam hebben gestaan? </p>
<p><strong>Kasteel Bulgersteijn </strong></p>
<p>Aan het begin van de 14<sup>e</sup> eeuw heeft in de omgeving van het Schielandshuis kasteel Bulgersteijn gestaan. Dan ligt het nog in de polders van het ambacht Cool buiten de stadsgrens van Rotterdam. Uit onder meer archiefstukken blijkt dat het al in 1449 ernstig vervallen en onbewoonbaar is. De eigenaar is dan Jan die Witte van Bolghersteijn, hij is baljuw en rentmeester van Rotterdam. Op de resten van het oude kasteel laat hij een groot nieuw huis bouwen met vier vleugels. Ongeveer vijftig jaar later wordt een kasteelmuur geplaatst en een gracht gegraven. Bovenop de muur komen torens: een heus kasteel. Een nakomeling van Jan die Witte, Elisabeth Jansdr van der Sluys van Bulgersteyn van Zijl, is in de 16<sup>e</sup> eeuw eigenaar van het kasteel en zij laat arme en oudere mensen op het slot wonen. Uiteindelijk raakt het weer vervallen en tegen 1600 wordt Bulgersteijn gesloopt. </p>
<p><strong>Slot Honingen</strong> </p>
<p>Het slot Honingen, zetel van de ambachtsheren van Kralingen, wordt in 1318 al genoemd. Tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten in 1426 brandt het kasteel af. Net als het kasteel in Hillegersberg dat waarschijnlijk in de 13<sup>e</sup> eeuw is gebouwd. Voor het einde van de 15<sup>e</sup> eeuw wordt slot Honingen weer opgebouwd. In 1572 nemen de Geuzen het vervallen slot in. De burcht wordt nog versterkt, maar wanneer de stad Rotterdam Honingen in 1668 koopt, is het niet meer dan een ruïne. </p>
<p><strong>Hof van Weena </strong></p>
<p>Over het Hof van Weena doen vele verhalen de ronde. Heel waarschijnlijk is dat het zich precies onder station Hofplein heeft bevonden. Dat het meer een ronde toren dan een kasteel is geweest en dat het gelinkt is aan slot Burgersteijn. Rond het jaar 1136 is het gebouwd. Ook in het Hof van Weena breekt brand uit tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten in 1426. Tijdens de inval van de Spanjaarden in 1572 wordt het verder verwoest. Na 1600 is de ruïne in eigendom van de gemeente Rotterdam gekomen. </p>
<p><strong>Engelenburg </strong></p>
<p>Van het begin van de 15<sup>e</sup> eeuw dateert Engelenburg, een groot, gotisch stenen huis dat herkenbaar is aan de kantelen en nisbogen. Het staat op de zuidzijde van de Hoogstraat. Het huis is kort voor 1438 door brand ernstig beschadigd en daarna grondig hersteld. Vroedschapslid en schepen Mr. Ysbrant Claesz is de bewoner in 1509. Adriaan van der Does, die van 1563 tot 1577 de welvarende baljuw en dijkgraaf van Schieland is, moet in 1540 Engelenburg vanwege schulden bij executie verkopen. Deze twee bewoners maken dan deel uit van de gegoede burgerij van Rotterdam; aan te nemen valt dat dit een mooi ingericht huis zal zijn geweest.</p>Proces-verbaal over het steken van de eerste spade ter verbetering van de Nieuwe Waterweg2021-12-20T21:55:02+01:002021-12-20T21:55:02+01:00https://geschiedenislokaal010.nl/bronnen/proces-verbaal-over-het-steken-van-de-eerste-spade-ter-verbetering-van-de-nieuwe-waterwegWessel Verkerk<p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/amsterdam/rotterdamse-haven/chromotypografisch-proces-verbaal-over-het-steken-van-de-eerste-spade-2.jpg" alt=""></p><p><strong>De eerste werkzaamheden aan de Nieuwe Waterweg</strong></p>
<p>Terwijl ingenieur Pieter Caland in 1857 al met het plan voor de Nieuwe Waterweg komt, wordt het pas in 1862 goedgekeurd door de Tweede Kamer. In 1863 beginnen de eerste werkzaamheden. Dit bestaat uit het onteigenen van de boerenlanden op de plek waar de vaargeul gegraven zal worden. Na alle onteigeningsprocedures begint de doorgraving van de Hoek van Holland dan eindelijk op 20 december 1865.</p>
<p><strong>Officieel begin</strong></p>
<p>Alhoewel de werkzaamheden aan de Nieuwe Waterweg allang begonnen waren moest er natuurlijk een officiële start gegeven worden aan een project zo groot. Niemand minder dan de Prins van Oranje komt op 31 oktober 1866 naar de Hoek van Holland om de eerste spade te steken voor de verbetering van de Nieuwe Waterweg. Hij wordt ontvangen door de ministers van Binnenlandse Zaken, van Buitenlandse Zaken, van Financiën, van Marine, én door Pieter Caland. Na het steken van de eerste spade doen de hoogwaardige heren een rondje langs de werkzaamheden terwijl Caland de prins inlicht over het project. Er is een speciaal feestterrein aangelegd voor de gelegenheid waar men een lunch houdt en waar Caland wordt benoemd tot ridder in de Orde van de Nederlandsche Leeuw. Na afloop keert de Prins terug naar Den Haag onder gejuich van vele toeschouwers langs de weg.</p>
<p><strong>De bron</strong></p>
<p>Ter bewijs van de officiële start van de werkzaamheden aan de Nieuwe Waterweg is er op 31 oktober 1866 een proces-verbaal opgesteld (zie bron). De tekst leest:</p>
<p><em>"Op heden den 31sten October 1866, des middags ten 12 ure, is voor Zijne Koninklijke Hoogheid den Prins van Oranje, onder de gemeente 's Gravesande, de eerste spade gestoken op den Hoek van Holland ter verbetering van den Waterweg van Rotterdam naar Zee. </em><em>Waarvan dit proces-verbaal is opgemaakt."</em></p>
<p>Het proces-verbaal is ondertekend door meerdere aanwezigen, waaronder Pieter Caland (de twee na laatste naam onderin links).<a href="https://nl.wikipedia.org/wiki/%C3%86neas_Mackay_jr." class="mw-redirect" title=""></a></p><p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/amsterdam/rotterdamse-haven/chromotypografisch-proces-verbaal-over-het-steken-van-de-eerste-spade-2.jpg" alt=""></p><p><strong>De eerste werkzaamheden aan de Nieuwe Waterweg</strong></p>
<p>Terwijl ingenieur Pieter Caland in 1857 al met het plan voor de Nieuwe Waterweg komt, wordt het pas in 1862 goedgekeurd door de Tweede Kamer. In 1863 beginnen de eerste werkzaamheden. Dit bestaat uit het onteigenen van de boerenlanden op de plek waar de vaargeul gegraven zal worden. Na alle onteigeningsprocedures begint de doorgraving van de Hoek van Holland dan eindelijk op 20 december 1865.</p>
<p><strong>Officieel begin</strong></p>
<p>Alhoewel de werkzaamheden aan de Nieuwe Waterweg allang begonnen waren moest er natuurlijk een officiële start gegeven worden aan een project zo groot. Niemand minder dan de Prins van Oranje komt op 31 oktober 1866 naar de Hoek van Holland om de eerste spade te steken voor de verbetering van de Nieuwe Waterweg. Hij wordt ontvangen door de ministers van Binnenlandse Zaken, van Buitenlandse Zaken, van Financiën, van Marine, én door Pieter Caland. Na het steken van de eerste spade doen de hoogwaardige heren een rondje langs de werkzaamheden terwijl Caland de prins inlicht over het project. Er is een speciaal feestterrein aangelegd voor de gelegenheid waar men een lunch houdt en waar Caland wordt benoemd tot ridder in de Orde van de Nederlandsche Leeuw. Na afloop keert de Prins terug naar Den Haag onder gejuich van vele toeschouwers langs de weg.</p>
<p><strong>De bron</strong></p>
<p>Ter bewijs van de officiële start van de werkzaamheden aan de Nieuwe Waterweg is er op 31 oktober 1866 een proces-verbaal opgesteld (zie bron). De tekst leest:</p>
<p><em>"Op heden den 31sten October 1866, des middags ten 12 ure, is voor Zijne Koninklijke Hoogheid den Prins van Oranje, onder de gemeente 's Gravesande, de eerste spade gestoken op den Hoek van Holland ter verbetering van den Waterweg van Rotterdam naar Zee. </em><em>Waarvan dit proces-verbaal is opgemaakt."</em></p>
<p>Het proces-verbaal is ondertekend door meerdere aanwezigen, waaronder Pieter Caland (de twee na laatste naam onderin links).<a href="https://nl.wikipedia.org/wiki/%C3%86neas_Mackay_jr." class="mw-redirect" title=""></a></p>Kaart van de Maas, 16652021-12-13T13:41:38+01:002021-12-13T13:41:38+01:00https://geschiedenislokaal010.nl/bronnen/kaart-van-de-maas-1666Wessel Verkerk<p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/amsterdam/kaart-van-de-maas-1665.jpg" alt=""></p><p>Gedrukte kaart van de Maas uit 1665 met vaargeulen, ondiepe plaatsen en aangrenzende steden vanaf Rotterdam tot aan de Noordzee.</p>
<p>Op de kaart staan o.a. Delfshaven, Schiedam, Vlaardingen, Maassluis en Brielle.</p><p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/amsterdam/kaart-van-de-maas-1665.jpg" alt=""></p><p>Gedrukte kaart van de Maas uit 1665 met vaargeulen, ondiepe plaatsen en aangrenzende steden vanaf Rotterdam tot aan de Noordzee.</p>
<p>Op de kaart staan o.a. Delfshaven, Schiedam, Vlaardingen, Maassluis en Brielle.</p>Het Landverhuizershotel van de HAL2021-12-13T13:12:44+01:002021-12-13T13:12:44+01:00https://geschiedenislokaal010.nl/bronnen/het-landverhuizershotel-van-de-halWessel Verkerk<p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/amsterdam/landverhuizershotel-1.jpg" alt=""></p><div>Eind 19e eeuw komt er een enorme migratiestroom op gang van Europa naar de Verenigde Staten. Miljoenen migranten laten alles achter om in de Nieuwe Wereld een nieuw bestaan op te bouwen.</div>
<div>Bijna een miljoen van hen vertrekken vanuit de Rotterdamse haven. Velen van hen maken gebruik van de stoomvaartdienst van de Holland-Amerika Lijn.</div>
<div> </div>
<div><strong>Hoge prijzen</strong></div>
<div> </div>
<div>Voor de overtocht naar de Verenigde Staten verblijven de migranten vaak voor een paar dagen in Rotterdam. Ze zijn verspreid over de stad en betalen vaak hoge huren in de logementen waar ze terecht komen. Om hen tegemoet te komen besluit de HAL een hotel te bouwen op de pier vanaf waar de schepen vertrekken.</div>
<div> </div>
<div><strong>Landverhuizershotel</strong></div>
<div> </div>
<div>In 1893 wordt dat hotel op de Wilhelminakade gebouwd en het komt al snel bekend te staan als het Landverhuizershotel. Het hotel is echter niet alleen uit goede bedoelingen gebouwd. De Holland-Amerika Lijn weet het ook goed voor zijn commerciële doeleinden te gebruiken. De stoomvaartdienst biedt gehele pakketten aan met vervoer naar Rotterdam, verblijf in de stad en de overtocht. Ook kunnen ze zo de hygiëne van de passagiers zo in controle houden en voorkomen dat er mogelijke besmettingen ontstaan aan boord van de stoomschepen. Het gebeurde namelijk wel eens dat de Amerikaanse autoriteiten een boot terugstuurde vanwege ziektes aan boord.</div>
<div> </div>
<div>Bij de opening kan het hotel plaats bieden aan 900 gasten.</div>
<div> </div>
<div><strong>Andere functie en sloping</strong></div>
<div> </div>
<div>Door wettelijke beperkingen op migratie in de Verenigde Staten neemt de migratiestroom vanuit Europa flink af. Daarmee nemen ook de inkomsten van de Holland-Amerika Lijn af en het Landverhuizershotel verliest in de jaren 30 van de twintigste eeuw haar functie. In 1939, vlak voor de Tweede Wereldoorlog, wordt het hotel in gebruik genomen voor Duitse vluchtelingen, mensen die Nazi-Duitsland ontvlucht zijn en naar de Verenigde Staten willen.</div>
<div> </div>
<div>Begin jaren 70 van de twintigste eeuw wordt het Landverhuizershotel gesloopt. Op de plek waar het heeft gestaan op de Wilhelminapier vindt men nu de parkeerplaats tussen Hotel New York en het Fotomuseum.</div><p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/amsterdam/landverhuizershotel-1.jpg" alt=""></p><div>Eind 19e eeuw komt er een enorme migratiestroom op gang van Europa naar de Verenigde Staten. Miljoenen migranten laten alles achter om in de Nieuwe Wereld een nieuw bestaan op te bouwen.</div>
<div>Bijna een miljoen van hen vertrekken vanuit de Rotterdamse haven. Velen van hen maken gebruik van de stoomvaartdienst van de Holland-Amerika Lijn.</div>
<div> </div>
<div><strong>Hoge prijzen</strong></div>
<div> </div>
<div>Voor de overtocht naar de Verenigde Staten verblijven de migranten vaak voor een paar dagen in Rotterdam. Ze zijn verspreid over de stad en betalen vaak hoge huren in de logementen waar ze terecht komen. Om hen tegemoet te komen besluit de HAL een hotel te bouwen op de pier vanaf waar de schepen vertrekken.</div>
<div> </div>
<div><strong>Landverhuizershotel</strong></div>
<div> </div>
<div>In 1893 wordt dat hotel op de Wilhelminakade gebouwd en het komt al snel bekend te staan als het Landverhuizershotel. Het hotel is echter niet alleen uit goede bedoelingen gebouwd. De Holland-Amerika Lijn weet het ook goed voor zijn commerciële doeleinden te gebruiken. De stoomvaartdienst biedt gehele pakketten aan met vervoer naar Rotterdam, verblijf in de stad en de overtocht. Ook kunnen ze zo de hygiëne van de passagiers zo in controle houden en voorkomen dat er mogelijke besmettingen ontstaan aan boord van de stoomschepen. Het gebeurde namelijk wel eens dat de Amerikaanse autoriteiten een boot terugstuurde vanwege ziektes aan boord.</div>
<div> </div>
<div>Bij de opening kan het hotel plaats bieden aan 900 gasten.</div>
<div> </div>
<div><strong>Andere functie en sloping</strong></div>
<div> </div>
<div>Door wettelijke beperkingen op migratie in de Verenigde Staten neemt de migratiestroom vanuit Europa flink af. Daarmee nemen ook de inkomsten van de Holland-Amerika Lijn af en het Landverhuizershotel verliest in de jaren 30 van de twintigste eeuw haar functie. In 1939, vlak voor de Tweede Wereldoorlog, wordt het hotel in gebruik genomen voor Duitse vluchtelingen, mensen die Nazi-Duitsland ontvlucht zijn en naar de Verenigde Staten willen.</div>
<div> </div>
<div>Begin jaren 70 van de twintigste eeuw wordt het Landverhuizershotel gesloopt. Op de plek waar het heeft gestaan op de Wilhelminapier vindt men nu de parkeerplaats tussen Hotel New York en het Fotomuseum.</div>Duitse aftocht door de Rochussenstraat2021-12-13T13:03:37+01:002021-12-13T13:03:37+01:00https://geschiedenislokaal010.nl/bronnen/duitse-aftocht-door-de-rochussenstraatWessel Verkerk<p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/amsterdam/duitse-militairen-op-de-rochussenstraat.jpg" alt=""></p><p><strong>Aftocht van Duitse militairen</strong></p>
<p>Deze foto toont de aftocht van de Duitse militairen tijdens Dolle Dinsdag op 5 september 1944. De militairen vertrekken met paard en wagen over de Rochussenstraat. Op de achtergrond is restaurant Old Dutch te zien.</p>
<p><strong>Alles meenemen</strong></p>
<p>Wanneer de Duitsers de, later valse, berichten vernemen dat de geallieerden de grens tussen België en Nederland zijn overschreden, slaan ze op de vlucht. Alhoewel sprake is van verwarring en paniek, zijn de Duitsers slim genoeg om zoveel mogelijk wagens, schepen, bruikbare materialen en militaire voertuigen mee te nemen. </p>
<p><strong>Meewerken of niet?</strong></p>
<p>Scheepstechnicus H.H. Kragt werkt tijdens de oorlog op de Rotterdamse scheepswerven en is tot op zekere hoogte in dienst van de Duitse bezetter. Op 13 februari 1979 wordt Kragt geïnterviewd over over collaboratie tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zoals te horen in het geluidsfragment onder de foto Kragt in het interview over hoe de eerste Duitse troepen zich al terugtrokken na het nieuws van de geallieerde invasie van Normandië op D-Day (6 juni 1944). Op Dolle Dinsdag geven de Duitsers Kragt de opdracht met hen mee te gaan naar de werf om als adviseur te fungeren. Kragt moet aanwijzen welke materialen en schepen van de Duitsers zijn zodat ze die mee kunnen nemen richting Duitsland. Wanneer op de werf duidelijk wordt dat de Duitsers ook Nederlandse eigendommen mee willen nemen besluit Kragt dat het foute boel is en vlucht hij.</p>
<p>Duitsland was misschien aan de verliezende hand maar het leger zou er alles aan doen zoveel mogelijk weerstand te kunnen bieden.</p><p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/amsterdam/duitse-militairen-op-de-rochussenstraat.jpg" alt=""></p><p><strong>Aftocht van Duitse militairen</strong></p>
<p>Deze foto toont de aftocht van de Duitse militairen tijdens Dolle Dinsdag op 5 september 1944. De militairen vertrekken met paard en wagen over de Rochussenstraat. Op de achtergrond is restaurant Old Dutch te zien.</p>
<p><strong>Alles meenemen</strong></p>
<p>Wanneer de Duitsers de, later valse, berichten vernemen dat de geallieerden de grens tussen België en Nederland zijn overschreden, slaan ze op de vlucht. Alhoewel sprake is van verwarring en paniek, zijn de Duitsers slim genoeg om zoveel mogelijk wagens, schepen, bruikbare materialen en militaire voertuigen mee te nemen. </p>
<p><strong>Meewerken of niet?</strong></p>
<p>Scheepstechnicus H.H. Kragt werkt tijdens de oorlog op de Rotterdamse scheepswerven en is tot op zekere hoogte in dienst van de Duitse bezetter. Op 13 februari 1979 wordt Kragt geïnterviewd over over collaboratie tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zoals te horen in het geluidsfragment onder de foto Kragt in het interview over hoe de eerste Duitse troepen zich al terugtrokken na het nieuws van de geallieerde invasie van Normandië op D-Day (6 juni 1944). Op Dolle Dinsdag geven de Duitsers Kragt de opdracht met hen mee te gaan naar de werf om als adviseur te fungeren. Kragt moet aanwijzen welke materialen en schepen van de Duitsers zijn zodat ze die mee kunnen nemen richting Duitsland. Wanneer op de werf duidelijk wordt dat de Duitsers ook Nederlandse eigendommen mee willen nemen besluit Kragt dat het foute boel is en vlucht hij.</p>
<p>Duitsland was misschien aan de verliezende hand maar het leger zou er alles aan doen zoveel mogelijk weerstand te kunnen bieden.</p>Succesvolle Chinese ondernemers2021-12-13T11:48:21+01:002021-12-13T11:48:21+01:00https://geschiedenislokaal010.nl/bronnen/succesvolle-chinese-ondernemersWessel Verkerk<p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/amsterdam/ng-fook.jpg" alt=""></p><p>Het zijn niet alleen maar arme matrozen en stokers die zich vanuit China in de Katendrecht vestigen in de jaren 10 van de twintigste eeuw. Onder hen bevinden zich ook enkele succesvolle ondernemers, waaronder logementhouder en shipping master Ng Fook</p>
<p><strong>Ng Fook </strong></p>
<p>De 34 jaar oude Ng Fook opent op 18 november 1914 het eerste Chinese logement op de Veerlaan op Katendrecht. Het is een logement met gemeenschappelijke eetruimte en twee verdiepingen. Hij maakt deel uit van het transnationaal familie netwerk die, met Hong Kong als basis, wervings-kantoren en logementen oprichtte in Singapore, Marseille, London, Amsterdam, Rotterdam en Willemstad.</p>
<p><strong>Toonzetters</strong></p>
<p>In diezelfde periode telde Katendrecht nog andere pioniers: Wong Sing en Ling Wat ah, die beiden een lunchroom beginnen, en She Chang Wong en Fatt Lie, die net als Ng Fook een logement openen. Voor zover bekend traden Wong Sing en Ng Fook ook op als scheepsagent. Met uitzondering van She Chang Wong, die het in 1915 al voor gezien hield, zetten deze pioniers de toon in het opkomende Katendrechtse bedrijfsleven.</p>
<p><strong>De bron</strong></p>
<p>De bron is een adresboek waar enkele gegevens over Ng Fook zijn vastgesteld, zoals zijn adres, geslacht, geboortedatum, geboorteplaats, burgerlijke staat, kerkgenootschap en beroep.</p><p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/amsterdam/ng-fook.jpg" alt=""></p><p>Het zijn niet alleen maar arme matrozen en stokers die zich vanuit China in de Katendrecht vestigen in de jaren 10 van de twintigste eeuw. Onder hen bevinden zich ook enkele succesvolle ondernemers, waaronder logementhouder en shipping master Ng Fook</p>
<p><strong>Ng Fook </strong></p>
<p>De 34 jaar oude Ng Fook opent op 18 november 1914 het eerste Chinese logement op de Veerlaan op Katendrecht. Het is een logement met gemeenschappelijke eetruimte en twee verdiepingen. Hij maakt deel uit van het transnationaal familie netwerk die, met Hong Kong als basis, wervings-kantoren en logementen oprichtte in Singapore, Marseille, London, Amsterdam, Rotterdam en Willemstad.</p>
<p><strong>Toonzetters</strong></p>
<p>In diezelfde periode telde Katendrecht nog andere pioniers: Wong Sing en Ling Wat ah, die beiden een lunchroom beginnen, en She Chang Wong en Fatt Lie, die net als Ng Fook een logement openen. Voor zover bekend traden Wong Sing en Ng Fook ook op als scheepsagent. Met uitzondering van She Chang Wong, die het in 1915 al voor gezien hield, zetten deze pioniers de toon in het opkomende Katendrechtse bedrijfsleven.</p>
<p><strong>De bron</strong></p>
<p>De bron is een adresboek waar enkele gegevens over Ng Fook zijn vastgesteld, zoals zijn adres, geslacht, geboortedatum, geboorteplaats, burgerlijke staat, kerkgenootschap en beroep.</p>Spotprent op de verzanding bij Hoek van Holland2021-12-13T11:20:58+01:002021-12-13T11:20:58+01:00https://geschiedenislokaal010.nl/bronnen/spotprent-op-de-verzanding-bij-hoek-van-hollandWessel Verkerk<p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/amsterdam/spotprent-nieuwe-waterweg.jpg" alt=""></p><p><strong>Verzanding van de Nieuwe Waterweg</strong></p>
<p>In 1866 begint men officieel met het graven van de 4 kilometer lange vaargeul van de Noordzee tot aan het Scheur dat de Nieuwe Waterweg moest worden. Volgens de berekeningen van ingenieur Pieter Caland zou de natuurlijke werking van eb en vloed ervoor zorgen dat de vaargeul niet zou verzanden en zo dus diep genoeg zou blijven voor de schepen om er doorheen te varen. Alhoewel het eerste stoomschip in 1872 pas door de Nieuwe Waterweg vaart, ondervindt men daarvoor al problemen met verzanding van de nieuw gegraven vaargeul.</p>
<p><strong>De afgang van Caland</strong></p>
<p>Tot grote vernedering van Caland blijken zijn berekeningen niet te kloppen en ziet het ernaar uit dat er toch op grote schaal gebaggeerd moet worden; iets dat niet nodig hoefde te zijn volgens Caland zelf. Door de problemen lopen de kosten voor de aanleg van de Nieuwe Waterweg hoog op. Om de afgang van Caland nog verder compleet te maken wijken er veel schepen uit naar Amsterdam, de aartsrivaal van Rotterdam op gebied van havenontwikkeling. Zelfs de schepen van de NASM (voorloper van de Holland-Amerika Lijn) besluiten op Amsterdam te varen in plaats van Rotterdam.</p>
<p><strong>Spotprenten</strong></p>
<p>Wanneer er vandaag de dag zich een schandaal ontvouwt of iemand een fout begaat staat het binnen no-time in de krant of de roddelbladen. Dit is in de late 19e eeuw niet heel anders. Alhoewel er toentertijd nog geen roddelbladen bestonden zoals wij die vandaag kennen, verschijnen er in 1871 al de eerste spotprenten over de verzanding bij Hoek van Holland en het falen van Pieter Caland (zie bron).</p>
<p><strong>De bron</strong></p>
<p>Op de spotprent is te zien hoe het zand de net gebouwde Nieuwe Waterweg binnen stroomt. Schepen lopen erin vast en blijven op zee, ver weg van de Nieuwe Waterweg. Rechts is een vuurtoren afgebeeld met daarop het hoofd van Thorbecke, de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken, degene die het plan van Caland had goedgekeurd en financiële steun had gegeven.</p>
<p>Onderin op het plaket staat de volgende tekst:</p>
<p><em>"Hier schijnt Thorbècke's helder licht</em></p>
<p><em>Op 't grootsche werk, door hem gesticht,</em></p>
<p><em>Tot eer van onzen waterstaat,</em></p>
<p><em>Die zand als water stroomen laat."</em></p>
<p>Het sarcasme druipt van de tekst af. Het zogenaamde "grootsche werk, door hem gesticht" was natuurlijk een volledige mislukking gebleken. De Nederlandse waterstaat wordt belachelijk gemaakt omdat het niet water maar zand door de rivieren van Nederland laat stromen.</p>
<p><strong>Extra werk én geld</strong></p>
<p>Het duurt uiteindelijk tot 1885 voordat de Nieuwe Waterweg definitief diep en breed genoeg is voor de nieuwe stoomschepen om doorheen te varen. Tegen die tijd is de zeggenschap over het project overgedragen aan een andere ingenieur en heeft het de staat veel extra werk én geld gekost (er wordt uiteindelijk 36 miljoen gulden uitgegeven in plaats van de geplande 6 miljoen gulden!). </p>
<p><strong>Terechte kritiek?</strong></p>
<p>Achteraf kan men echter stellen dat het extra geleverde werk en de gemaakte kosten het meer dan waard waren als men kijkt naar wat de Nieuwe Waterweg heeft betekent voor de ontwikkeling van de Rotterdamse haven. Zonder het plan van Caland zou Rotterdam misschien niet de wereldhaven geweest zijn die het vandaag is. Wat denk jij? Was de geleverde kritiek op Caland terecht? </p><p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/amsterdam/spotprent-nieuwe-waterweg.jpg" alt=""></p><p><strong>Verzanding van de Nieuwe Waterweg</strong></p>
<p>In 1866 begint men officieel met het graven van de 4 kilometer lange vaargeul van de Noordzee tot aan het Scheur dat de Nieuwe Waterweg moest worden. Volgens de berekeningen van ingenieur Pieter Caland zou de natuurlijke werking van eb en vloed ervoor zorgen dat de vaargeul niet zou verzanden en zo dus diep genoeg zou blijven voor de schepen om er doorheen te varen. Alhoewel het eerste stoomschip in 1872 pas door de Nieuwe Waterweg vaart, ondervindt men daarvoor al problemen met verzanding van de nieuw gegraven vaargeul.</p>
<p><strong>De afgang van Caland</strong></p>
<p>Tot grote vernedering van Caland blijken zijn berekeningen niet te kloppen en ziet het ernaar uit dat er toch op grote schaal gebaggeerd moet worden; iets dat niet nodig hoefde te zijn volgens Caland zelf. Door de problemen lopen de kosten voor de aanleg van de Nieuwe Waterweg hoog op. Om de afgang van Caland nog verder compleet te maken wijken er veel schepen uit naar Amsterdam, de aartsrivaal van Rotterdam op gebied van havenontwikkeling. Zelfs de schepen van de NASM (voorloper van de Holland-Amerika Lijn) besluiten op Amsterdam te varen in plaats van Rotterdam.</p>
<p><strong>Spotprenten</strong></p>
<p>Wanneer er vandaag de dag zich een schandaal ontvouwt of iemand een fout begaat staat het binnen no-time in de krant of de roddelbladen. Dit is in de late 19e eeuw niet heel anders. Alhoewel er toentertijd nog geen roddelbladen bestonden zoals wij die vandaag kennen, verschijnen er in 1871 al de eerste spotprenten over de verzanding bij Hoek van Holland en het falen van Pieter Caland (zie bron).</p>
<p><strong>De bron</strong></p>
<p>Op de spotprent is te zien hoe het zand de net gebouwde Nieuwe Waterweg binnen stroomt. Schepen lopen erin vast en blijven op zee, ver weg van de Nieuwe Waterweg. Rechts is een vuurtoren afgebeeld met daarop het hoofd van Thorbecke, de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken, degene die het plan van Caland had goedgekeurd en financiële steun had gegeven.</p>
<p>Onderin op het plaket staat de volgende tekst:</p>
<p><em>"Hier schijnt Thorbècke's helder licht</em></p>
<p><em>Op 't grootsche werk, door hem gesticht,</em></p>
<p><em>Tot eer van onzen waterstaat,</em></p>
<p><em>Die zand als water stroomen laat."</em></p>
<p>Het sarcasme druipt van de tekst af. Het zogenaamde "grootsche werk, door hem gesticht" was natuurlijk een volledige mislukking gebleken. De Nederlandse waterstaat wordt belachelijk gemaakt omdat het niet water maar zand door de rivieren van Nederland laat stromen.</p>
<p><strong>Extra werk én geld</strong></p>
<p>Het duurt uiteindelijk tot 1885 voordat de Nieuwe Waterweg definitief diep en breed genoeg is voor de nieuwe stoomschepen om doorheen te varen. Tegen die tijd is de zeggenschap over het project overgedragen aan een andere ingenieur en heeft het de staat veel extra werk én geld gekost (er wordt uiteindelijk 36 miljoen gulden uitgegeven in plaats van de geplande 6 miljoen gulden!). </p>
<p><strong>Terechte kritiek?</strong></p>
<p>Achteraf kan men echter stellen dat het extra geleverde werk en de gemaakte kosten het meer dan waard waren als men kijkt naar wat de Nieuwe Waterweg heeft betekent voor de ontwikkeling van de Rotterdamse haven. Zonder het plan van Caland zou Rotterdam misschien niet de wereldhaven geweest zijn die het vandaag is. Wat denk jij? Was de geleverde kritiek op Caland terecht? </p>Delftse Poort, 16602019-08-05T14:42:18+02:002019-08-05T14:42:18+02:00https://geschiedenislokaal010.nl/bronnen/delftse-poort-1660<p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/bronnen/417/nl-rtsa_4080_ri-489-klein.jpg" alt=""></p><p><strong>Eerste Delftse Poort</strong></p>
<p>In de noordelijke punt van de stadsdriehoek staat vanouds de Delftse Poort, in 1373 aangeduid als Noord(er)poort. Deze toegang tot de stad is gelegen aan en genoemd naar de Delftse Vaart oftewel de Rotterdamse Schie. De poort raakt tijdens de Jonker Fransenoorlog (1488-1489) beschadigd en wordt in 1545 vervangen door een nieuwe, vrijwel vierkante poort.</p>
<p><strong>Tweede Delftse Poort </strong></p>
<p>Die poort heeft een doorrit in het midden en beschikt aan weerszijden over drie vertrekken voor portiers en stadswachten. Het is deze tweede Delftse Poort, ook wel aangeduid als St. Jorispoort (naar de St. Jorisdoelen), die afgebeeld wordt. Op de voorgrond, buiten de stadsvest, ligt de houten brug over de Rotterdamse Schie die verderop de stad binnenstroomt. Op de achtergrond is de toren van de St. Laurenskerk te zien.</p>
<p><strong>Derde Delftse Poort</strong></p>
<p>In jaren zestig en zeventig van de 18de eeuw wordt een derde Delftse Poort gebouwd door de hofarchitect, Pieter de Swart. Deze wordt bij het bombardement in 1940 zo beschadigd dat hij afgebroken moet worden. Inmiddels staat bijna op de oorspronkelijke locatie een stalen constructie; een symbolische ‘Delftsche Poort‘, ontworpen door de kunstenaar Cor Kraat.</p><p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/bronnen/417/nl-rtsa_4080_ri-489-klein.jpg" alt=""></p><p><strong>Eerste Delftse Poort</strong></p>
<p>In de noordelijke punt van de stadsdriehoek staat vanouds de Delftse Poort, in 1373 aangeduid als Noord(er)poort. Deze toegang tot de stad is gelegen aan en genoemd naar de Delftse Vaart oftewel de Rotterdamse Schie. De poort raakt tijdens de Jonker Fransenoorlog (1488-1489) beschadigd en wordt in 1545 vervangen door een nieuwe, vrijwel vierkante poort.</p>
<p><strong>Tweede Delftse Poort </strong></p>
<p>Die poort heeft een doorrit in het midden en beschikt aan weerszijden over drie vertrekken voor portiers en stadswachten. Het is deze tweede Delftse Poort, ook wel aangeduid als St. Jorispoort (naar de St. Jorisdoelen), die afgebeeld wordt. Op de voorgrond, buiten de stadsvest, ligt de houten brug over de Rotterdamse Schie die verderop de stad binnenstroomt. Op de achtergrond is de toren van de St. Laurenskerk te zien.</p>
<p><strong>Derde Delftse Poort</strong></p>
<p>In jaren zestig en zeventig van de 18de eeuw wordt een derde Delftse Poort gebouwd door de hofarchitect, Pieter de Swart. Deze wordt bij het bombardement in 1940 zo beschadigd dat hij afgebroken moet worden. Inmiddels staat bijna op de oorspronkelijke locatie een stalen constructie; een symbolische ‘Delftsche Poort‘, ontworpen door de kunstenaar Cor Kraat.</p>Slot Capelle aan den IJssel2019-08-05T15:06:12+02:002019-08-05T15:06:12+02:00https://geschiedenislokaal010.nl/bronnen/slot-capelle-aan-den-ijssel<p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/bronnen/418/hfds-2-20.jpg" alt=""></p><p><strong>Rotterdam in weelde<br /></strong></p>
<p>Een immigrant uit de Zuidelijke Nederlanden, Johan van der Veeken (1549-1616), heeft in zijn tijd veel voor de Rotterdamse economie betekend.</p>
<p>Deze koopman, reder en bankier is betrokken bij de eerste Koopmansbeurs en de Rotterdamse afdeling van de VOC, de Kamer Rotterdam genoemd. Hij financiert handelstochten naar West- en Oost-Indië, het Oostzeegebied en Zuid-Europa. Hij is eigenaar van de schepen die tot slaaf gemaakte Afrikanen naar Brazilië transporteren en verdient aan de suikerproductie aldaar.</p>
<p>In de stad Rotterdam woont hij in een, voor hem ontworpen, prachtig koopmanshuis aan de Hoogstraat. In 1612 koopt hij de heerlijkheden Capelle aan den IJssel en Nieuwerkerk en laat een buitenverblijf bouwen in Capelle op de plaats waar een oud slot staat; dit middeleeuwse kasteel wordt daarvoor eerst afgebroken.</p>
<p><strong>Rotterdam in economie</strong></p>
<p>Rotterdam is blijkbaar erg trots geweest op deze machtige en rijke Rotterdammer. Aan de gevel van het stadhuis prijkt zelfs een buste van hem. Vanaf 1993 is ook een <em>penning</em> naar hem genoemd. Deze wordt uitgereikt aan succesvolle ondernemers die zich meer dan 10 jaar hebben ingezet voor de Rotterdamse economie.</p>
<p><strong>Rotterdam in slavernij</strong></p>
<p>Historicus Alex van Stipriaan heeft op 31 oktober 2020 zijn boek <em>Rotterdam in slavernij</em> aangeboden aan burgemeester Aboutaleb en voormalig gemeenteraadslid Peggy Wijntuin. Uit zijn onderzoek blijkt onweerlegbaar dat een deel van het vermogen van Van der Veeken uit de slavenhandel stamt.</p>
<p><strong>Onderzoek door het KITLV</strong></p>
<p>De gemeenteraad heeft in 2017 een motie van Peggy Wijntuin aangenomen. Hierin heeft zij om een uitgebreide studie naar het koloniale en het slavernijverleden van de stad gevraagd. Om onafhankelijk onderzoek te garanderen is het KITLV (Koninklijk Instituut voor Taal- Land- en Volkenkunde) ingeschakeld. Naast het boek van Van Stipriaan zijn nog twee boeken met bevindingen over de betrokkenheid van Rotterdam bij slavernij gepresenteerd:<br /><em>Het koloniale verleden van Rotterdam</em> en <em>Rotterdam een post-koloniale stad in beweging</em>.</p>
<p>Nu je dit weet, zou jij als succesvol ondernemer nog de Johan van der Veekenpenning accepteren?</p>
<p> </p><p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/bronnen/418/hfds-2-20.jpg" alt=""></p><p><strong>Rotterdam in weelde<br /></strong></p>
<p>Een immigrant uit de Zuidelijke Nederlanden, Johan van der Veeken (1549-1616), heeft in zijn tijd veel voor de Rotterdamse economie betekend.</p>
<p>Deze koopman, reder en bankier is betrokken bij de eerste Koopmansbeurs en de Rotterdamse afdeling van de VOC, de Kamer Rotterdam genoemd. Hij financiert handelstochten naar West- en Oost-Indië, het Oostzeegebied en Zuid-Europa. Hij is eigenaar van de schepen die tot slaaf gemaakte Afrikanen naar Brazilië transporteren en verdient aan de suikerproductie aldaar.</p>
<p>In de stad Rotterdam woont hij in een, voor hem ontworpen, prachtig koopmanshuis aan de Hoogstraat. In 1612 koopt hij de heerlijkheden Capelle aan den IJssel en Nieuwerkerk en laat een buitenverblijf bouwen in Capelle op de plaats waar een oud slot staat; dit middeleeuwse kasteel wordt daarvoor eerst afgebroken.</p>
<p><strong>Rotterdam in economie</strong></p>
<p>Rotterdam is blijkbaar erg trots geweest op deze machtige en rijke Rotterdammer. Aan de gevel van het stadhuis prijkt zelfs een buste van hem. Vanaf 1993 is ook een <em>penning</em> naar hem genoemd. Deze wordt uitgereikt aan succesvolle ondernemers die zich meer dan 10 jaar hebben ingezet voor de Rotterdamse economie.</p>
<p><strong>Rotterdam in slavernij</strong></p>
<p>Historicus Alex van Stipriaan heeft op 31 oktober 2020 zijn boek <em>Rotterdam in slavernij</em> aangeboden aan burgemeester Aboutaleb en voormalig gemeenteraadslid Peggy Wijntuin. Uit zijn onderzoek blijkt onweerlegbaar dat een deel van het vermogen van Van der Veeken uit de slavenhandel stamt.</p>
<p><strong>Onderzoek door het KITLV</strong></p>
<p>De gemeenteraad heeft in 2017 een motie van Peggy Wijntuin aangenomen. Hierin heeft zij om een uitgebreide studie naar het koloniale en het slavernijverleden van de stad gevraagd. Om onafhankelijk onderzoek te garanderen is het KITLV (Koninklijk Instituut voor Taal- Land- en Volkenkunde) ingeschakeld. Naast het boek van Van Stipriaan zijn nog twee boeken met bevindingen over de betrokkenheid van Rotterdam bij slavernij gepresenteerd:<br /><em>Het koloniale verleden van Rotterdam</em> en <em>Rotterdam een post-koloniale stad in beweging</em>.</p>
<p>Nu je dit weet, zou jij als succesvol ondernemer nog de Johan van der Veekenpenning accepteren?</p>
<p> </p>Euromast/Maaskant in de wolken2019-08-06T14:17:13+02:002019-08-06T14:17:13+02:00https://geschiedenislokaal010.nl/bronnen/euromastmaaskant-in-de-wolken<p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/bronnen/419/nl-rtsa_4313_10_euromast_evelinevisser_maaskantindewolken_klein.jpg" alt=""></p><p><strong>Stadstekenaars</strong></p>
<p>In 2018 geeft het Stadsarchief opdracht om tien gebouwen van architect H.A. Maaskant door stadstekenaars af te laten beelden. Deze 10 tekeningen zijn tentoongesteld in de Kunsthal en in het Hilton Hotel en zijn opgenomen in het Stadsarchief. Een van de werken is de Euromast, getekend in Oost-Indische inkt en gouache door Eveline Visser.</p>
<p><strong>Verzamelde collecties</strong></p>
<p>De opdracht staat in een lange traditie: al in 1938 gaan kunstenaars aan de slag om de stad vast te leggen voor het gemeentearchief. Deze collectie toont de stad op een andere manier dan de fotoverzamelingen.</p>
<p><strong>Betekenis Euromast</strong></p>
<p>Volgens Visser is de Euromast een "Americain dream" van de architect met het kraaiennest als ruimtevaartschip. Rechtsboven is Huig Maaskant in de wolken te zien.</p><p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/bronnen/419/nl-rtsa_4313_10_euromast_evelinevisser_maaskantindewolken_klein.jpg" alt=""></p><p><strong>Stadstekenaars</strong></p>
<p>In 2018 geeft het Stadsarchief opdracht om tien gebouwen van architect H.A. Maaskant door stadstekenaars af te laten beelden. Deze 10 tekeningen zijn tentoongesteld in de Kunsthal en in het Hilton Hotel en zijn opgenomen in het Stadsarchief. Een van de werken is de Euromast, getekend in Oost-Indische inkt en gouache door Eveline Visser.</p>
<p><strong>Verzamelde collecties</strong></p>
<p>De opdracht staat in een lange traditie: al in 1938 gaan kunstenaars aan de slag om de stad vast te leggen voor het gemeentearchief. Deze collectie toont de stad op een andere manier dan de fotoverzamelingen.</p>
<p><strong>Betekenis Euromast</strong></p>
<p>Volgens Visser is de Euromast een "Americain dream" van de architect met het kraaiennest als ruimtevaartschip. Rechtsboven is Huig Maaskant in de wolken te zien.</p>Plattegrond van de vernieuwde Diergaarde, 18842019-08-29T11:32:31+02:002019-08-29T11:32:31+02:00https://geschiedenislokaal010.nl/bronnen/plattegrond-diergaarde-1884<p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/bronnen/420/nl-rtsa_20-02_23-klein.jpg" alt=""></p><p>Gedrukte plattegrond van de door L.P Zocher ontworpen plan uit 1862 van de <em>nieuwe tuin</em> bij de bestaande Diergaarde.</p><p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/bronnen/420/nl-rtsa_20-02_23-klein.jpg" alt=""></p><p>Gedrukte plattegrond van de door L.P Zocher ontworpen plan uit 1862 van de <em>nieuwe tuin</em> bij de bestaande Diergaarde.</p>Strip als propaganda 'Kampf um Rotterdam'2019-08-29T12:03:34+02:002019-08-29T12:03:34+02:00https://geschiedenislokaal010.nl/bronnen/strip-als-propaganda-kampf-um-rotterdam<p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/bronnen/421/xxxiii-566-05-klein.jpg" alt=""></p><p><strong>Propaganda</strong></p>
<p>Een belangrijk element in de Tweede Wereldoorlog is de propaganda. Hier is een vroeg voorbeeld uit Duitsland te zien: Kampf um Rotterdam. Een stripverhaal (voor kinderen) over de strijd om de <em>vesting Holland</em>. Samengevat is de boodschap: 'Onze militairen hebben als leeuwen gevochten en ondanks het zinloos verzet bij de bruggen is de vesting Holland ingenomen. Wie bondgenoot is van Engeland zal gedood worden'.</p>
<p><strong>Letterlijke Duitse tekst</strong></p>
<p>De tekst vanaf het plaatje rechtsboven luidt: <em>In Rotterdam dringt ein die Schar / nicht kümmert Tod Sie und Gefahr/ die Brücken schützen Sie verbissen / die unzerstört Sie halten müssen - Und Stunden, Tage liegen Sie / im Feuer schwerer Artillerie / Sie kampfen eisern, Mann für Mann / Da rollen unsere Panzer an - Es kämpfte zwar der Feind erbittert / doch seine Stellung ist erschüttert / die”Feste Holland” ist gefallen - Sinnlos war der Widerstand / die Stadt, die Schiffe stehn in Brand / Wer sich mit England verbündet / den Tod durch Deutschlands Waffen findet.</em></p>
<p> </p>
<p> </p><p><img src="https://geschiedenislokaal010.nl//images/rotterdam/bronnen/421/xxxiii-566-05-klein.jpg" alt=""></p><p><strong>Propaganda</strong></p>
<p>Een belangrijk element in de Tweede Wereldoorlog is de propaganda. Hier is een vroeg voorbeeld uit Duitsland te zien: Kampf um Rotterdam. Een stripverhaal (voor kinderen) over de strijd om de <em>vesting Holland</em>. Samengevat is de boodschap: 'Onze militairen hebben als leeuwen gevochten en ondanks het zinloos verzet bij de bruggen is de vesting Holland ingenomen. Wie bondgenoot is van Engeland zal gedood worden'.</p>
<p><strong>Letterlijke Duitse tekst</strong></p>
<p>De tekst vanaf het plaatje rechtsboven luidt: <em>In Rotterdam dringt ein die Schar / nicht kümmert Tod Sie und Gefahr/ die Brücken schützen Sie verbissen / die unzerstört Sie halten müssen - Und Stunden, Tage liegen Sie / im Feuer schwerer Artillerie / Sie kampfen eisern, Mann für Mann / Da rollen unsere Panzer an - Es kämpfte zwar der Feind erbittert / doch seine Stellung ist erschüttert / die”Feste Holland” ist gefallen - Sinnlos war der Widerstand / die Stadt, die Schiffe stehn in Brand / Wer sich mit England verbündet / den Tod durch Deutschlands Waffen findet.</em></p>
<p> </p>
<p> </p>